ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Rome Toen

Open / Sluit fotoboek


Rome Toen

Rome toen

 

In de bijbel wordt Rome ook wel Babylon genoemd (1 Petr 5:13) omdat ze een  poel van corruptie en misdaad  was met  protserige rijkdom en schreeuwende armoe. Babylon was een symbolische naam van een anti-christelijke samenleving en tegenhanger van het Nieuwe Jeruzalem. Rome werd dus vergeleken met Babel

 

Sint Pietersplein

Paulus vertelt een soldaat het evangelie. Zie je hoe hij zelf voetboeien om heeft?

Marstempel.

Het Romeinse rijk

Beeld van keizer Claudius die de Joden beval Rome te verlaten  om dat zij een enorme ruzie veroorzaakten vanwege een zekere "Chrestos".  Claudius dacht dat de christenen slechts Joodse ketters waren. (Hand. 18:2). Toen was er al een omvangrijke christelijke gemeente te Rome.

Beide dochters van Pudens Paulus noemt de naam van Pudens in een van zijn brieven. Hij was senator en Paulus heeft wellicht bij hem en zijn dochters gelogeerd. Zie verder hier onder

Pontus. hier kwam Aquila vandaan.

Ad bestias! Ad bestias! riep het plebs als de christenen het Circus maximus werden binnen gevoerd

Als je als toerist het enorm grote Sint Pietersplein oploopt, denk je misschien niet aan de vreselijke gebeurtenissen die zich hier 2000 jaar geleden hebben afgespeeld.

Hier bevond zich de  circus (het circus is iets anders)van Nero waar duizenden christenen op een afschuwelijke manier zijn omgekomen.

De circus was 590 meter lang en 95 meter breed.In het midden van het   grote plein zie je de  obelisk als enige overblijfsel van dit circus.

Oorspronkelijk was deze obelisk van uit Egypte naar een andere plek overgebracht.

Op die plek hebben archeologen het travertien-blok waarop de obelisk stond en de renbaan die de circus omgaf, kunnen blootleggen.

Brand te Rome

In het jaar 64 brak tijdens het bewind van keizer Nero in Rome een grote brand uit!

Christenen werden beschuldigd deze brand te hebben aangestoken.

In de heftige vervolging die daarna uitbrak zijn velen ook de apostel Petrus als martelaar gestorven. ( zie ook Rome van de apostelen)

Je komt in de Vaticaanstad overal afbeeldingen tegen waarop Petrus en Paulus samen staan afgebeeld.

 Negen dagen lang woedde de brand in de honderden nauwe, kronkelende steegjes  van de stad.

Nero koos er voor om de christenen te vervolgen in  Vatikaan circus.

 Het Circus Maximus was zo juist door de enorm grote brand verwoest en circus Flaminius was te klein.

Tacitus over christenen in Rome

De bekende Romeinse geschiedschrijver Tacitus schreef over de christenen in Rome”Degene aan wie deze naam zijn oorsprong te danken heeft, Christus, was onder de regering van Tiberius door de stadhouder Pontius Pilatus  ter dood gebracht;en dit verfoeilijk wangeloof, voor het ogenblik onderdrukt, brak later weer uit, niet alleen over Judea, de bakermat van dat kwaad, maar ook over de stad Rome, waarheen  van alle kant alles wat afgrijselijk of schandelijk is samenstroomt en vereerd wordt”.

Tacitus blijkt de praatjes te geloven van hen die rondstrooien dat christenen zich schuldig maken aan bloedschande en dat zij in hun vergaderingen kinderen opaten. Op het  laatste heeft Tacitus’ woord afgrijselijk 

betrekking, op het eerste  schadelijk.

Het Forum Romanum

Hier was het middelpunt van het oude Rome  Het is zeker dat Petrus hier  en op andere fora van Rome met Marcus het evangelie verkondigd heeft. Marcus was notulist en tolk van Petrus.

Petrus kon buitengewoon goed opschieten met Marcus (1Petr. 5:13).

