ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Stad en platteland (2)

Open / Sluit fotoboek


Stad en platteland (2)

 

Openbare optreden Jezus 

Er waren vele vrouwen die Jezus volgden. Dat was werkelijk in Israel opzienbarend. Johanna de vrouw van de rentmeester van Herodes stond zelfs bij het graf van Jezus. terwijl de meeste leerlingen verstek lieten gaan

Het openbare optreden van Jezus begon niet in het kleine bergdorpje Nazaret, maar in de grote steden zoals Kafarnaüm, Betsaïda en Chorazin (15.000 tot 20.000 inwoners).  Die steden lagen aan het meer van Galilea.In de tijd van Jezus was dit een dichtbevolkt gebied met belangrijke karavaanwegen!!

Jezus zat gewoonlijk als Hij vertelde.De discipelen zaten om Hem heen en de schare vormde een nog grotere kring om Hem hen.

 

In Jeruzalem zocht Jezus vooral contact met de schriftgeleerden. In deze foto van een Franse film heeft Jezus een rood kleed aan. Rood was voor de oosterlingen de kleur van een koning!

 

Tiberias werd door de Joden en ook door Jezus gemeden, want daar stond het paleis van Herodes. De apostel Johannes is de enige evangelist die Tiberias noemt, maar hij schreef zijn evangelie tientallen jaren later toen de stad niet meer in zo’n kwade reuk stond bij de Joden.

Waarschijnlijk woonde daar ook Johanna de vrouw van de rentmeester van Herodes.

Zij verzorgde met andere vrouwen de maaltijden van de discipelen en we vinden haar ook weer terug bij de opstanding van Jezus!

In Magdala waren veel scheepswerfjes.

 Genoemde vrouwen uit Lucas 8 hebben Jezus en de twaalf discipelen verzorgd met eten en drinken.

 Inkopen in de stad

Ínkopen moesten ze in de stad doen, want in de dorpen waren geen winkels.

Wellicht samen met de leerlingen hebben de vrouwen de maaltijden gebruikt.

Eetcultuur

In de eetcultuur van Israël was de maaltijd altijd een sociaal bindmiddel, maar bij al die mannelijke en vrouwelijke deelnemers kwam er nog een godsdienstig motief bij. Ze waren immers allemaal volgelingen van Jezus geworden.

De leerlingen waren door Jezus geroepen en de vrouwen waren door Jezus enorm geboeid. Bij de maaltijden zal het meest gangbare brood gerstebrood geweest zijn in de vorm van een pannenkoek.

Het avondeten zal de hoofdmaaltijd geweest zijn voor het grote gezelschap waarmee Jezus van dorp tot dorp en van stad trok.

Meestal zal het gegaan zijn om brood of pap gemaakt van tarwe of gerst, met groenten en kruiden.

Ingrediënten waren verder vis, kaas, melk gezoet met honing, groenten en vruchten. Ook eieren zullen op het menu gestaan hebben (Luc 11:11). Alleen op de sabbat zal men ook vlees gegeten hebben.

We weten niet of Jezus deze maaltijden met gebed geopend of besloten heeft, maar het is zeker dat Jezus zich bij die maaltijden zich niet alleen aan zijn discipelen, maar ook aan de vrouwen die voor het eten zorgden heel vaak de boodschap van het Koninkrijk van God heeft doorgegeven.

Ook zal Jezus veel tekenen verricht hebben als illustraties van het Rijk dat in Hem was gekomen.

Geen gebrek

 Het zal de discipelen aan niets ontbroken hebben. Het was daarom voor de leerlingen helemaal niet nodig met vissen er iets bij te verdienden.

Vijf discipelen konden trouwens helemaal niet vissen en Levi verloor ook zijn topsalaris toen hij het tolhuis sloot .

Jezus wilde dat alle twaalven elke dag getuigen zouden zijn van zijn onderwijs en optreden. Ze moesten daarom alles met eigen ogen zien.

Vrouwendienst

Vele vrouwen bedienden Hem voortdurend

Oneindig veel meer heeft Jezus verteld dan in de bijbel is opgetekend (Joh.21:25).

De discipelen (leerlingen) moesten immers oog-en oorgetuigen zijn in een God vijandige wereld.

Daarom waren de vele behulpzame vrouwenhanden op Jezus’ tocht door het land van Israël zo’n grote uitkomst.

Wat hebben ze Hem goed bediend! In het Grieks staat de onvoltooid verleden tijd van het werkwoord ‘dienen’ om de lange tijdsduur weer te geven. “Zij dienden Hem voortdurend”.

Het werkwoord ‘dienen’ kun je ook wel als een ’bedienen’ beschouwen. Lucas vertelt er nog bij dat die vrouwen deze verzorging financierden uit eigen middelen.

Goed bij kas

Sommigen zullen goed bij kas gezeten hebben.

Zeker kun je dit zeggen van Johanna de vrouw van de rentmeester Chusas van Herodes. Wat is die vrouw trouw geweest.!! Het is mij opgevallen dat zij ook tot de vrouwen behoorde aan wie Jezus verscheen na zijn verrijzenis (Luc. 24:10).

Herodes Antipas zal in zijn paleis in Tiberias wel vaak tot Johanna met ergernis in zijn stem gezegd hebben:”Johanna, moet je nou per se weer die rabbi achterna? Wat bezielt je toch?

Het is mogelijk dat via deze Johanna Lucas waardevolle informatie heeft verkregen uit de kringen van het hof van Herodes (Lucas 9:7).

