ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Leeuwenkuil/Opstanding

Open / Sluit fotoboek


Leeuwenkuil/Opstanding

Daniel in de leeuwenkuil

zie ook Leeuwenkuil /Daniel voor meer historische gegevens

 De verwerping  van Daniël in de leeuwenkuil is niets anders geweest dan een neerwerpen in de dood. Het was de bedoeling geweest van Daniels vijanden dat hij verslonden werd door de muilen van de leeuwen. Een steen moet elke opening tot het leven afsluiten. Nedergedaald in het rijk van de dood.. Daniël  de  rechtvaardige die geen straf verdiend had, krijgt de doodstraf. Hij deed alleen maar goed in het grote rijk van Darius de Meder.(Daniel 6:26). Zo ging het en zo gaat het in deze wereld nog steeds. De duisternis kan het licht niet verdragen. Daniëls gebeden irriteerden Darius. en zijn stadhouders. Weg met die Daniël! En wat blijkt nu als we Daniël 7: 20 lezen? God redt Daniël niet van de doodstraf. Hij wordt in de leeuwenkuil geworpen. Maar hij wordt wel bevrijd van de leeuwen.. Ze doen hem zelfs in de leeuwenkuil geen kwaad. 

  

  

Leeuwenkuil van Jezus

 Er is een overeenkomst met de kruisweg van Jezus. De farizeeën en Romeinen lijken verdacht veel op de stadhouders en rijksbestuurders waarvan in Daniël sprake is. Wat heeft  dit verhaal ons vandaag nog te zeggen?In de kuil waarin onze geliefden zijn afgedaald, is geen leeuw meer te vinden. Jezus Christus heeft ze allemaal afgemaakt. Zoals  Simson die een leeuw van muil tot muil uitéénscheurde, zo heeft Jezus alle veroordelingen tegen ons verscheurd . Zo is de dood  gedood en het leven is ons verschenen. Door het geloof in de Gekruisigde en Opgestane,weten we zelfs in het graf in Gods hand. Totdat Hij ons er uittrekt in de kielzog van onze Heiland, de opgestane Christus. 

Onze leeuwenkuil

 Ieder mens komt uiteindelijk in de leeuwenkuil terecht. De begrafenisondernemer zal dit bevestigen Niemand wordt gered van de dood  We worden wel gered van de leeuwen, de grote vijanden van de mens. Schuld, zonde en vergankelijkheid.

Open vensters in de richting van Jeruzalem

In het laatste  Bijbelboek wordt het komende rijk van God getekend met beelden die ontleend zijn aan het oude Jeruzalem.

Wij zijn burgers van het Nieuw Jeruzalem.

Soms zijn we het uitzicht op die Stad van God kwijt.

 Het venster naar Boven is dan gesloten.

Dan moeten we de rolluiken optrekken of de tralies wegbreken.

Een mens die geen uitzicht heeft naar Boven is als een huis waarvan de vensters getralied zijn.

En toch is ons gebed geen slag in de lucht. De hemel is voor ons niet gesloten.

De toekomst is niet dicht. Ook al zijn er veel vensters dichtgegaan in ons leven, toch hebben we uitzicht, want we hebben open vensters in de richting van Jeruzalem.

Op de hoogste verdieping van zijn riante woning in Babel bezat Daniël open vensters in de richting van Jeruzalem (Dan 6: 11).

Vroeger zaten er tralies voor.

Maar Daniël had ze laten wegbreken.

Hij wilde vrij uitzicht hebben naar het westen.

Daar lag Jeruzalem.

Daar had God zijn naam bekendgemaakt.

Daar woonde God onder zijn volk.

Daar bevond zich de tempel.

Daar werden vroeger de offers der verzoening gebracht.

Voor Daniël werden veel vensters gesloten.

Zijn collega’s kregen een hekel aan hem. Hij was de lieveling van Darius. Zij waren jaloers op Daniël.

En Daniél bleef een vreemde, een vreemdeling.

Waarom moest Darius nu uitgerekend zo’n vreemde jood, zo’n onderkruiper op die hoge post van minister-president plaatsen?

Hij vereerde bovendien ook niet de Perzische god van het licht en de Perzische god van de duisternis.

Ze wisten de koning zo ver te krijgen dat hij een wet ging uitvaardigen dat de eerste maand niemand tot enige god mocht bidden dan tot de koning. Was de koning eigenlijk ook niet een beetje god?

Daniël moest niets hebben van de leer met de twee goden die de Perzen kenden.

 Hij bleef trouw aan de God van Israël, en hij bad driemaal daags tot God, want hij had open vensters in de richting van Jeruzalem.

De Joden kenden God als een God van liefde en eindeloze barmhartigheid. “Barmhartig is de HERE en groot van goedertierenheid”.

Daarvan is geen sprake bij alle Mesopotamische godsdiensten.

 Hun goden waren wreed, meedogenloos en veeleisend en de bewoners leefden in een voortdurende angst voor de terreur van goden en geesten, demonen en gedrochten.

Tegen die achtergrond krijgt het gebed en het geloof van Daniël een scherp reliëf.

Daniel had open vensters in de richting van Jeruzalem