 Hij noemt hem zelfs zijn zoon. Hoewel je overal in het antieke Rome Paulus en Petrus tesamen ziet afgebeeld, hebben zij niet samengewerkt. Paulus was net vertrokken toen Petrus aankwam in 62.Petrus heeft nog wel de grote brand in 64 meegemaakt.

 Beschrijft hij soms de oordeelsdag met termen ontleend aan die grote brand (2 Petr3:10) ? De elementen gaan in vlammen op.

De brief van de apostel Paulus aan de Romeinen heeft  in de tijd en de Kerkhervorming een grote rol gespeeld.

Maar hoe leefden de inwoners van Rome? Hoe trof Onesimus de stad aan toen hij wegvluchtte uit Colosse en daar onderdook?

Afbeelding in Museo Pio Christiano in Rome.

Paulus onderwijst een Romeinse militair in het evangelie Paulus zit dan in de gevangenis in Rome.Hij heeft hier voetboeien om.”Ik draag zelfs boeien als een misdadiger, maar het Woord van God is niet geboeid (2 Tim.2: 9)

Daardoor is aan het hele pretorium duidelijk geworden dat ik in gevangenschap ben om Christus’wil”. Fil 1 : 13. Vervolgens eindigt Paulus de brief aan de Filippenzen met de woorden:U groeten al de heiligen, inzonderheid die aan het huis des keizers verbonden zijn (Fil 4:22) NBV “die in dienst van de keizer staan” We zullen hier moeten denken aan de militairen  van het “Castrum Pretorium” (een grote kazerne) dat zich in Rome bevond.Misschien heeft Paulus gedacht aan senator Pudens en zijn collega’s (zie bij Pudens)

Voor de bewaking van Paulus  vervingen de soldaten  elkaar telkens bij de wisseling van de wacht. Keizer Tiberius had de Pretoriaanse cohorten bij elkaar gebracht in een groot kamp in het noord-oostelijke deel van de stad.

De vele contacten van Paulus in Rome

Heel opvallend is dat Paulus zoveel mensen in Rome in hoofdstuk 16  groet, terwijl hij nog nooit in Rome geweest is.

Hoe kan dat? Dit is des te opvallender omdat hij in de brieven die hij aan zijn eigen gemeenten geschreven heeft, nooit afzonderlijke personen groet.

Kijk maar aan het einde van  de brieven aan Korinte, Galaten, Filippenzen, Efeze, Thess b.v. Wel lezen we daar over groeten van, maar niet van groeten aan! Waarom?

De apostel is van plan Rome te bezoeken en om straks daar een goede ingang te vinden, noemt hij zoveel mogelijk namen van mensen, die met hem gewerkt hebben (Aquila en Priscilla) of die veel voor hem betekend hebben, zoals Rufus en zijn moeder.

De moeder van Rufus heeft ontzettend veel voor Paulus gedaan, kleren gewassen, kousen gestopt enz. (als een moeder) schrijft hij.

 Anderen zal hij slechts kennen van horen zeggen. Door zoveel namen te noemen wil hij zijn komst voorbereiden.

Zowel Paulus als Petrus zijn in Rome geweest en hebben daar het Evangelie verkondigd.

De eerste christenen in Rome

Noch Petrus, noch Paulus hebben de kerk van Rome gesticht.

Als Paulus de brief aan de Romeinen schrijft bestaat er al een bloeiende christelijke gemeente in Rome, ‘want in de hele wereld wordt van het geloof van de gemeente in Rome gesproken(Rom. 1 :8)’ Hij verlangt  zo intens deze gemeente te ontmoeten (Rom 1:11).Als drie jaar later Paulus als arrestant op weg is naar Rome komt bij de Pontijnse moerassen een officiële deputatie van de kerk te Rome  hem tegemoet bij Tres Tabernae(zie daar).

De christelijke gemeente bestond toen dus al.En Petrus dan?

