ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Reizen in de Bijbel

Open / Sluit fotoboek


Reizen in de Bijbel

Reizen in de bijbel

Jezus en de apostelen hebben doorgaans te voet allerlei bijbelse plaatsen bezocht. Als wij op reis gaan, nemen we de auto of de trein. Vaak reizen we ook met het vliegtuig. Wij kunnen ons vandaag niet meer voorstellen hoeveel moeite dit reizen te voet gekost moet hebben. Men heeft wel eens uitgerekend hoeveel de apostel Paulus gereisd heeft en men kwam toen op grond van de gegevens in Handelingen tot de conclusie dat hij te land ongeveer 7800 km en ter zee ongeveer 9000 km heeft afgelegd.Paulus heeft veel gereisd in zijn leven. Daarbij droeg hij een mantel om zich tegen regen en stof te beschermen en een hoed met een zeer brede rand tegen de zon. Veel bijbelse plaatsen lagen in landen aan de Middellandse Zee.De bijbelschrijvers hebben zowel over land als over zee gereisd.

Reizen over land

Op zijn reizen over land zal Paulus vaak gebruikt gemaakt hebben van de Romeinse heerwegen, zoals deze Via Egnatia bij Filippi, die hier en daar is blootgelegd.

Soms reist men nog met behulp van éénbultige dromedarissen. Nu hebben grote trucks deze dromedarissen vervangen. Ik heb de bus even laten stoppen om mijn gasten een foto te laten nemen.

De beroemde Via Appia, Romeinse heerweg die uitkwam in Rome

 

Overal langs die weg bevonden zich mijlpalen, die je precies vertelden hoeveel mijl het nog is naar Rome.

Mijlpalen

Vooral keizer Augustus heeft vele nieuwe wegen in het Romeinse rijk aangelegd.

Ik denk bijvoorbeeld aan de weg van Efeze naar Iconium, de Via Sebaste.

Op verschillende plaatsen in Turkije kun je nog gedeelten van deze oude wegen zien.

Een uitgestrekt wegennet verbond de grote steden met elkaar.

Langs die wegen bevonden zich gelegenheden waar je de nacht kon doorbrengen.

Karavaansera's

Zo kun je nu nog in Turkije overal de karavaansera's tegenkomen, pleisterplaatsen langs de grote karavaanroutes die dateren uit de tijd van de Seltsjoeken.

Het was keizer Augustus die een antieke Postbezorgingsdienst instelde, waarbij de koeriers op vastgestelde pleisterplaatsen langs de hoofdwegen van paarden konden wisselen.

Velen reisden met paard en wagen.

 

Per pedes apostolorum

 

Paulus en zijn medewerkers reisden bijna altijd te voet. Het reizen in die tijd was niet zonder gevaar.

Vaak moesten rivieren worden overgestoken. Nu was dit in de zomer meestal geen probleem.Er stond dan weinig water in de rivieren. In de zomer kun je ook vandaag in Turkije vele uitgedroogde rivierbeddingen zien.Maar in de winter was het erg riskant de bruisende kolkende watermassa's van de bergrivieren over te steken.

 Een veerdienst bestond ook meestal niet en we kunnen ons voorstellen dat de apostelen soms met gevaar voor eigen leven een rivier hebben overgestoken. In 2 Kor.11:26 schrijft hij ook over het gevaar van rivieren.

Alleen al tussen het Pisidische Antiochië en Iconium heeft de apostel verschillende rivieren moeten oversteken.

Hij schrijft hierover:"Voortdurend was ik onderweg, bedreigd door rivieren, rovers, volksgenoten en vreemdelingen, in gevaar in de stad, in de woestijn, op zee en te midden van schijngelovigen. Ik heb gezwoegd en geploeterd, vaak zonder te slapen, hongerig en dorstig, vaak zonder te eten, verkleumd en zonder kleren. En dan laat ik al het andere nog buiten beschouwing." (2 Kor. 11:26-28)

De apostel noemt nog een ander gevaar: het gevaar van rovers. In Klein-Azië hielden zich in die tijd tal van roversbenden schuil in het ontoegankelijke bergland.

Op gevaarlijke trajecten sloot men zich daarom soms aan bij een militaire escorte. Meestal was dit niet mogelijk.

Heel wat van die roversbenden werden aangevoerd en van wapens voorzien door deserteurs en vrijbuiters uit de Romeinse cohorten. Het waren vaak militairen die niet konden wennen aan het saaie en rustige leven van de Romeinse kolonies.

