ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Mesopotamie/ Religie

Open / Sluit fotoboek


Mesopotamie/ Religie

Mesopotamische religie.

 

 

 

 

 

De tempeltoren Esagileia in het hart van de stad Babylon aan de Eufraat was het religieuze centrum van Babelonie

 

 

Deze hoofdpoort van Babel is genoemd naar de godin Isjtdar

Mesopotamische goden 

 

De bewoners van Mesopotamië kenden ongelooflijk  veel goden en godjes.

Hun pantheon was erg onoverzichtelijk. Zelfs de priesters raakten soms in de war. Ik vermoed dat zij daarom wel erg blij geweest zullen zijn dat de 1e dynastie van Babylon enige orde op zaken ging stellen in het gewemel van de godheden. Er kwam namelijk een nieuwe rangorde. Men ging onderscheiden tussen zes oppergoden onder leiding van de twee nationale goden Marduk en Assur. Men ging uit van twee drietallen oppergoden die  voortaan  onder Marduk gerangschikt werden. Marduk was de god van de nieuwe staat Babylon. Hij werd het hoofd van de nieuwe godenschaar. Met de god Assur van Assyrië werd hij toegevoegd aan het pantheon. Marduk en Assur waren de twee grote nationale goden van Mesopotamië. Het eerste drietal bestond uit de goden

Anu, Enlil en Ea. Maar er moest ook rekening gehouden worden met andere godheden, die er nu aanmaal waren. Die ging men nu weer wat oppoetsen, in ere herstellen onder toezicht van Marduk. Zo ontstond het tweede drietal: Sin, de maangod en zijn twee telgen: Sjamasj de zon en Isjtar, de planeet Venus. De maangod Sin was altijd de belangrijkste god van Mesopotamië geweest. Door zijn verschillende schijngestalten regelde hij de loop der maanden, want het jaar bestaat uit lunaire maanden, die van tijd tot tijd in overeenstemming met het zonnejaar moesten worden gebracht. Voor de Mesopotamiërs was de maansikkel de boot waarin Sin het hemelruim doorkliefde. De volgende god was Sjamash, de zon. Sjamash is de zoon van  maangod.

Voor ons is het wel erg vreemd dat de  zon de zoon is van de maangod, want voor ons is de zon veel belangrijker dan de maan. Weliswaar verwarmt de morgenzon de aarde, maar naarmate hij zijn loop voltrekt wordt hij steeds minder een weldoener der mensheid.  Hij verschroeit het gewas en de vlakte wordt een woestijn. Daarom was de maangod belangrijker dan de god van de zon. Tenslotte was er nog steeds een godin tijdens de 1 dynastie van Babel:

Isjtar, die een versmelting was van verschillende vrouwelijke godheden. We kennen beelden waaruit blijkt dat Hammurabi al Sjamash vereerde.

 

De dood van de koning greep diep in in het leven van zijn onderdanen. Het was een slecht voorteken voor het land. De koning was de natuurlijke bemiddelaar tussen de mensen en de goden. Zijn dood werd beschouwd als de aankondiger van een verstoring van de orde der dingen. Als de koning gestorven was, kwam er ook een natuurlijke stilstand van vegetatie en gewassen.  

Angstig leven

Met welke vormen van godsdienstigheid kwamen  de Joodse ballingen uit Jeruzalem in aanraking?

 De jaarlijks terugkerende ontstuimige  Mardukfeesten in Babylon zouden ons de indruk kunnen geven dat de bewoners van Mesopotamië het nog zo slecht niet hadden. De invloed van de verplichte religieuze rituelen en voorschriften waren voor de bevolking echter verstikkend. Ontembare en ontelbare wraakzuchtige goden, strikt in hun eisen, omgaven de dagelijkse levensverrichtingen. De Mesopotamiërs stelden zich het bestaan voor als een wereld die dicht bevolkt was met demonen en gedrochten. De mensen verkeerden in een voortdurende angst. Altijd voelde men zich bedreigd en nergens was men zeker van zijn leven. Ook de vorst was niet te benijden. Ook hij was een gijzelaar van zijn priesters met hun eeuwige veeleisendheid. De Mesopotamiër schijnt zwaartillend geweest te zijn. In ieder geval niet begiftigd met een natuurlijke opgewektheid zoals de Egyptenaar. Men  vermoedt dat de Egyptenaar veel lichtvoetiger was. Zijn kunstwerken laten ons een uitbundige kleurenpracht zien in de onderaardse graven. Die ontbreken bij de Mesopotamiërs. 

Processies 

 

Het was gebruikelijk om bij het gebed de handen omhoog te heffen.

De ritualen bevatten tal van hymnen en gemeenschappelijke gebeden. Soms waren er pauzes. Dan hieven de gelovigen met elkaar een zuchten aan. Soms werden processies gehouden hetzij in de onmiddellijke nabijheid van de tempels, hetzij. in de stad. Het was een indrukwekkende optocht, waarin verschillende godenbeelden werden meegedragen, vele priesters  en  tal van vertegenwoordigers van de regering meeliepen. Aan de kant van de weg zag het zwart van belangstellenden, vooral als de koning meeliep. Het offer nam in de eredienst een voorname plaats in. Het waren eenvoudige plengoffers van melk, wijn of honing, die voor de godheid werden vergoten. Vaak waren het  brandoffers van allerlei dieren. Een gedeelte van het offerdier at men zelf, het overige ging naar de priesters. Het ingewikkeldst waren de ceremonieën die de koning als hogepriester moest verrichten. Reinigingsriten waren een vereiste voor alle cultische verrichtingen. Aan iedere god waren bepaalde feestdagen gewijd. De meest indrukwekkende plechtigheid vond plaats in het voorjaar in de maand Nisan. In de natuurreligie treurde men over het afsterven van de natuur en  de vreugde over de terugkerende groeikracht. Later komt daar nog  bij de  verheerlijking van Marduk wiens heldendaden dan worden opgehaald. Die hadden hem het leiderschap over de goden bezorgd.

 

 Dragen of gedragen worden?

In zijn Esagilatempel ontving Marduk de andere goden, waarvan uit de omliggende steden de beelden waren afgevaardigd. Hoe scherp was de kritiek van de profeten op de goden van Mesopotamië. Ik denk aan Jesaja 46: 4. De Mesopotamische goden werden in de processies gedragen, maar de God van Israël hoeft niet gedragen te worden. Hij draagt zijn volk.”

 Tot in de grijsheid blijf ik torsen, ik heb het gedaan en zal dragen, torsen en redden”.