Petrus heeft de gemeente ook niet gesticht, want  anders zou Paulus dat feit zeker vermeld hebben. Onbekend is waar Petrus naar toegegaan is na de ontsnapping uit de gevangenis en na zijn verblijf in de royale woning van de moeder van Johannes Marcus in Jeruzalem.

Hoe moeten we dan de stichting van de kerk te Rome ons voorstellen? 

 Ik denk als volgt.Op het Pinksterfeest in Jeruzalem waren ook Joodse Romeinen aanwezig die de preek van Petrus gehoord hebben. (Hand. 2: 10)

Aangestoken door het enorme enthousiasme van Petrus en het internationale gezelschap dat in Jeruzalem aanwezig was, zullen zij het evangelie  hebben doorgegeven in Rome.

Van de 40.000 Joden die in die tijd in Rome woonden, zullen er zonder twijfel zeer velen het Pinksterfeest in Jeruzalem gevierd hebben.

Thuis gekomen in Rome zullen zij het evangelie  uitbundig verkondigd hebben. Bekende bijbelse christenen die in Rome woonden waren o.a. senator Pudens en Priscilla en Aquila. Over hen hieronder meer!

Keizer Claudius van Rome, die tien jaar vóór de komst van Paulus in Rome de Joden beval de stad te verlaten (Hand. 18:2) omdat zij zo veel ruzie maakten over een zekere Chrestos.Daarmee wordt zonder twijfel Christus mee bedoeld Toen was er al een vrij grote christelijke gemeente.

Wie was Pudens?

In de laatste brief die Paulus als arrestant uit Rome heeft geschreven schrijft  hij aan Timotheüs dat hij ook nog de groeten moet hebben van Pudens (2 Tim. 4:21).

Weet je wat zo heel frapant is? 

In   Rome krijg je een aanvulling op deze bijbeltekst. Daarvoor moeten we  naar de Pudentianakerk gaan aan de via Urbana.

Volgens een betrouwbare traditie woonden hier Pudens uit genoemde brief van Paulus en zijn beide dochter Pudentiana en Praxedes.

Later is op deze plek de Pudentianakerk gebouwd, naar een van de dochters van Pudens. Nu bevindt zich bij de ingang een grote steen op de grond waar een uitvoerige Latijnse inscriptie op staat.

Op deze steen staat te lezen dat op deze plaats van een “zeer oude kerk”eens het huis heeft gestaan van de senator Pudens.

Pudens was dus een senator, een hooggeplaatste Romeins ambtenaar met zijn beide dochters Pudentiana en Praxedes.

De beide dochters van Pudens naast Maria met het kind Jezus.

Op genoemde inscriptie lezen we vervolgens dat deze (ongehuwde?) dochters van Pudens gastvrijheid boden aan de apostelen (hospitio sanctorum  apostolorum).

We zullen moeten denken aan de apostelen Petrus en Paulus, die hier in de woning van senator Pudens gelogeerd hebben, gegeten en geslapen en vooral het evangelie verkondigd.

Verder is het frappant dat naast het altaar een schilderij van Timotheüs te zien is.

Zeker is dat  er een verbindingslijn loopt van Paulus laatst geschreven brief  naar Timotheüs via de  gastvrije woning van Pudens.

We komen in Rome ook te weten wie de moeder van Pudens  was.Daarvoor moeten we de Priscilla catacombe op zoeken aan de Via Salaria.

Graftombe van de moeder van Pudens aan de Via Salaria

Zij is niet de Priscilla over wie de bijbel ons vertelt. De Priscilla van de Catacombe was getrouwd  met Manlius Acilius Glabrio, een consul, die in het jaar 91 door keizer  Domitianus ter dood werd gebracht. Hoogstwaarschijnlijk was hij een christen.

Domitianus was ook de keizer die Johannes naar Patmos heeft verbannen.

Glabrio en Priscilla moeten rijke mensen zijn geweest want een groot landgoed(nu aan de overzijde   van de via Salaria, was hun eigendom.

Hun grond stonden zij af voor christelijke begrafenissen.

Romeinen die geen christen waren lieten hun doden cremeren.

