ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Leeuwenkuil/Daniel

Open / Sluit fotoboek


Leeuwenkuil/Daniel

Symbool lijden identiteit Joodse volk

 

De leeuwenkuil van Daniël is ook een Bijbelse plaats.

Hij was in het park van de koning uitgegraven. Van boven was hij open en omgeven door een ringmuur.

Daniëls verblijf en zijn redding uit de leeuwenkuil staan symbool voor het Joodse volk in tweeërlei opzicht.

  1. Er is op aarde geen enkel volk dat zo zeer vervolgd is als het Joodse volk.
  2. Er is op aarde geen enkel volk dat zo zeer zijn identiteit heeft weten te bewaren als het Joodse volk. De Filistijnen, Amelekieten, Moabieten en vele andere volken zijn verdwenen, maar het Joodse volk heeft zijn eigenheid en religie door de eeuwen heen behouden. Dit alles met het oog op de Messias  

 

In de muur van de leeuwenkuil bevond zich een opening, die door een steen werd afgesloten. Via deze opening gaf men de leeuwen hun voedsel. Het werpen voor de leeuwen was bij de Perzen een manier waarop men misdadigers ter dood bracht..

Perzische koningen

In drietalig spijkerschrift waren de daden en het hele gebied van deze Perzische koningen beschreven. (5e eeuw vóór Christus!)

Je vraagt je misschien af:In welke tijd leefde Daniël? En wanneer Esther? Ik geef  een klein overzicht.

Vier keer is er in de bijbel sprake van het optreden van een Perzische koning. Het Perzische rijk was een wereldrijk dat zich uitstrekte van de Kaukasus tot Ethiopië!

Koning Cyrus (Kores) was de Perzische koning die Babylon veroverde en de joodse ballingen terug liet gaan naar Israël.(530 -486 v.Chr.) Zijn graf is in Persepolis.

Koning Darius is zijn kleinzoon over wie we lezen in Daniël 6. De leeuwenkuil waarin Daniél werd gesmeten, stond in zijn paleispark. Bij  Maraton verloor hij van de Grieken waardoor Europa gevrijwaard werd van een Perzische heerschappij

Koning Xerxes was zijn zoon. In de bijbel is hij bekend onder de naam van Ahasveros, die zijn gemalin Wasti verstootte en Esther huwde.

Koning Arthaxerxes was zijn zoon en hij was de Perzische koning  die er  voor zorgde dat de tempel in Jeruzalem herbouwd werd (bijna een eeuw na het einde van de ballingschap !)

Darius woonde in Babylon, Susan, Persepolis en ‘s zomers in het koele Ecbatna bij de Kaspische Zee Hier zie je de Isjtarpoort die ook de joodse ballingen passeerden (Pergamummusuem Berlijn Oost)

Weet je wat wel bewaard is gebleven als herinnering aan die leeuwenkuil? Dat is een afbeelding in graniet van koning Darius van de Meden en de Perzen, die tegen zijn wil opdracht heeft gegeven Daniel in de leeuwenkuil te werpen. Hij vond dit verschrikkelijk, maar hij had nu eenmaal opdracht gegeven. Het was een wet van Meden en Perzen die niet herroepen kon worden.

 

Hier zie je een afbeelding van koning Darius, koning van de Meden en de Perzen. Dit beeld staat nog steeds in het voorportaal van zijn paleis in Persepolis. [

Darius en zijn satrapen!

Koning Darius zit op zijn troon, hij heeft een gestileerde baard, een scepter in zijn hand en ik vermoed dat onder zijn troon de vazalvorsten zijn afgebeeld die hij had onderworpen. Wellicht stellen zij de 120 satrapen voor die hij in zijn rijk had aangesteld. En wie is dan de figuur achter Darius? Het zou wel heel mooi zijn als hiermee Daniël uitgebeeld zou zijn. Hij kreeg een toppositie in het Perzische rijk (Dan 6:4)

Nu is de vraag: wie is die Darius de Meder over wie we lezen in Daniel 6: 1?  Hij verkreeg het koningschap over het Perzische rijk na de dood van Belsasar, de koning der Chaldeeën. (met de Chaldeeën worden de Babyloniërs bedoeld) zie Daniël 5:30. De geleerden weten nog steeds niet wie hij precies geweest is, maar zeker is toch wel dat hij na de verovering van het Babylonische rijk voorlopig in Babel zijn residentie had en dat hij 120 satrapen aanstelde en boven hen drie rijksbestuurders van wie Daniël er één was. (Dan.6:3) Zeker is ook dat Daniël éérst onderdaan was van het rijk van Nebukadnezar en daarna van het Perzische rijk, eerst onder het koningschap van Darius.

