ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Magie in Bijbel

Open / Sluit fotoboek


Magie in Bijbel

Magie in Bijbel (Zie ook: Magie in Egypte) 

 

De slang speelt in de belevingswereld van het oude Egypte een grote rol. Hij verdedigt de farao en daarom is de kop van een cobra altijd op het voorhoofd van de farao afgebeeld 

 

De bronzen toverstaf van de magiers is het tegenbeeld van de herdersstaf van Mozes.

De kronkelende slangestaf  van de tovenaar. Zo zag       een staf van een Egyptische magier er uit. Hij is afkomstig uit het Louvre in Parijs en nu te zien in Leiden. Het heeft mij heel veel moeite gekomst om hem vast te leggen op onze site. Hij glipte me telkens tussen de handen door

In het Rijksmusunm van Oudheden in Leiden is er een tentoonstelling over Egyptische magiërs. Dr.Maarten Raven, Egyptoloog, vertelt hierover in de catalogus Egyptische magie (Walburg pers Zutphen):

De beroemde Perzische koning  Darius had al een magiër in dienst als lijfarts. Hij mocht naar huis, (dus naar Egypte), terugkeren om het ‘Levenshuis’ de beroemde opleiding van de magiërs,schrijvers,priesters en artsen in het oude Egypte te gaan leiden.

 

 

 

Door magische spreuken werden terracotta soldaatjes weer tot leven gebracht. De farao kon in de onderwereld niet zonder leger!

 

 

Magie was in die oeroude tijden geen bijgeloof. Magie  was de basis van het wereldbeeld. Je kon zieken genezen en de toekomst voorspellen met magie. Magie speelde in de religie wellicht de hoofdrol. Je moest de goden altijd weer gunstig stemmen.

 

Psalmen

 

Hoe totaal anders is het geestelijk klimaat in de psalmen! De psalmdichter bidt in diepe afhankelijkheid “zie in gunst op mij van boven, wees mij toch genadig HEER!” En David bidt: was mij geheel van mijn ongerechtigheid, reinig mij van mijn zonde, want tegen u, U alleen heb ik gezondigd (Ps 51).Toch weet David dat de HERE God grenzeloos genadig en oeverloos barmhartig is. Gods vriendelijk aangezicht geeft vrolijkheid en licht.

 

 

De godin Sechmet heeft twee aangezichten, dat van eenkat en van een leeeuw

 

 

Sechmet in zandsteen afgebeeld

 

Maar de goden in Egypte hadden altijd twee gezichten. Denk maar aan de godin Sechmet. Als het je lukte de godin gunstig te stemmen werd zij een vriendelijke kat, maar lukte het je niet, dan werd ze een gevaarlijke leeuwin. Het ging er dus altijd om de goden gunstig te stemmen. Hoe kon je dit het beste doen? Er waren allerlei methoden, maar de bekendste was toch wel het uitspreken van bezweringsformules. Het brengen van veel offers was ook een methode. Hoe duurder zo’n offer, des te beter het was. En stierenoffers was het kostbaarste. Natuurlijk waren er ook de magiërs met hun toverstaven.

  

Staf van Mozes en de staven van de magiërs.

 

In  Exodus 7 lezen we hoe Aäron zijn staf neerwierp voor de farao en hoe  deze staf een slang werd. Wat bleek nu al heel gauw? Wel, dat de Egyptische magiërs door hun toverkunsten hetzelfde konden doen. Door het uitspreken van toverformules werden hun staven ook slangen. In het genoemde museum te Leiden kun je zo’n toverstaf zien. Hij is van brons gemaakt en hij kronkelt als het ware  over de vloer. Ik probeer nog een foto van die slang te krijgen. Hoe liep het nu af bij de farao? Dat lezen we in Ex. 7: 12.De staf van Aäron verslond de staven van de tovenaars.

 

Niet de toverstaf, maar de staf van de profetie verlost

 

De schrijver heeft een boodschap! Mensen die vandaag zijn opgegroeid bij de natuurwetenschap en het rationalisme van de Verlichting, hebben moeite met het verhaal uit Exodus 7. Dat kan toch nooit gebeurd zijn? Ze nemen echter niet de moeite  de context van dit verhaal te begrijpen. Maar God heeft zich niet aangepast aan de moderne wetenschap, maar aan de belevingswereld van Israël in Egypte.

Je moet je voorstellen dat heel de Egyptische samenleving tot de kleinste dorpjes toe doordrenkt was van de magie. Overal kon je de magiërs en priesters met hun toverstaven tegenkomen. In de belevings-en voorstellingswereld van het oude Israël namen zij een zeer grote plaats in. Bij het bewerken van je land, het zaken doen, het bestrijden van overstromingen en ziekten, overal had men de hulp van de tovermannen nodig. Zelfs op je sterfbed  had je de magiërs  nodig om je met behulp van de dodenboeken te kunnen voorbereiden op je reis naar de onderwereld. Heel het leven werd geleid en bedreigd door bovennatuurlijke machten en goden. De enige mensen die op die machten invloed konden uitoefenen waren de  tovenaars met hun bezweringsformules en toverstaven. Ze hadden daardoor niet alleen grote macht, maar zij hadden daarom ook veel gezag. 

Twee  bejaarden bij de farao

 

 En dan  verschijnen daar twee stokoude mensen, van 80 en 83 jaar aan het Egyptische hof (Ex 5:1). Ze  vragen audiëntie aan bij de farao. Het zijn schaapherders nota bene. Zij hebben  het meest verachte en verachtelijke beroep dat de farao kent.

Geen wonder als de hovelingen van de farao  wel vreselijk hebben moeten lachen.

 

 

Staf van de profeet contra de toverstaf

 

 

Geen wonder dat de farao vraagt of zij zich kunnen legitimeren.

 Doet u eens een wonderteken!

Wat is uw legitimatiebewijs?

We moeten ons afvragen; welke bedoeling heeft de auteur gehad toen hij dit verhaal opschreef? 

In de eerste plaats heeft hij willen vertellen dat het de HERE God is geweest die zijn volk uit de macht der farao’s heeft verlost.

Ze hebben  niet zichzelf bevrijd door hun militaire macht of door hun aantal. Ze waren immers maar een klein volkje. En het enige wapen dat hun leiders Mozes en Aäron bij zich hadden was een herdersstaf.

De staf van Mozes was symbool van het Woord van God. Mozes was immers een profeet.

 De profeet moest het met zijn herdersstaf opnemen tegen de toverstaven van de magiërs.

 

De staf van het Woord

 

De auteur van Exodus heeft een boodschap. Hij wil zeggen dat God zijn volk niet verlost door militair geweld van strijdwagens, maar door te vertrouwen op  de beloften van God,, op de staf van zijn Woord.

De schrijver vertelt dat de staf van Aäron alle andere staven verslond.

 De bedoeling is duidelijk; De schrijver wil zeggen dat het de God van Israël geweest is die Israël uit de slavernij van de farao heeft gered.

“Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land  Egypte,uit het diensthuis, geleid heb (Ex.20:1).Wij hebben de neiging historisch getinte vragen te stellen:wie was die farao en hoe  heeft alles precies plaats gevonden?  De schrijver heeft vooral  die andere, diepere dimensie op het oog:God heeft zijn volk bevrijd op zijn unieke wonderbaarlijke manier.