Begraven was dus een vorm van belijden! En in het begin werden de doden wel hier en daar ter aarde besteld, maar toen de christelijke gemeente zich sterk uitbreidde, was daarvoor geen ruimte meer.

Toen ging men over tot massabegraafplaatsen onder de grond., zoals   bij de catacomben van Priscilla.Priscilla is zelf hier ook begraven.Priscilla die deze onderaardse ruimten van haar landgoed afstond.

En zij ligt hier met haar zoon Pudens, die  via Paulus Timotheus laat groeten.Drie generaties christenen in Rome. Priscilla, haar zoon Pudens en haar kleinkinderen Prudentiana en Praxedes.

Priscilla en Aquila

Als ik denk aan Rome als een bijbelse plaats denken, moet ik beslist één echtpaar noemen dat heel veel voor de christelijke kerk in Rome heeft gedaan: Prisca (of Priscilla) en haar man Aquila. Zij  was dus een andere vrouw dan de echtgenote van de consul.!

Pontus aan de Zwarte Zee. Hier kwamen Aquila en Priscilla vandaan. Ik denk dat zij in de onhygiënische, vuile en lawaaiïge stad Rome wel even moesten wennen. Pontus was mooi!.

                                                                                                         

Gidsen tonen in Rome zelfs haar graf aan de Via Appia (tegenover de Quo-Vadiskerk).De graftombe heet Tomba di Priscilla. Wat betekent quo vadis eigenlijk ? Toen  Petrus wilde vluchten met het oog op de vervolgingen, kwam hij even buiten Rome Jezus tegen Hij vroeg Jezus Quo vadis, domine? Waar gaat u heen,Heer? Het antwoord van Jezus zou toen geweest zijn:Ik ben op weg naar Rome om jouw taak over te nemen1

Het echtpaar Priscilla en Aquila woonden al jaren in Rome toen Paulus daar aankwam als gevangene.

Waarschijnlijk hadden ze toen al een huisgemeente, die ze later ook hadden in Korinte en Efeze.

Prisca wordt meestal als eerste genoemd, omdat zij waarschijnlijk nog meer gedreven was dan haar man. Ze waren in Rome tentenmaker van beroep.

Paulus komt voor het eerst met dit enthousiaste echtpaar in contact in Korinte.

 Met duizenden landgenoten hadden ze op bevel van keizer Claudius Rome verlaten en hadden zij zich in Korinte gevestigd.

Het klikte onmiddellijk tussen hen

.Niet alleen vanwege hun zendingsenthousiasme, maar ook omdat ze alle drie tentenmakers waren (Hand 18:3). Paulus  trok bij hen in en ging ook bij hen werken in het vak van tentenmaker dat hij in Tarsus geleerd had.

Wat was toch de oorzaak voor het bevel van Claudius? Suetonius, een beroemde Romeinse historicus schrijft dat keizer Claudius (41-54) de Joden uit Rome verdreef omdat zij “voortdurend op aanstichten van Chrestos heftige rellen in de hoofdstad veroorzaakten.

Er was in Rome een grote onrust ontstaan. En  is  een groot oproer werd gevreesd.

De proviandering van Rome zou in gevaar kunnen komen omdat praktisch de hele graanhandel uit Alexandrië in Joodse handen was.

Ook in de bijbel lezen we over heftige confrontaties in die tijd tussen tussen christen-Joden en niet-christen-Joden vanwege de boodschap dat Jezus de Christus is.

Het begon al met de executie van Stafanus en verder kwamen er door de verkondiging dat Jezus de langverwachte Messias is,opstootjes in Lystra, Filippi en Korinte.

Als het in Rome alléén maar zou gaan om een oproerkraaier, dan zou hij gemakkelijk gearresteerd en onschadelijk gemaakt  kunnen worden.

Maar de rellen waren zo heftig en zo  omvangrijk, dat een drastisch besluit vereist was. En hiervan  zijn ook Priscilla en Aquila het slachtoffer geworden. Ook zij moesten  Rome verlaten  (Hand. 18:2) Na een tijdje in Korinte gewerkt te hebben is Paulus uit Korinte  via Kenchreeën naar Klein -/Azië vertrokken.

