ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Nubier redt de profeet Jeremia uit de put

Open / Sluit fotoboek


 Nubier redt de profeet Jeremia uit de put

 

 Nubie

 

Hoofdstraat in Assuan waar de meeste Nubiers wonen.

Velen zijn gedwongen naar Assuan of andere plaatsen te verhuizen  vanweg de bouw van de Assuan-dam. Daardoor ontstond een reusachtig groot meer, (het Nasser meer), in zuidelijk Egypte bij de grens met de Soedan.

 

Nubische vrouwen

 

Nubiers  bij Assuan

Monument dat herinnert aan de bouw van de gigantisch grote Assuandam, die duizenden Nubiers verdreef uit hun dorpen aan de Nijl, waar hun voorgeslachdt altijd heeft gewoond.

 

Ze lieten Jeremia met touwen in de waterkelder zakken. In de put stond geen water meer, er was alleen modder, waarin Jeremia wegzakte. Jeremia 38

 Ebed-Melech, een hoveling afkomstig uit Nubië, hoorde daarvan. Hij bevond zich in het koninklijk paleis, terwijl de koning zitting hield in de Benjaminpoort.| Ebed Melech ging naar hem toe en zei:Mijnheer de koning, het is misdadig dat deze mannen Jeremia in een waterkelder hebben gegooid.

 

 

Waarom moet hij juist daar van honger omkomen? (Jeremia 38:9)

Toen beval Sedekia Ebed Melech met 30 man naar de put te gaan en Jeremia eruit te trekken.”

 

Nassermeer

   

De Nubiërs woonden in het uiterste zuiden van Egypte (zie Aboe Simbel). Met het oog op de bouw van de Aswandam en de aanleg van een reusachtig groot stuwmeer moesten vele Nubiërs verhuizen.

Zo ontstond het Nassermeer

Het was in Nubië altijd heet en droog.

Een Nubiër van ongeveer 30 jaar vertelde mij eens dat hij nog nooit regen had gezien!

Ik was daar ook een keer verrast door een mooie afbeelding Egyptisch-Nubische vrouwen. Ze zitten voor een feestje bij elkaar. Zien jullie die kegels op hunhoofd? Op hun zwarte pruiken dragen ze vetkegels van geparfumeerd vet, dat heel langzaam smelt. De middelste vrouw (derde van rechts)biedt haar vriendin achter haar een lotus aan. Deze vrouwen zijn gekleed in geplooide linnen gewaden. Het dienstmeisje links dient een beker wijn op. De tafel staat afgeladen vol met fruit, vlees, groente en brood

 

 Ebed Melech

Ebed Melech? Hij was wel afkomstig uit Nubië maar hij had een belangrijke functie in het paleis van koning Sedekia van Juda.

 

Hoewel hij een allochtoon was had hij toch te doen met de profeet Jeremia.

Koning Sedekia had de profeet in een diepe waterput laten gooien, waar hij vast en zeker van honger en dorst zou zijn omgekomen als Ebed Melech niet zo vrijmoedig geweest was om bij de koning audiëntie aan te vragen en hem attent te maken op de verschrikkelijke situatie van de profeet.

 De ministers hadden de koning het advies gegeven Jeremia in de put te gooien.

 Staatsgevaarlijk was die Jeremia, want die profeet  had Sedekia in naam van God bevolen zich aan de Chaldeeën over te geven (Jer.38;2).

 De Chaldeeën (zie daar) waren de soldaten van koning Nebukadnezar. Zo worden ze in de Bijbel genoemd.

Net zo’n behandeling als Jezus

Met wat versleten kleren en oude lappen liet Ebed Melech Jeremia aan touwen naar beneden zakken en vroeg vervolgens aan hem die onder zijn oksels te stoppen en de touwen er onder door heen te trekken.

Zo heeft een Nubische allochtoon de Jood Jeremia gered.

Hij was een barmhartige Samaritaan uit het Oude Testament. Ik vind de details ontroerend .

Jeremia moest gered worden, maar met de minst mogelijke averij.

De touwen konden eens gaan knellen. Jeremia was toch al zo uitgeput. Daarom moest hij afgedragen kleren en lappen onder zijn oksels leggen.

In deze Nubiër herkennen we het beeld van Christus. Ook Hij was met grote ontferming bewogen over de ellendigen. Jezus lijkt op de Nubiër. Hij lijkt óók op Jeremia.

Deze geschiedenis doet mij ook denken aan de arrestatie van Jezus.

Ook Hij heeft de leiders van het Joodse volk tevergeefs gewaarschuwd. Ook Hij werd gevangengenomen.

 Ook Hij werd op die donderdag vóór Goede Vrijdag in een diepe kuil gegooid (de kerker onder de gevangenis).

Ook Hij werd met touwen onder de oksels omhoog gehesen uit die smerige put, maar nu niet om gered te worden maar om veroordeeld te worden op de Gabbata (zie hiervoor Via Dolorosa).