In het vrouwelijk gezelschap bevonden zich ook Maria uit Magdala (vermoedelijk de beste vriendin van Johanna, want bij Jezus’ opstanding waren ze ook samen) en een zekere Susanna.

Ook de moeder van Jakobus de jongere en van Joses en Salome zullen met Jezus en de twaalven opgetrokken zijn.(Marcus 15:40).

Jezus als bouwvakker

Jezus is jaren lang bouwvakker geweest.

Het Griekse woord tekton wordt meestal ten onrechte vertaald met timmerman. Jozef zou een timmermanszoon geweest zijn.

Dat is zeker niet het geval. Bij het woord tekton gaat het om een beroep in de bouw.

Vaklui zijn in die tijd breed inzetbaar en minder gespecialiseerd dan nu. Timmerman is trouwens een typisch Europese beroepsaanduiding en minder van toepassing op de situatie in het houtarme Galilea.

 Bovendien werden de huizen dikwijls in een rots geconstrueerd waar weinig hout aan te pas kwam.

Het werk van Jozef en Jezus zal vooral met steen te maken hebben gehad. Hij zal ook veel gegraven en gemetseld hebben.

Als bouwvakker heeft Gods zoon zijn identiteit wel helemaal afgelegd. God is mens geworden, dat klinkt zo gewoon, maar God is ook bouwvakker geworden. Dat klinkt absurd.

Jozef had Hem ongetwijfeld het bouwvakkervak geleerd.

Een vader droeg immers altijd  de vakkennis over aan de zoon. Daaraan heeft Jezus gedacht toen hij niet als bouwvakker, maar als de Zoon van God zei:”De Vader heeft de Zoon lief en laat hem alles zien wat Hij doet “(Joh. 5:20).

 Dat Jezus en Jozef hetzelfde beroep hadden was vanzelfsprekend, want in die tijd kon je het bijna nooit verder schoppen dan je ouders. Nazaret telde in Jezus’ tijd hoogstens 150-180 inwoners.

 Het was een nietig bergdorpje. “Kan uit Nazaret iets goeds komen?” Vroeg Natanaël.

Tiberias en Sepphoris

Vaklui  uit Nazaret moesten er daarom op uit trekken naar bouwplaatsen in Tiberias en Sepphoris.

Zonder twijfel heeft Jezus als jonge bouwvakker in deze grote steden, die de machtscentra vormden in het Galilea van Herodes Antipas, veel gewerkt.

Zie bij Nazaret. Waarschijnlijk heeft Hij ook meegeholpen met de bouw van het grote theater in Sepphoris(zie daar). De bijbel vertelt ons er niets over, maar Jezus moet daar met Jozef wel vaak als bouwvakker geweest zijn!. In zijn openbare optreden heeft Jezus deze plaatsen bewust gemeden.

Waarom Galilea?

Ik vermoed dat Jezus de omgeving van het meer van Galilea heeft uitgekozen als zijn werkterrein, niet zo zeer omdat hij vissers van mensen wilde maken, zoals ik altijd gedacht heb, maar omdat het meer van Galilea een zeer grote economische uitstraling had.

Het was het dichtstbevolkte gebied van Galilea met grote steden en een heel druk scheepvaartverkeer.

Er was ook een groot tolhuis voor de karavanen uit Hazor en Damascus. Nazaret daarentegen wordt in de bijbel wel de vaderstad genoemd van Jezus, maar een stad was het helemaal niet.

Nog minder dan een gehucht! Bovendien lag het boven op een berg. Paulus had net als Jezus bij zijn missie de grote steden op het oog.

Waren de discipelen getrouwd?

Petrus was getrouwd (1 Kor.9:5),maar we weten niet of hij ook kinderen bezat. Ik vermoed dat de meeste discipelen niet getrouwd waren en geen kinderen bezaten.

Het was namelijk een gewoonte in Israël dat mannen pas trouwden als zij een eigen stuk grond bezaten of in eigen levensonderhoud en in dat van een gezin konden voorzien.

Ze waren dan ongeveer 30 jaar. De meisjes en vrouwen met wie ze trouwden waren minimaal 10 jaar jonger. Meisjes trouwden als zij 15 tot 20 jaar waren.

Je kunt nu ook begrijpen waarom er zoveel weduwen waren in Israel. Bijna alle getrouwde vrouwen waren binnen 25 jaar weduwe.

Denk eens aan Maria, de moeder van Jezus. De accurate Johannes vermeldt alleen maar dat de moeder van Jezus uitgenodigd was op de bruiloft te Kana.

Nergens wordt de naam van Jozef meer vermeld in de evangeliën.

Hij zal toen al overleden zijn. Ik vermoed dat Jezus’ openbare optreden en zijn verhuizing naar Kafarnaüm niet zo lang na het overlijden van Jozef heeft plaats gevonden.

Toen moest Jezus dus andere bronnen van bestaan gaan zoeken. Deze vond Hij al direct onder de duizenden die Hem volgden. Hij kon zich regelrecht door zijn hemelse Vader laten onderhouden, maar Hij deed dit liever via mensen.

We hadden het over de bronnen van bestaan van Jezus.

De diepste en rijkste bron van zijn bestaan was de voortdurende omgang met zijn hemelse Vader. Over eten en drinken zal Hij zich geen zorgen gemaakt hebben. Zoals we gezien hebben hoefde dit ook niet.