ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Tarsus/Stad

Open / Sluit fotoboek


Tarsus/Stad

 

  

Tarsus/Stad 

Poort van Cleopatra, Cleopatra was koningin van Egypte die met veel pracht en praal  op haar gouden schip   Tarsus binnenvoer over de Cydnus

 

Eens voer Cleopatra, de koningin van Egypte, de rivier de Cydnus op in haar galei met  een vergulde achtersteven en  purperen zeilen.

Ze was toen hevig verliefd op Antonius en wilde met hem de wittebroodsweken doorbrengen.

 De slaven bewogen het schip voort met zilveren roeiriemen die op en neer gingen op de cadans van fluiten en harpen. 

Cleopatra lag onder een gouden tentdak, verkleed als Afrodite, de godin van de liefde.  Knapen uitgedost als cupido's, stonden naast haar en bewogen de waaiers.  De hele stad was uitgelopen om dit schouwspel te zien. 

 

  

Prachtige watervallen die Paulus ongetwijfeld heeft gezien toen hij met zijn vader over het schildwachtenpad liep. 

Vandaag is er eigenlijk niets meer over uit de tijd van Paulus.  Het straatniveau uit de tijd van de apostel ligt enkele meters beneden het huidige.

Men wijst u wel de bron aan waaruit de ouders van Paulus water geput zouden hebben. 

We hebben  geen reden aan te nemen dat dit inderdaad zo geweest is.

Cleopatrapoort

Heel  kort stoppen de toeristen ook nog bij de Cleopatrapoort [1], maar niemand zal geneigd zijn enkele dagen in Tarsus door te brengen.

 

 

Het stadje maakt een vuile en armoedige indruk. We vonden een eenvoudig hotelletje waar we twee dagen zijn gebleven.

 Je komt veel Drusen tegen in Tarus met hun wijde broeken

 Als je je nu  afvraagt wat Paulus heeft gezien en wat wij vandaag nog kunnen zien, kunnen we twee dingen noemen.

Allereerst  denk ik aan de Selale, de schitterende watervallen van de rivier de Cydnus, die vroeger dwars door de stad liep.

 

Het is eigenlijk de enige plek in de stad waar het prettig toeven is. Boven de watervallen is enige jaren geleden  een hotel gebouwd. 

In de tweede plaats denk ik aan de fantastisch grote tempel in het oosten van de stad, waarvan grote delen nog overeind staan. Deze tempel had een oppervlakte van 108 maal 52 meter, telde 200 zuilen en is nog steeds zeer indrukwekkend. 

 

Donuktas

 In de volksmond heette de tempel 'graf  van Sardanápal' en de Turkse naam is Donuktas.

 Als vrome Jood zal Paulus zich gestoten hebben aan de aanbidding van de heidense goden die hier plaats vond. Sardanápal was de god der levensgenieters.

In het midden  van de tempel die aan hem gewijd was, stond vroeger een grote zuil met de woorden "Drinkt, eet, geniet Al het andere is niets". De stoïcijnse academie had grote bezwaren tegen deze visie. 

Cydnus

Paulus zal ook vaak langs de oevers van de Cydnus hebben gelopen, de rivier die midden door de stad stroomde maar nu om de stad heen loopt.

Ze mondde vroeger uit in het meer van Rhegma die een natuurlijke haven voor de stad vormde. De rivier is al eeuwen dichtgeslibd.

We deden  in de stad  wel een verrassende  ontdekking. Verscholen achter het huidige postkantoor troffen we een  grote  Byzantijnse kerk uit de 9e eeuw aan. De muren staan nog overeind en zelfs het dak is nog intact.

Het werd in de vorige eeuw nog gebruikt als opslagplaats. Vroeger moeten hier vele duizenden christenen gedoopt zijn.

Het is mogelijk dat in dit kerkgebouw het kerkelijk concilie van 1177 is gehouden.

 

Door  het Taurusgebergte

Even ten noorden van Tarsus, vlak bij het dorpje Gülek, ligt een beroemde bergpas die reeds in prehistorische tijd is uitgehakt.

 De Romeinen hebben de doorgang verbreed en er een poort met wachtposten gebouwd.

Daarom kreeg deze pas de naam Cilicische Poort. De weg over de pas sloot aan op de handelswegen uit het Oosten naar Efeze.

De Perzische koning  Xerxes is over deze bergpas getrokken naar het Westen en Alexander de Grote ging in omgekeerde richting. 

 Ook de kruisvaarders maakten gebruik van deze pas toen ze op weg waren naar Jeruzalem

Als je de stad aan de noordzijde verlaat, bemerk je dat de weg na tien kilometer steeds smaller en steiler wordt.

 De temperatuur begint flink te dalen.

Vóór ons uit vernauwen zich de donkerkleurige rotsen tot een smalle spleet.

 Berghellingen verdwijnen in diepe afgronden.!

Alle karavaanwegen uit het oosten lopen over deze pas, die de Cilicische Poort genoemd wordt.

In de verte zien we een witte sneeuwvlakte glinsteren in het felle zonlicht.

We worden herinnerd aan Paulus de tentenmaker

 In de eindeloze  sneeuwvlakten  ontdekken we ook  talloze zwarte stipjes. Het is een kudde geiten die al eeuwen lang geweid worden in het Taurusgebergte.

In de koude berglucht krijgen de geiten een dikke, prachtige vacht.

 Even later komen we enkele herders tegen.  Ze zien er potsierlijk uit in hun waterdichte geitenmantels.

Deze mantels zijn zo hard en zo stijf dat ze rechtop blijven staan. 

Je kunt ze ook als tent gebruiken.

 Het Cilicische geitenleer was ook al in de tijd van Paulus van hoge kwaliteit  zodat het de merknaam Cilicium kreeg. Paulus verdiende op zijn reizen zijn kost met tenten maken. 

 In Korinte  werkte hij ook een tijd lang samen met Aquila als tentenmaker. [2]

In Tarsus had Paulus het vak 'tentenmaken' geleerd.

In het ouderlijk huis in Tarsus heeft Paulus dit beroep zich eigen gemaakt. 

 De Farizeeën waren namelijk gewoon de studie van de thora te combineren met een bepaald beroep. Paulus heeft niet eerst tentdoek geweven en daarna van dat doek een tent gemaakt.

Weven was in die tijd vrouwenwerk. De tenten werden niet gemaakt van geweven stof, maar van leer. 

Paulus verdiende zijn brood als leerbewerker.  Hij zal zelf ook wel geslapen hebben in tenten die hij zelf gemaakt had. 

 Op de terugweg naar het stadje komen we enkele Drusen tegen die met hun wijde broeken een opvallende verschijning zijn.

Op de markt staan enkele kooplui achter hun simpele kramen.

Er is maar heel weinig keus. Alles maakt een povere indruk.

Hoe heel anders moet Tarsus als wereldstad tussen Efeze en Bagdad er hebben uitgezien in de dagen van de apostel Paulus!

 


  • [1] [2] Hand.  18: 3.  Toen Silas en Timotheus in Korinte aankwamen, wijdde hij zich geheel aan de verkondiging aan de  joden, waarin hij betuigde dat Jezus de Christus is.