ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Zin-woestijn

Open / Sluit fotoboek


Zin-woestijn

 

Zin-woestijn

 We moeten de Zin-woestijn niet verwarren met de Zif-woestijn De zinwoestijn is  Massa en Meriba,in (Hebr. 3: 8) Verhardt uw harten niet zoals bij de verbittering en ten dage van de verzoeking. Hebreeen 3:8. gebruikt de Griekse vertaling van het Oude Testament. Massa en Meriba betekenen respectievelijk: verharding (v.h. volk) en beproeving. Het volk verzocht God door te zeggen; God helpt toch niet. Het was echter de woestijnvan Zif waar David zich verborg voor de klopjacht van Saul

,

Wees dan niet koppig als tijdens de opstand in de woestijn Zin, toen jullie mij op de proef stelden (Hebr.3:8)

 

Deze woestijn leek niet op de Sahara. Het was een bergwoestijn.

Hier kwam het volk in opstand (Num. 14). In Num. 16 lezen we óók over de opstand van Korach, Datan en Abiram tegen het gezag van Mozes.

Zelfs in het Nieuwe Testament wordt nog herinnerd aan de opstand van Israël in de woestijn van Zin (Hebr. 3:8).

Wat hebben wij vandaag nog te maken met de woestijn Zin? Die woestijn heeft toch voor ons geen enkele betekenis meer?

Zo denken velen. Maar we mogen niet vergeten dat de Thora een blauwdruk is van het Koninkrijk Gods.

Spiegel

In de gebeurtenissen in de woestijn Zin wordt ons een spiegel voorgehouden waarin wij tot onze verbijstering ontdekken hoe het er met ons voorstaat.

Die gebeurtenissen zijn een vóór-beeld voor het volk van God van alle tijden. Net als het volk Israël van toen, laten wij ons intimideren door al die machten die wij op ons af zien komen, maar vertrouwen we niet voor 100 % op Gods beloften.

We bevinden ons net als het volk Israël toen, in een woestijn-stituatie en zetten een vraagteken achter Gods beloften over het Land van Belofte!

 

Verspieders

Het is vanaf de woestijn Zin - in het zuiden van Kanaän gelegen -  dat de 12 ‘verspieders’ het beloofde land doortrekken.

Zij hebben de taak het land te verkennen. Als ze terugkomen van deze inspectiereis brengen ze verslag uit bij Mozes en Aäron.

Met uitzondering van Jozua en Kaleb brengen ze slechte berichten over Kanaän. Het land is volgens hen niet te veroveren, want de steden zijn buitengewoon versterkt. Een poging om het toch te veroveren zal op een mislukking uitlopen.

Het is ook in deze woestijn Zin dat het volk tegen Mozes en Aäron in opstand komt. Met gebalde en rode koppen staan ze voor Mozes: ‘Als we  Kanaän intrekken zullen we allemaal omkomen ‘. Het volk Israël vertrouwt niet op Gods belofte dat Hij hen dit land zal geven.

Daarom wordt God vreselijk  boos en mag het volk het beloofde land nog niet intrekken

Alleen Jozua en Kaleb die op de beloften van God hebben vertrouwd mogen het beloofde land binnengaan.

Het is tenslotte ook deze woestijn Zin waar het volk nog 38 jaar lang zal moeten rondzwerven voordat het volk het  land Kanaän mag binnengaan.

De HEER zei tegen Mozes:”Hoe lang zal dit volk mij nog afwijzen? Hoe lang nog zal het weigeren op mij te vertrouwen? (Num.14:11)