ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Nebukadnezar De eunuch die Jeremia bevrijdde

Open / Sluit fotoboek


Nebukadnezar  De eunuch die Jeremia bevrijdde

 

 Eunuch

 

 Op deze kleitablet lezen we de naam van de rechterhand van koning Nebukadnezar die de profeet Jeremia uit het soldatenverblijf van koning Sedekia in Jeruzalem liet halen en hem met veel respect behandelde.

 

 In spijkerschrift

Hij vroeg aan Jeremia “Kunnen wij misschien nog iets anders voor u doen? “Breng mij naar de woning van mijn vriend Gedalja” (Jer. 39:14). Wat verrassend niet, dat je nu nog zijn naam kunt lezen! De Babyloniërs worden in het boek Jeremia Chaldeeën genoemd. Wie waren de Chaldeeën?

 

 De hangende tuinen van koning Nebukadnezar waren in die tijd wereldberoemd.

 

 Chaldeeen

De Chaldeeën waren een Semitisch volk uit de oudheid. Zij maakten deel uit van de Aramese stammen die rond het begin van het eerste millennium v.Chr vanuit de Syrische woestijn het stroomgebied van de Eufraat begonnen binnen te dringen.

In juli 2007 is door Dr Michael Jursa bekend gemaakt dat er een tablet is gevonden waarop deze naam staat, de tekst van dit kleitablet is als volgt:

(Betreft) 1,5 minas (0,75 kg) van goud, het bezit van Nabu-sharrussu-ukin, de belangrijkste eunuch, dat hij via Arad-Banitu eunuch verzond naar [de tempel] Esangila: Arad-Banitu heeft [het] aan Esangila geleverd.

In aanwezigheid van Bel-usat, zoon van Alpaya, de koninklijke lijfwacht, [en van] Nadin, zoon van Marduk-zer-ibni. Maand XI, dag 18, jaar 10 [van] Nebuchadnezzar, koning van Babylon.

Het tablet is gedateerd in het 10de jaar van de regering van Nebuchadnezzar, 595 v.C., twee jaar na de deportatie van Jehoiachin, koning van Juda=============================

Spijkerschrift

“Het zogenaamde spijkerschrift is een van de oudste vormen van schrijfkunst.

Meer dan drie millennia hebben vele volken zich op deze wijze uitgedrukt. Zo ook volken die we in de bijbel tegenkomen:

 Assyriërs, Hethieten, en de Babyloniërs.

 Met een scherpe stift werden de spijkerachtige tekens in klei gedrukt. Na harding in de zon of in een oven was de tablet klaar voor gebruik: verzending of opslag in archieven, die onder de oude volken verrassend accuraat werden bijgehouden )

Nu is er onlangs een kleitablet gevonden met de naam  van een hooggeplaatste figuur uit het rijk van koning Nebukadnezar.

Het tablet is opgegraven in Sippar en bevindt zich met vele duizenden andere tabletten in het Brits Museum in Londen.

 Het is een naam van een persoon die ook in de bijbel voorkomt (Jeremia 39: 3) Nebusarsechim heet de man.

 Dat lijkt niet zo bijzonder, want we hebben in Israel wel meer bijbelse namen gelezen die in graniet waren ingebeiteld.

 Ik denk bijvoorbeeld aan de namen van keizer Tiberius en Pontius Pilatus. Hun namen zijn nog steeds te lezen in de ruïnes van Caesarea aan Zee.

 Bij genoemde tablet gaat het echter over iemand die nog zes eeuwen eerder heeft geleefd!!!

 

Nebusarsechim

Genoemde heer Nebusarsechim gaf in het jaar 595 vóór Christus een tempelgift in goud aan de tempel van de god Esangila in de stad Babylon. Dat was in het tiende jaar van koning Nebukadnezar die in het jaar 605 vóór Christus koning in Babylon was geworden.

Eunuch

Deze mijnheer moet niet alleen heel rijk geweest zijn, maar ook een hoge positie hebben bekleed aan het hof van koning Nebukadnezar.

Zijn belangrijke positie blijkt uit het feit dat hij samen met andere autoriteiten bij de koning mocht plaatsnemen in de Middenpoort van de ingenomen stad Jeruzalem (Jer. 39: 3).

Volgens Dr.W.M. de Bruin was hij waarschijnlijk een hoofd-eunuch die voortdurend in de persoonlijke nabijheid van koning Nebukadnezar en zijn hofhouding verkeerde.

Tot die hofhouding behoorde ook een uitgebreide harem. Daarom was hem zijn mannelijkheid ontnomen, zodat de koning hem zonder enig risico kon toelaten tot zijn harem.

In de NBV wordt hij een ‘rabsaris’ genoemd. Met dat woord zou een hoofd-eunuch worden bedoeld. Genoemde heer Nebusarsechim die in 595 v.Chr. een tempelgift schonk aan de hoofdgod van Babylon zou dus heel goed dezelfde geweest kunnen zijn als de persoon die in Jeremia 39 genoemd wordt.

Waarschijnlijk is hij ook inderdaad dezelfde persoon. We hebben hier dus een parallel van een Bijbeltekst met een buitenbijbels gegeven

De bijbel heeft toch gelijk?

In die zin is er wel over geschreven door de christelijke pers. Het gelijk van de bijbel is echter niet afhankelijk van het wetenschappelijk onderzoek dat een assyrioloog heeft verricht  op duizenden kleitabletten. De bijbel wordt niet betrouwbaarder nu die naam is gevonden.

 Wel is deze vondst een bevestiging van wat we al lang wisten, namelijk dat de bijbel ons verhaalt over historische gebeurtenissen en dat zij ingebed is in een concrete werkelijkheid.