Ze komen aan in Efeze, de machtige handelsstad waar Artemis vereerd wordt.Paulus is daar niet zo lang gebleven, maar Prisca en Aquila liet hij haar achter.

 Het geestdriftige echtpaar had ook in Efeze weer spoedig een huisgemeente gesticht, want als Paulus uit Korinte zijn brief aan de Efeziërs schrijft, voegt hij er aan toe:

De gemeenten van Asia   groeten u. Ook Aquila en Prisca en de gemeente die bij hen in huis samenkomt, laten u hartelijk groeten (1 Kor.16;19).

In die huisgemeente was ook Apollos uit Alexandrië gastvrij ontvangen door het echtpaar. Nu was hij wel een echte intellecteel,  een zeer geleerde Jood, maar over Jezus wist hij alleen nog maar wat hij van Johannes de Doper gehoord had, namelijk dat Hij het lam van God is dat de zonden der mensen heeft weggedragen.

 Prisca en Aquila namen hem toen apart bij hen thuis op een stil plekje en legden hem  uit wat de Weg van God precies inhield. (Hand. 18:24 e.v.)Enkele jaren later  zijn Aquila en Prisca weer terug in Rome. Dat was in het jaar 57.

Laten ze dan weer net zoals vroeger en net zo als in Korinte en in Efeze daar wéér een huisgemeente gevormd hebben.

Paulus doet  hen namelijk de groeten in zijn brief aan de Romeinen. En nogal vrij uitvoerig.

Groet Prisca en Aquila, mijn medewerkers in de dienst aan Christus Jezus, die voor mij hun leven op het spel gezet hebben. Niet alleen ik ben hen dankbaar, maar ook alle gemeenten van de heidenen. Groet ook de gemeente die bij hen  in huis samenkomt (Rom.16:3 en 4)

Als je bij de graftombe  van Prisca aan de Via Appia staat moet je terug denken aan deze moedige vrouw die met ongelooflijk veel enthousiasme en met gevaar voor eigen leven het evangelie heeft verkondigd.


Zonder twijfel heeft Onesimus ook het Pantheon gezien, de tempel waar alle goden een plaatsje kregen.

 De Romeinen waren bijzonder verdraagzaam.De Pax Romana bestond vooral hierin dat men de kunst verstond om met de verschillen van overtuigingen en religies om te gaan.

 Zo lang men maar trouw bleef aan de keizer en de Romeinse staat.

Alles draaide om de kunst van het compromis.

De christelijke weigering om de genius van de keizer te aanbidden werd als ontrouw bestempeld aan de staat beschouwd.

Een Romeinse gids

  

 Wij starten bij de Palatinus, de voornaamste van de zeven heuvels van Rome, waar het witte paleis van Nero  oogverblindend schittert in de felle zon.

Op de Via  Sacra wemelt het nu van mensen. 

 Op de hoeken van de nauwe bazaarstraatjes staan rondtrekkende priesters van oosterse godsdiensten te zingen bij het rauwe geluid van koper en cimbalen. Chaldese waarzeggers, oosterse dansers met glanzende mijters, priesters van Serapis met palmtakken in de hand vermengen zich met het plebs uit de smerige wijken van de Suburra dat met verbazing staat te kijken naar de aristocratische dames die zich in draagstoelen   naar het Palatijnse paleis van de Caesar laten brengen en zich kennelijk zorgen maken dat hun wit geborduurde sandalen – met gouden banden kruiselings om de enkels gebonden – besmeurd worden door het vuil van de straat.

De Romeinse gids die ons begeleidt, begint nu te vertellen:’Voor het uiterlijk aanzien van de stad is de regering van Nero van bijzondere betekenis geweest.

Toen de keizer zijn ambt aanvaardde, was Rome nog een ouderwetse stad.Langs zeer smalle straten stonden hoge huizenblokken.Ze waren sterk overbevolkt.

