ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Massada

Open / Sluit fotoboek


Massada

Massada

 

Dit is de burchtheuvel Massada. De top is 470 meter boven het niveau van de Dode Zee. Aan de westzijde van de Dode Zee bevond ( en bevindt) zich de aarden wal die de Romeinen hadden opgeworpen om de vesting te heroveren, die de Joden in bezit genomen hadden. Drie jaar hebben zij zich daar kunnen handhaven. Aan de oostkant van de Dode Zee kun je de burcht beklimmen via het Slangenpad. Wij zijn met de lift omhoog gegaan en via dit pad zijn we afgedaald. We dachten vaak aan de slaven die via dit pad het bronwater emmertje voor emmertje naar boven moesten sjouwen in de gloeiende hitte om Herodes 'badhuizen te voorzien van water!

Hier zijn de voorraadkamers waar Herodes voedsel en wapens bewaarde. Toen de Joden de vesting veroverden vonden zij hier nog talloze lege wijnflessen, die Herodes uit Italie had laten aanvoeren.

 

 

De linkerpijl geeft aan waar de paleisburcht van koning Herodes zich bevond voordat de Joden Massada in bezit namen

Nogmaals Massada Rechts zie je de dam die de Romeinen hebben opgeworpen om Massada te veroveren. 

Dit is een van de opgegraven badhuizen. Een zogenoemd Caldarium, een warm bad. De oven stond buiten dit vertrek en zorgde er voor dat hete lucht onder de marmeren vloer werd gebracht. Die marmeren vloer rustte op 200 pilaren waarvan we er hier enkele zien. Als de vloer goed heet was geworden, goot men er water over. Zo ontstond stoom.

Massada ligt en westen van de Dode Zee. Qoemran, waar de beroemde Dode Zeerollen zijn gevonden, lag ook aan deze kant, maar iets noordelijker.  Machaerus waar Johannes de Doper op bevel van Herodes Antipas gevangen is gezet en onthoofd, lag aan de andere kant van de Dode Zee. De soldaten van Herodes Antipas hebben het hoofd van Johannes naar het paleis in Jericho gebracht waar Herodes zijn verjaardag vierde.

Hier zien we de aarden wal van boven af.


Massada een monument

Steil oprijzend uit het dal van de Dode Zee ligt de berg Massada.

Hier liggen de overblijfselen van de paleizen die Herodes de Grote heeft laten bouwen. Ze zijn omgeven door de resten van uitgebreide  fortificaties.

Dagelijks moesten vele slaven met emmers water de berg in gloeiende hitte beklimmen om het bad van Herodes te vullen.

Ook de ruïnes van deze gigantische bergvesting getuigen van een geesteszieke heerser die doodsbenauwd was zijn macht te verliezen. Uit de bijbel kennen we deze tiran als de kindermoordenaar van Betlehem. 

Grote voorraden proviand had Herodes in deze bergvesting opgeslagen.

Een onderaardse cisterne bevatte water dat voor vele mensen voor vele jaren toereikend was. In geval van nood zou hij zich in deze bergvesting kunnen terugtrekken.

Toch hebben de Joden later zich van deze burcht meester gemaakt.

In het jaar 70 valt echter de stad Jeruzalem in handen van de Romeinen. Een groep Joden die aan de opstand tegen de Romeinen deelnemen verschanst zich op de berg. 

 Het zijn 960 mannen, vrouwen en kinderen. De Romeinen belegeren de vesting drie jaar. 

 Ze bouwen legerkampen onder aan de voet van de rots. 

 Rondom de berg bouwen zij een muur op. De Joodse bezetting houdt toch stand. Tenslotte proberen de Romeinen door het opwerpen van een aarden wal de toegang tot de vesting te forceren.  Die aarden wal zie je nog duidelijk bij de rechtse pijl.

Als de Joden zien dat de situatie onhoudbaar begint te worden, besluit men dat geen Jood in de handen van de vijand zal vallen.

Flavius Josefus

In de "Joodse Oorlog" van Flavius Josefus lezen we de dramatische ondergang van de laatste verdedigers.

"Zij lieten tien mannen door het lot aanwijzen, die al de anderen moesten doden. Ieder van hen legde zich neer bij zijn vrouw en kinderen, sloeg zijn armen om hen heen en zij allen boden hun hals aan om de slag te ontvangen van hen die het lot had toegewezen.

Negen van de tien die het lot had aangewezen werden gedood door de laatste man en deze doodde zichzelf. Zodoende viel niemand in de handen van de Romeinen.

Het aantal gedoden was 960.  De Romeinen kwamen in de vesting maar zij verheugden zich erover niet, hoewel het hun vijanden waren."

Tot zover het verslag van Flavius Josefus.

Eeuwenlang heeft men sterk getwijfeld aan de betrouwbaarheid van dit verslag.

Opgravingen hebben enige jaren geleden de juistheid van dit verslag aangetoond.

Archeologen hebben de potscherven die de namen bevatten van hen die door het lot werden aangewezen kunnen reconstrueren.