ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Rome / Gids

Open / Sluit fotoboek


Rome  / Gids

Uit 'Rome toen' zie daar

Romeinse gids leidt ons rond

 

Petrus en Marcus zijn zojuist met een Alexandrijns schip in de haven van Ostia aangekomen. Wij zelf starten bij de Marstempel niet zover van de Palatinus, de voornaamste van de zeven heuvels van Rome, waar het witte paleis van Nero  oogverblindend schittert in de felle zon. Het is nog vroeg in de morgen, maar het is al warm.

Op de Via  Sacra wemelt het nu van mensen. 

 Op de hoeken van de nauwe bazaarstraatjes staan rondtrekkende priesters van oosterse godsdiensten te zingen bij het rauwe geluid van koper en cimbalen.

 Chaldese waarzeggers, oosterse dansers met glanzende mijters, priesters van Serapis met palmtakken in de hand vermengen zich met het plebs uit de smerige wijken van de Suburra dat met verbazing staat te kijken naar de aristocratische dames die zich in draagstoelen   naar het Palatijnse paleis van de Caesar laten brengen en zich kennelijk zorgen maken dat hun wit geborduurde sandalen – met gouden banden kruiselings om de enkels gebonden – besmeurd worden door het vuil van de straat.

De Romeinse gids die ons begeleidt, begint nu te vertellen:’Voor het uiterlijk aanzien van de stad is de regering van Nero van bijzondere betekenis geweest.

Toen de keizer zijn ambt aanvaardde, was Rome nog een ouderwetse stad.Langs zeer smalle straten stonden hoge huizenblokken.Ze waren sterk overbevolkt.

Het stadsplan was bovendien grillig en onregelmatig.

De volkswijken met hun vele huurkazernes waren vuil en een broedplaats van ziektekiemen.

Maar het ergste van alles wat de stank en het lawaai, dat ook in de nacht niet ophield.

Maar  gelukkig zijn na de Grote Brand van 64 de straten verbreed en de huizen minder hoog geworden. Nero heeft een schitterend stratenplan laten ontwerpen.

Ondertussen bemerk ik dat  de drukte is toegenomen.

Ondanks het ontbreken van rijtuigen is er op de straten een ongelooflijk gekrioel.

Het is een gedrang en geduw en gestomp zoals wij ons nu niet kunnen voorstellen.

Het publiek op straat is erg bont.

Ik zie er Griekse filosofen, Egyptische priesters, Aziatische kooplui, je kunt er zelfs geleerde Hindoes tegenkomen, blonde Germanen,zwarte Nubiërs en matrozen uit Fenicië.

En tussen hen in zie ik  ook veel Joden.

Al dit mensengewoel veroorzaakt een verschrikkelijk lawaai.Straatventers roepen zo luid ze kunnen, bedelaars vragen om een aalmoes, rondtrekkende processies  van zonderlinge godsdiensten brullen hun gezangen in allerlei talen.Schoolkinderen dreunen hun alfabet in scholen die direct aan straat liggen.

De gids vertelt verder:s Nachts is het net zo rumoerig.

 Dan rijden de grote heren terug van hun drinkpartijen over het ongelijke plaveisel.

Door de onverlichte straten dwalen dieven rond. Tienduizenden  hebben  geen baan en hangen verveeld rond in de nauwe straatjes.

Na enkele uren met deze Romeinse gids gewandeld te hebben, heb ik een goede indruk gekregen van het Rome in de tijd van Petrus en Marcus. Ik ga weer terug in de tijd.

Met een krachtig 'Vale' nemen we afscheid vande gids en stappen  in onze tijdmachine op weg naar Nederland 2009