ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Loofhut / Joods

Open / Sluit fotoboek


Loofhut /  Joods

 Loofhuttenfeest 

===================================

  

Mea Sjearim

 

Mea Sjearim is een ultra-orthodoxe wijk in Jeruzalem. Het stadsdeel werd in 1875 gesticht door orthodoxe joden uit Oost-Europa. De naam werd ontleend aan Gen. 26:12 waar Izaak honderdvoudig (mea shearim) oogst. Mea shearim betekent honderd poorten. Ze hebben betrekking op de poorten in de beschermende stadsmuur van deze wijk. Dit stadsgedeelte  is in vorm en levensstijl volledig identiek  met de ghetto’s van Oost-Europa uit de 19e  eeuw.

Je waant je in deze wijk in een totáál andere, vreemde en toch  fascinerende wereld.

De eigen klederdracht, de pijpenkrullen bij de jongens, de mannen met de hoeden met bontrand, de getrouwde vrouwen met geschoren hoofdhaar en pruiken.Het is allemaal zo verrassend anders, zo echt Joods.

 Jiddisch

 Door verscheidene groepen wordt Jiddisch gesproken, omdat men het Hebreeuws een te heilige taal vindt  voor het gebruik van alledag.

“De eerste dag moeten jullie mooie vruchten plukken (ze lijken op citroenen), takken afsnijden van de dadelpalmen, van de myrtebomen en de beekwilgen “(Lev. 23:40)Het zijn in het Hebreeuws de lulav, de hadassa en de aravia. Het loofhuttenfeest duur zeven dagen.

Hier onderzoekt een koper in Mea Sjearim of de blaadjes van de myrt wel in een set van drie groeien en daarom geschikt zijn voor het feest.

De Joden leven er in een sukkah, op het balkon of in de tuin. Daar gebruikt men de maaltijden en slaapt men ook. Het dak van de sukkah is bedekt met palmbladeren waardoor je kunt heen kijken.Je moet de lucht kunnen zien.

 Zie Lev. 23: 42 “Zeven dagen moeten jullie in hutten wonen om jullie kinderen eraan te herinneren dat ik de Israëlieten in hutten deed wonen toen ik hen uit Egypte wegleidde”

De vier genoemde soorten planten houdt men in de hand en worden tijdens de gebeden in vier richtingen bewogen.

”Gezegend  zijt gij God, onze HEER, koning van het heelal, die ons geheiligd hebt met geboden” Men bidt om regen voor de winter.

 

 Bar mitzwah

De jeugd krijgt onderwijs in de teksten van de  tora.”Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg en als u naar bed gaat en als u opstaat”(Deu.6:6-9) Als de zoon 13 jaar is geworden, wordt hij ingewijd als “bar mitzwah”, zoon van de wet.

Vele duizenden feestvierende orthodoxe joden verzamelden zich vorige week in oktober (2006) op het grote plein bij de Westelijke muur. Daar ontvingen zij op de derde dag van Sukkot de zegen van de priesters (cohenim);”Moge de HEER u zegenen en u beschermen. Moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de HEER u zijjn gelaat toewenden en u vrede geven (Numeri 6:24-26)”

Aan het einde  van het Loofhuttenfeest vindt er een grootse feestviering plaats. De “Simchat Tora” Het feest van de vreugde over de tora.De torarollen worden uit de ark van de synagoge genomen en in een wijde cirkel  rond de gebedshal gedragen.Tegelijk  wordt er uitbundig gedanst en gezongen.

Het is één van de vrolijkste dagen van de Joodse kalender.Met dit festijn is de Joodse cyclus van schriftlezingen voltooid.

Men begint de tora weer vanaf het begin te lezen. Symbolisch wil men hiermee zeggen dat de studie van de tora nooit ophoudt!

 Loofhuttenfeest  tijdens Ezra

Ezra behoorde tot de tweede groep ballingen die uit  Perzië terugkeerde. Hij was priester, schrijver en goed onderlegd in de wet van Mozes.(Ezra 7:6).De gehele gemeente van hen die uit de ballingschap waren teruggekeerd, maakte loofhutten en woonde in de loofhutten. Dat  hadden de Israëlieten niet gedaan sedert de dagen van Jozua (Nehemia 8:37) Hals over kop wordt het volk aangespoord om er op uit te trekken en terug te komen met olijf-oleaster-mirte en andere loofboomtakken. Ze bouwen hutten en vier er feest in.

In Lev. 23 en Deut. 16 waren de regels voor het Loofhuttenfeest gegeven. Tussen Jozua en Ezra zaten 700 jaar. Hoe is dat mogelijk? Zelfs in de dagen de vrome koning Josia was men zover blijkbaar niet gekomen (2 Kon.22). Hoeveel exemplaren van de wet zullen er in die zevenhonderd jaar in omloop zijn geweest?