ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Offerhoogten

Open / Sluit fotoboek


Offerhoogten

 

Offerhoogten

(zie ook Altaar)

Ik vind het zeer opmerkelijk dat in alle godsdiensten in de loop der eeuwen  mensen gedacht hebben dat ze moesten offeren om een god of goden of een Hogere Macht gunstig te stemmen.

Het unieke van het christelijk geloof is dat God zelf voor een offer gezorgd heeft in Jezus Christus.Het christelijk geloof is daarom de enige religie die bevrijdend is. Eens en voor goed heeft Christus het offer gebracht op de offerhoogte Golgota.

Zeer bijzondere bijbelse plaatsen zijn de vele offerhoogten die in de bijbel genoemd worden. De Kanaänieten en de Moabieten waren gewoon hun goden te vereren op heilige heuvels en heilige bergen.

Altaar van Zeus. Dit stond in Pergamum en bevindt zich nu in het Pergamummusuem te Berlijn

Offeren

 De offergedachte is oeroud. En of de koning zich nu offert voor zijn volk, of de vader voor zijn zoon offert, of dat men slaven of krijgsgevangenen aan de godheid aanbiedt, altijd is het zo dat de geofferde zich offert of geofferd wordt in plaats van de ander. Met andere woorden: offers zijn altijd plaatsvervangend. In oude tijden werden mensenoffers en zelfs kinderoffers  bracht aan Moloch .Daarna is het dier in de plaats van de mens gekomen en de mens bevrijdt zich door het offeren van een stier of een lam. Dat is een oerreligieus gegeven. Daarom hebben alle godsdiensten ook altaren, waarop geofferd  wordt. Alle godsdiensten gaan er van uit dat vrijheid alleen verkregen wordt door het offer, in welke vorm dan ook. De .prijs van de vrijheid is het offeren van de vrijheid. Zo wordt ook de dood van Jezus aan het kruis in deze beelden geschilderd: offer. lam, vloeiend bloed. Voor de antieke mens was het bloed  hét cultische teken van reiniging en bevrijding. Als het Nieuwe Testament dus zegt, dat wij gereinigd zijn door het bloed van Christus, dan moeten wij goed weten wat dit betekent. Zoals een lam in een antieke tempel geofferd werd voor het heil van mensen, zo sterf ik voor jullie. Jullie kunnen nu voor het aangezicht van God verschijnen zonder dat je bang hoeft te zijn. Zonder de angstige gedachte dat Hij jouw leven zal eisen ter verzoening van je zonden

 

Men dacht dat de goden boven de aarde in de hemel woonden. Daar, boven op de hoogten had men een schitterend uitzicht, maar men bevond zich ook dichter bij de goden. Dat dacht men.

 

Overal altaren

Z’n offerhoogte bestond uiteen altaar. Als je door het Palestijnse land liep zag je overal de rook van de brandoffers omhoog kringelen. Een markant gezicht! Het was daarom niet moeilijk om de offerhoogten te ontdekken.

Een gewijde steen (een massebe). Deze masseben vertegenwoordigden de Baäls, de mannelijke goden

Een gewijde paal (asjera) De asjera’s of astartes (zie bij Astarte) vertegenwoordigden de godinnen. (zie ook Kanaän)

 

Hier heb je nu zo’n offerhoogte met allerlei rituele ruimten en verblijven voor de priesters en priesteressen. Opgegraven godenbeelden van Baal en Astarte

Baaltempel in de Libanon

 De gewoonte op hoogten te offeren hadden de Israëlieten vaak overgenomen van de bewoners van Kanaän.

De Farao offert aan de Horus-Valkgod (terrastempel Hatsjepsoet). Als adoptiefzoon van de goden heeft zijn offer extra gewicht om goden gunstig te stemmen. Hoe heel anders offert de koning van Israel: David. In psalm 27 : 6 lezen we dat hij God de HEER zingend met geschal wil offeren. Het zijn offers der dankbaarheid omdat David de Heer daar aanwezig weet

Vooral na de verwoesting van Silo was dit het geval, maar ook later na de scheuring van Israel in een tienstammenrijk en een tweestammenrijk, was hiervan sprake.

De tempel in Jeruzalem kon men in het tienstammenrijk niet bezoeken. Eerst bracht men nog offers aan God de HEER maar langzamerhand ging men ook aan heidense goden offeren.

In de tijd van koning Rehabeam van Juda was het hek helemaal van de dam:”Op alle hoge heuvels en onder elke bladerrijke boom bouwden ook zij offerplaatsen, richtten ze gewijde stenen op of plaatsten ze Asjerapalen. Ook werd in het land tempelprostitutie bedreven (1 Kon. 14 23)

God de HEER was daar woedend over en strafte Juda met een inval van Farao Sisak van Egypte.

Deze farao houdt een strafexpeditie naar Juda.

 Koning Rehabeam moet een grote oorlogsschatting betalen aan de farao.

 Een deel van de tempelschatten moet hij afstaan aan de farao en ook de 500 gouden schilden van zijn vader, koning Salomo.

Tussen haakjes:We lezen uitvoerig over hem in II Kron. 12. Buitengewoon boeiend is het om dit verhaal terug te vinden aan de buitenzijde van rechterpiloon van de grote Amontempel te Karnak in Egypte. Dáár heeft deze Farao het resultaat van zijn Palestijnse veldtocht  laten inbeitelen en ook op deze piloon wordt de naam van Rehabeam genoemd en zijn grote overwinning op de koning van Juda.

Tientallen jaren later werd Asa koning van Juda. Hij was een vrome koning, die de afgodendienst afschafte, Maar de hoogten

liet koning Asa staan.

 En ook Josafat volgde zijn voorbeeld. Zo bleef het volk offers brengen buiten de tempeldienst om.

 Het volk bleef “offeren op de hoogten”!

Het is eerst de vrome koning Hiskia die een radicaal einde maakt aan ‘het roken op de hoogten’.

Hij is het die niet alleen  de afgoderij uitroeit, maar ook de offerdienst op de hoogten verbiedt en de tempeldienst in volle glorie herstelt.

Altaren op de offerhoogten

In zekere zin is een altaar ook een bijbelse plaats. De altaren die in de bijbel genoemd worden, waren doorgaans voor heidenen en Israëlieten, plaatsen waar brandoffers gebracht werden.

Er zijn ook altaren opgericht als een soort monumenten, steunpunten voor het geheugen.

Zo b.v. in Jozua 22: 26,27) Dat zijn uitzonderlingen.

De mensen hebben van de vroegste tijden af altaren gebouwd want religie is in de mens ingebakken.

 De Kanaänieten bouwden altaren met schitterend bewerkte en gehouwen stenen en de Grieken versierden hun altaren met marmer en goud. God de HEER wilde daarentegen dat een altaar niet méér zou zijn dan een stapel stenen of een hoop aarde.

En er mocht zeker geen rijkversierde trap naar toe leiden. De altaren van het volk Israël in tabernakel en tempel waren uiterst simpel! Ze waren bedoeld als illustraties van het offer dat de Messias zou brengen op de heuvel Golgota.

Daar kwamen ook geen versieringen aan te pas.

Het kruis was kaal. De plek van de verzoening hoeft geen opsmuk of kunstige versiering nodig.  

.