Deze kolonies ontstonden telkens als na het einde van de grote veldtochten de gedemobiliseerde soldaten een stuk grond kregen om op die manier een nieuw bestaan op te bouwen.

Op die manier kwamen er bijvoorbeeld in Filippi nogal wat Romeinse veteranen wonen aan wie Lydia de purperverkoopster haar peperdure purperen mantels kwijt kon.

Augustus had bij Filippi zijn rivaal uitgeschakeld en daarvan profiteerden de officieren.

Trots zeiden ze wij hebben het Romeinse burgerrecht! Uit dankbaarheid jegens Mars (de god van de oorlog) had hij in Rome een tempel laten bouwen voor Mars.

Er waren ook militairen die het avontuurlijke leven niet konden loslaten en antieke maffiabenden vormden. Wat de piraten waren voor de reizigers op zee, waren deze roversbenden voor de reizigers op het vaste land. Ze waren een voortdurend gevaar voor de reizigers. Daarom reisde Paulus ook met een heel gezelschap vrienden naar  Jeruzalem om de opbrengst van een geldinzameling aan de behoeftige gemeente daar te brengen (Hand.20:4).

Reizen op zee

   

Met zo'n schip werd Paulus naar Rome gebracht

In onze tijd maakt het voor de zeevaart helemaal niets uit of het nu winter is of zomer. De schepen varen wel. Dat was zeker niet het geval in de tijd van Paulus.Het was veel te riskant om in de winter te varen.

Dat het schip waarmee Paulus als gevangene naar Rome werd gebracht, schipbreuk leed op Malta, was dan ook te wijten aan het roekeloze besluit van de hoofdman niet te overwinteren op Kreta.

Tussen november en maart liep je als stuurman het risico overvallen te worden door de beruchte noordwesterstorm, de Eurakylon. (Hand. 27:14) In Hand. 27:9 wordt vrij nauwkeurig aangegeven in welke periode van het jaar het schip, dat Paulus naar Rome moest brengen, in moeilijkheden kwam; de periode van de vasten was al voorbij. Hiermee heeft Lucas op het oog het vasten op grote Verzoendag, op de tiende Tisri, dat is in de maand oktober. In november was het eigenlijk niet meer verantwoord uit te varen. De nachten werden langer en de stormen kwamen vaker voor. Daarom reisde men op zee slechts van maart tot november. Dat was het : "open seizoen". Het "gesloten seizoen" begon dus al in november.

Kustvaart

Paulus heeft tijdens zijn zendingsreizen meestal gebruikt gemaakt van een kustvaarder.

Zo'n schip voer van het ene eiland naar het andere en van de ene havenstad naar de andere.

Men voer langs de kust.

Dat was wel nodig omdat men nog niet beschikte over een kompas of een zeekaart.

 Men oriënteerde zich op de kust.

Kustvaartuigen werden in de oudheid meestal gebruikt voor vrachtgoederen.Wijn was een belangrijk exportproduct.

Wijn werd vervoerd in grote stenen kruiken, zogeheten amfora's. Leeg lagen ze plat in het ruim.

De tonnage werd berekend naar die stenen kruiken. Normaal vervoerden ze 5000 tot 10.000 amfora's.Bij het varen langs de kust maakte men voortdurend gebruik van de wisseling van land- en zeewind. 's Avonds woei de wind meestal van land af naar zee en 's morgens heerste er meestal een zeewind. Als Paulus van de oudsten te Efeze afscheid heeft genomen in de havenstad Milete, zal hij 's avonds wel met de landwind in het zeil zijn uitgevaren. De hele nacht zullen ze doorgevaren hebben totdat ze in Kos kwamen.

Zeeschepen

Behalve kustvaartuigen waren er ook zeewaardige schepen. Toen Paulus als gevangene naar Rome werd gebracht, voer hij op een kustvaarder die uit Adramyttium kwam.

Daar was zijn thuishaven. In Myra ging hij aan boord van een groot Alexandrijns korenschip. Dergelijke schepen hadden een zeer goede naam. Het

 waren grote, zeewaardige schepen waarmee men met het minste risico de grote oversteek over volle zee naar Rome kon wagen.

Het is zo'n schip geweest waarmee Paulus op Malta schipbreuk heeft geleden.

 

Romeins oorlogsschip met roeiers en zeilen. Het is een zogenoemde 'triremes' waarmee de Romeinen tal van bijbelse plaatsen rond de Middellandse zee in bezit hebben genomen. Tweemaal drie rijen roeiers zitten boven elkaar Het is een nauwgezette recente reconstructie.Op zo'n schip was natuurlijk geen plaats voor gasten.