 

 Open vensters

Op de hoogste verdieping van zijn riante woning in Babel bezat Daniël open vensters in de richting van Jeruzalem (Dan 6: 11).

Vroeger zaten er tralies voor.

Maar Daniël had ze laten wegbreken.

Hij wilde vrij uitzicht hebben naar het westen.

Daar lag Jeruzalem.

Daar had God zijn naam bekendgemaakt. Daar woonde God onder zijn volk.

Daar bevond zich de tempel.

Daar werden vroeger de offers der verzoening gebracht.

Voor Daniël werden veel vensters gesloten.

Zijn collega’s kregen een hekel aan hem. Hij was de lieveling van Darius. Zij waren jaloers op Daniël. En Daniél bleef een vreemde, een vreemdeling.

Waarom moest Darius nu uitgerekend zo’n vreemde jood, zo’n onderkruiper op die hoge post van minister-president plaatsen?

Hij vereerde bovendien ook niet de Perzische god van het licht en de Perzische god van de duisternis.

Ze wisten de koning zo ver te krijgen dat hij een wet ging uitvaardigen dat de eerste maand niemand tot enige god mocht bidden dan tot de koning. Was de koning eigenlijk ook niet een beetje god?

Geen twee godenleer

Daniël moest niets hebben van de leer met de twee goden. Hij bleef trouw aan de God van Israël, en hij bad driemaal daags tot God, want hij had open vensters in de richting van Jeruzalem.

De Joden kenden God als een God van liefde en eindeloze barmhartigheid. “Barmhartig is de HERE en groot van goedertierenheid”.

Daarvan is geen sprake bij alle Mesopotamische godsdiensten.

 Hun goden waren wreed, meedogenloos en veeleisend en de bewoners leefden in een voortdurende angst voor de terreur van goden en geesten, demonen en gedrochten.

Tegen die achtergrond krijgt het gebed en het geloof van Daniël een scherp reliëf.

 

Licht en duisternis

De beeldloze Perzische god van het licht.

De Perzen geloofden dat er twee goden in onophoudelijke strijd met elkaar gewikkeld waren. De god van het licht en de god van de duisternis. Dat was dus een vorm van dualisme.

De eredienst van de god van Israël, kende ook geen beelden.

 Net zo min als de Perzische god van het licht.

Je kun dus wel begrijpen dat de Perzische beeldloze religie een grote aantrekkingskracht heeft uitgeoefend op Israël.

Beelden waren voor de profeten van Israël altijd een aanstoot en een ergernis geweest en daarom was de beeldloze cultus van de god van het licht voor het volk Israël een grote verzoeking. 

In Perzië hebben allerlei denkbeelden die niet van Joodse stam zijn de Joden sterk beïnvloed.

 Allerlei voorstellingen van God en satan, van hemel en hel, van licht en duisternis behoorden tot de geestelijk nalatenschap der Perzen.

Toch is Israël uiteindelijk niet gezwicht voor dit Perzische dualisme! Hoor, Israël, de Heer, uw God is een énig God!

Identiteit  bewaard

Israël heeft zijn identiteit weten te behouden.

 Een echo hiervan kunnen we nog vinden in de profetieën van Jesaja (45:6-7) ”Ik ben de HEER en er is geen ander, die het licht vormt en het duister schept.

Het Nieuw Jeruzalem

In het laatste  Bijbelboek wordt het komende rijk van God getekend met beelden die ontleend zijn aan het oude Jeruzalem.

Wij zijn burgers van het Nieuw Jeruzalem.

Soms zijn we het uitzicht op die Stad van God kwijt.

 Het venster naar Boven is dan gesloten.

Dan moeten we de rolluiken optrekken of de tralies wegbreken.

Een mens die geen uitzicht heeft naar Boven is als een huis waarvan de vensters getralied zijn.

En toch is ons gebed geen slag in de lucht. De hemel is voor ons niet gesloten.

De toekomst is niet dicht. Ook al zijn er veel vensters dichtgegaan in ons leven, toch hebben we uitzicht, want we hebben open vensters in de richting van Jeruzalem.