ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Melaatsenkolonies

Open / Sluit fotoboek


Melaatsenkolonies

  

 

Ziekenhuisje voor melaatsen in het jaar 1890

 

Melaatsen bezaten soms een ratel om mensen te waarschuwen dat zij er aankwamen.Ze riepen ook ONrein, onrein. Melaatsheid was vooral een cultische onreinheid.Afbeelding van de afzichtelijkheid van de zonde

 

 

Melaatdsenkolonie

 

 

 

  De meest schrikwekkende Bijbelse plaatsen vind ik de plaatsen waar de melaatsen verblijf hielden. Ze hielden verblijf op begraafplaatsen en in rotsholen. Ver buiten de bewoonde wereld. We komen ze vaak in het Nieuwe Testament tegen. Melaatsheid en lepra zullen niet veel van elkaar verschillen. De arme bedelaar over wie Jezus vertelt (Luc.16: 19-31) zal zeker ook melaats geweest zijn. Zijn hele lichaam zat immers vol zweren. Jezus geeft hem de naam Lazarus. De naam ‘melaatsheid”   komt ook  bij hem vandaan. Een melaatse had de ziekte van Lazarus (mal de Lazarus). En “mal” is het Franse woord voor ziekte. In de uitdrukking ”ben je belazerd’ zit ook het woord melaats verstopt. De vertalers van de NBV hebben gekozen voor het woord “huidvraat”.

 

 Heel vaak werden armen en benen uitgeschakeld. Dan konden de melaatsen alleen maar kruipen

 

De ziekte had twee kenmerken. Ze was afzichtelijk en  ze was  besmettelijk.

Sommige Joden geloofden dat deze verschrikkelijke ziekte een gevolg was van een bepaalde zonde. Een melaatse zou  daarom uitgesloten zijn van het Gods rijk. Dat is zeker niet zo. De arme Lazarus komt bij Jezus in de “schoot van Abraham:”.In Leviticus  13 komt de uitvraat uitvoerig ter sprake. En wat blijkt nu? 

  

Melaatsheid als teken

 

De huidvraat die de mens van top tot teen heeft aangetast, wordt door God gebruikt als een zichtbaar teken. Je kunt misschien denken aan een oudtestamentisch sacrament. Net zo afzichtelijk als de melaatsheid is de zonde. Zo moet Israël de ernst van de zonde  verstaan. Huidvraat had in de Bijbel in  haar vele varianten dus een symbolisch karakter. Het is vooral een religieus begrip. De zonde is net zo afschuwelijk en weerzinwekkend als de melaatsheid. De verschijning  van een melaatse was  voor Israël een soort aanschouwelijk onderwijs. Een melaatse moest zijn kleren scheuren, zijn haar los laten hangen, baard en snor bedekken en “Onrein, onrein” roepen. Dat waren symbolische karakteristieken van rouw. Een melaatse was een levend dode. De melaatse is een pars pro toto-figuur. Hij vertegenwoordigt de hele mensheid.

 

Levend dood

 

 De mensheid is door de zonde  ‘levend dood’. Voor ons heeft het woordje ‘onrein’ de betekenis van vuil, vies en smerig, maar dat is zeker niet de betekenis in context van de Bijbel. Iemand die onrein was mocht niet in de tempel komen. Hij was cultisch onrein. Hij stond buiten de gemeenschap van mensen en buiten de gemeenschap met God. Hij was een zichtbaar, afschuwelijk, levend symbool van de zonde. Hij was een uitgestotene, een paria.

 

 

Jezus en de melaatsen

 

In Marcus 1: 40 lezen we dat een melaatse tot Jezus komt. Dat mocht hij natuurlijk helemaal niet doen. Dat was verschrikkelijk. En wat vraagt hij aan Jezus? Maak mij alstublieft beter? Nee, hij zegt:Als u wilt kunt u mij rein maken. U kunt mij reinigen,dat wil zeggen:weer toelaten in de tempel en in de gemeenschap met God. Jezus wordt met barmhartigheid bewogen, strekt zijn hand uit, raakt hem aan (wat streng verboden was) en zegt tot hem: Ik wil het; word rein”.(Marc 1: 41).Jezus is hier méér dan een geneesheer. Hij is de Heiland die de mens laat  delen in de gemeenschap met God. De priester kon de melaatse alleen rein verklaren. Jezus kan hem ook rein maken.

Het onderscheid tussen rein en onrein wordt nu helemaal opgeheven. God houdt ook van onreinen

 

In Caesarea bij de centurio

 

 

Petrus zag  in een  droom een groot laken uit de hemel neerdalen aan de vier hoeken.(Hand. 10:11) Daarin  bevonden zich allerlei viervoetige en kruipende dieren en allerlei vogels. Alleen de vissen waren er niet bij. Dat is net als in de ark van Noach. In de ark van Noach waren ook geen vissen op genomen. Die konden zichzelf wel redden. Alle andere dieren               werden gered. Reine en onreine. Want ook de onreine dieren zijn voor God de moeite waard. Er kwam toen een stem uit de hemel: sta op Petrus, slacht en eet. Petrus zei: Beslist niet HERE,want ik heb nog nooit iets gegeten, dat onheilig of onrein was. Toen kwam er weer een stem uit de hemel: Wat God voor rein verklaard heeft, mag jij niet voor onheilig houden”