Het stadsplan was bovendien grillig en onregelmatig.

De volkswijken met hun vele huurkazernes waren vuil en een broedplaats van ziektekiemen.

Maar het ergste van alles wat de stank en het lawaai, dat ook in de nacht niet ophield.

Maar  gelukkig zijn na de Grote Brand van 64 de straten verbreed en de huizen minder hoog geworden. Nero heeft een schitterend stratenplan laten ontwerpen.

Ondertussen bemerk ik dat  de drukte is toegenomen.

Ondanks het ontbreken van rijtuigen is er op de straten een ongelooflijk gekrioel.

.Het is een gedrang en geduw en gestomp zoals wij ons nu niet kunnen voorstellen.

Het publiek op straat is erg bont.

Ik zie er Griekse filosofen,Egyptische priesters, Aziatische kooplui, je kunt er zelfs geleerde Hindoes tegenkomen, blonde Germanen,zwarte Nubiërs en matrozen uit Fenicië.

En tussen hen in zie ik  ook veel Joden.

Al dit mensengewoel veroorzaakt een verschrikkelijk lawaai.Straatventers roepen zo luid ze kunnen, bedelaars vragen om een aalmoes, rondtrekkende processies  van zonderlinge godsdiensten brullen hun gezangen in allerlei talen.Schoolkinderen dreunen hun alfabet in scholen die direct aan straat liggen.

De gids vertelt verder:s Nachts is het net zo rumoerig.

 Dan rijden de grote heren terug van hun drinkpartijen over het ongelijke plaveisel.

Door de onverlichte straten dwalen dieven rond.Tienduizenden  hebben  geen baan en hangen verveeld rond in de nauwe straatjes.

Beeldspraak van Paulus

De beeldspraak die Paulus in zijn geschriften gebruikt herinnert ons aan de samenleving van het antieke Rome.

Het is opvallend dat juist in de zogenoemde gevangenschapsbrievan van de apostel beelden uit het militaire leven voorkomen.

In gevangenschap werd hij dagelijks met  Romeinse militairen geconfronteerd. Militaire beeldspraak komen we o.a. tegen in de brieven aan de Filippenzen en aan de Efeziërs”Trek de wapenrusting van God aan (Efeze 6).Opvallend is dat Paulus in Efeze 6 allerlei verdedigingswapens noemt, maar slechts één aanvalswapen: het zwaard van het Woord.

In de tweede plaats worden we in Paulus’brieven  herinnerd aan de sport. Bijvoorbeeld in  de laatste brief die Paulus hij in Rome bij een flikkerend olielampje geschreven heeft, herinnert aan de sport, die in Rome zo’n grote plaats in nam.Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht en het geloof behouden.  Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid, die de HEER, de rechtvaardige rechter aan mij zal geven op de grote dag en niet alleen aan mij maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien. (2 Tim.4:7).Bij wedloop moeten we denken aan een renbaan met een lengtemaat van ongeveer 185 meter.De winnaar kreeg bij de eindstreep geen kroon, maar een krans uitgereikt.(zie ook bij stadion)

Het belangrijkste amusement was in het oude Rome waren misschien wel de spelen, die in de circus gehouden werden, zoals b.v. paardenrennen en andere sportmanifestaties. En dan niet te vergeten het theater.

Het amfithater dat Colossum genoemd wordt en dat nog steeds een publiekstrekker is, was er in de tijd van Paulus nog niet.

Wel de circus van Nero (zie Rome van Nero) en het Pompeius theater op het marsveld.

In de grote circus van Nero waren in de tijd van die keizer 60.000 zitplaatsen. Het lag op het terrein van de Vaticaanse heuvel.

 De oude Sint Pieter was trouwens opzettelijk gebouwd op de plaats waar christenen gemarteld werden.

De bloedige gladiatorenspelen waarbij de zwaardverchters elkaar tot de dood toe bestreden, hadden op verschillende punten plaats, later uitsluiten in het amfithater.