ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Quirinius

Open / Sluit fotoboek


Quirinius

Quirinius

In het bekende Kerstevangelie uit Lucas 2 lezen we hoe keizer Augustus een volkstelling heeft gehouden in zijn hele rijk. Die was nodig om belasting te kunnen heffen. Alle bezittingen moesten geregistreerd worden. Keizer Augustus is bekend bij velen, maar wie was toch die Quirinius? Waar woonde hij? Ik wist dat hij woonde in een versterkt paleis dat op een eiland in de rivier de Orontes lag. Ik was nieuwsgierig naar eventuele ruïnes van dit paleis. Omdat uit te zoeken moet je met de bus naar Antakya reizen. Dat behoorde vroeger bij Syrië. Nu is het een Turkse stad. In de tijd van de apostelen heette deze plaats Antiochië. Er is nog een andere Bijbelse plaats met die naam. Die ligt in Pisidië.

 

Seleuciden

Deze Quirinius zetelde in Antiochië, in het vroegere paleis der Seleuciden, dat zich op een groot eiland midden in de toen nog zeer brede rivier de Orontes bevond. Het versterkte paleis lag dus midden in het water. De huidige rivier (die nu Asi genoemd wordt) heeft echter geen eiland meer. Door de kanalisatie van de Asi is de rivier erg smal geworden. Je bent de brug in vijf minuten overgestoken naar het stadscentrum van Antakya.

 

Orontes

Vroeger was de rivier veel breder. De Orontes stroomde vroeger van Antiochië naar Seleucië (Hand. 13:4), de havenstad waar Paulus en Barnabas hun eerste zendingsreis zijn begonnen. Als ik langs de Orontes loop denk ik ineens ook aan Lucas de evangelist. Het is zo goed als zeker, dat hij hier gewoond heeft en hier medicijnen gestudeerd heeft (Kol 4:14).

 

Lucas 

Ik vind het heel opmerkelijk dat hij van alle schrijvers van de Nieuwtestamentische boeken, de enige schrijver is die van niet-Joodse afkomst is. Het trof mij dat Lucas in zijn evangelie (6:5) de naam Nicolaüs noemt. Deze proseliet, (Jodengenoot zegt de NBG vertaling) kwam ook uit Antiochië. Nog verrassender vind ik het dat Lucas in Hand. 13: 1 de leraren en profeten uit Antiochië bij name noemt. Dat bevestigt het vermoeden dat hij zelf uit deze stad afkomstig was. Wellicht heeft hij met sommigen van hen vaak langs de Orontes gewandeld. Ze zullen op hun wandelingen dan zonder twijfel ook gekeken hebben naar de vele noria’s, met hun knarsende en piepende schoepen, die toen net als nu de Orontes een bijzonder aanzien gegeven hebben. Heeft Lucas ook de samenkomsten van de gemeente in de Segonstraat bezocht? In ieder geval toont Lucas voortdurend belangstelling voor deze kerk en haar leden.

 

Niet bevaarbaar

De Orontes stroomde bij Seleucië in zee. In de tijd van Paulus was de Orontes vanaf Antiochië niet meer bevaarbaar en daarom moesten Paulus, Lucas en Marcus op weg naar Seleucië lopen langs de Orontes. Keizer Vespasianus heeft met behulp van duizenden gevangen Joden na de val van Jeruzalem in het jaar 70 nog geprobeerd de Orontes na het dichtslibben open te houden, maar dit was tevergeefs. Aan die poging herinnert nog een inscriptie met de naam van deze keizer bij de ingang van een kloof bij de Middellandse Zee die toen Mare nostrum heette. 


Paleis Quirinius

Er schijnt een eeuw geleden nog een eiland in de rivier geweest te zijn. Oudere inwoners van Antakya vertelden me dat het gebied tussen het huidige busstation (in het Turks ótogar) en de rivier de Orontes ‘Ada’ genoemd werd. En ‘Ada’ betekent eiland. Dáár heeft het vroegere paleis der Seleuciden vermoedelijk gestaan en later ook het paleis van Quirinius zelf. Het zal vlak bij die plek zijn waar nu het busstation zich bevindt. Daar was dus de residentie van de Romeinse stadhouder. Hij droeg de titel “Amicus Caesaris’ vriend van de keizer en ‘Socius populi Romani’. Hij fungeerde als pasbenoemde ‘legaat van de keizer’ voor heel het oosten. Hij was de hoogste in rang. Hij was legioensgeneraal met volmacht van de keizer. Hij moest alle maatregelen nemen voor een census die uit twee etappes bestond: de registratie en de inning. In Lucas 2 komt de registratie, de inschrijving ter sprake. Later vond de inning plaats. Het is vooral die inning geweest die de woede van het volk opwekte.

 

Koningin van het Oosten

Antiochië was een schitterende stad. Het was de derde stad in het Romeinse rijk. Alleen Rome en Alexandrië waren groter. Maar Antiochië was luxer en rijker. Ze werd de koningin van het Oosten genoemd. Alles kon je kopen, alles kon je genieten. Een grote menigte sprankelende fonteinen en ruisende watervallen gaf de stad iets feestelijks. Antiochië was ook een Lichtstad. Ze was wereldberoemd om haar straatverlichting. "Dag en nacht onderscheiden zich bij ons alleen door een verschillende manier van verlichting", schreef eens een inwoner die heel trots op zijn stad was.

 

Afropdite

Daardoor kon de verering van Afrodite, de godin van de liefde ook 's nachts met grote intensiteit door gaan. Haar cultus ging met veel uitspattingen gepaard in Antiochië. Drank, seks en drugs. Het kerkgebouw van de gemeente lag aan de Singonstraat en Lucas zal hoogstwaarschijnlijk ook daar de samenkomsten van de gemeente bezocht hebben. Daarom wist hij ook zo goed dat de volgelingen van Jezus daar in Antiochië voor het eerst christianoi, christenen genoemd worden. In deze stad woonden veel slaven. Het was de gewoonte dat zij genoemd werden naar de naam van hun meester. De slaven die in de Singonkerk bijeen kwamen werden ook genoemd naar hun meester, Zo ontstond de naam christianoi, christenen. De joodse christenen werden “mensen van de weg” genoemd. (Zie christianoi).