ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Kyrie Eleison(1|

Open / Sluit fotoboek


Kyrie Eleison(1|

Kyrie eleison

  Wat betekenen de woorden ‘Kyrie eleison?  Vroeg een een bezoeker. Het zijn Griekse woorden:Heer ontferm u over ons. Veel muzikale missen bevatten deze woorden. De katholieke kerk van alle eeuwen belijdt:Jezus is de Kyrios, of de Kurios. (Joden zeiden Joshua in plaats van Jezus en de Grieken Jèsous).

 

Jezus werd geboren in een stal, in en kribbe omdat voor Hem in de 'Kataluma' (het gastenverblijf van de herberg) geen plaats was. Die plaats was al ingenomen door de belastinginspecteurs van Quirinius

 

Niet alleen de Rooms-katholieke christenen kennen deze belijdenis, ook de protestants katholieke  christenen belijden dit van harte.Nu is er  enkele jaren geleden  is  een boek verschenen van prof.dr. A. van de Beek,met de titel Jezus Kurios – Christologie als hart van de theologie. Ik neem hier graag iets van over voor de theologisch geïnteresseerde bezoeker van onze site. (wordt vervolgd) 

Wat betetekent Kurios?

 

(Kurie is de zesde naamval van Kurios)

In de naam Kurios ligt al de goddelijke afkomst opgesloten van onze Verlosser , want de naam Kurios, (Heer) ,werd  in de  Griekse vertaling van het Oude Testament altijd gebruikt voor de Godsnaam JHVH (Jahweh). Ik ben met dit boek erg  blij , want  Van de Beek schrijft  ”Met de belijdenis van de Godheid van Christus staat of valt het christelijk geloof”.Van de Beek is een groot geleerde en hij heeft al veel wetenschappelijke  werken op zijn naam staan. Hij  vindt het onzin als mensen beweren dat de gewone mens Jezus van Nazareth in een proces van eeuwen geleidelijk aan door de christelijke gemeente tot God gemaakt is, (gehelleniseerd is )met het Concilie van  Chalcedon als eindpunt, waar van Jezus werd beleden :Hij is echt God, echt mens,  

Vere  Deus, vere homo.

 Hij schrijft dat van  meetaf aan  alle  grote schrijvers zoals Justinus, Irenaeus, Tertullianus en Origenes de menswording van God hebben geleerd. Vanaf het begin heeft de kerk beleden dat in Jezus God zelf tot ons  gekomen is. Dat is de diepe en enige zin van het Kerstfeest. Ook bij   de grote stromingen van de tweede eeuw is de gedachte dat  Jezus God is, nooit betwist. Zelfs de ketterse richtingen die het volkomen -mens zijn van Jezus ontkenden, hebben altijd erkend dat in Christus God zelf ons verschenen is. Het gaat om de aardse mens  Jezus, met zijn menselijke, al te menselijke geschiedenis. En deze deze man uit het Palestina van de eerste eeuw is de enige ware God.! 

Ergernis voor de Joden

 De belijdenis van de godheid van Christus was voor de joden een  struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid. Zo schreef Paulus al: Immers de joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken  een gekruisigde Christus.(1 Kor. 1 : 21) . Op het  titelblad van het boek van Van de Beek is een tekening  overgenomen die op het Palatijn in Rome in een steen is gekrast.

 

 

Spotprent in de catacombe: Alexander aanbidt zijn god!!!

Deze stelt een ezel voor, die aan het kruis is gehangen. “Alexander aanbidt zijn God” staat erbij geschreven. Een god die zich aan een kruis laat doden is bespottelijk.En wie Hem aanbidt, is Hem gelijk.

 Later zou Tertullianus schrijven dat het  in de ogen van mensen  het een absurde gedachte is, dat een god, die zich laat groeien in de buik van een vrouw, mens wordt, sterft en begraven wordt, de ware God is. Geen enkel weldenkend mens  zou  dat verzonnen kunnen hebben.  

Waarom juist de Grieken?

 Ik heb me afgevraagd waarom juist de Grieken  zo furieus tegen de menswording van God waren. Dat hing, denk ik, samen met hun visie op het leven. De oude Grieken waren voortdurend op zoek naar het schone en naar diepe wijsheid. Zij zochten het gekroonde en bekranste leven. Ik bezit als herinnering daaraan nog een schitterend gebeeldhouwd marmeren handje dat ik in Laodicea vond. De Grieken zochten altijd wat mooi was. Ze waren voortdurend op zoek van het lagere naar het hogere .In dat denkpatroon paste wél de vergoddelijking van de mens, maar niet de boodschap dat God afdaalde tot de misère van het mens zijn, laat staan  tot de ellende van het kruis.  

Ook in de islam

 Trouwens ook in de Islam  vindt men het absurd, dat God  mens zou worden. Allah is groot en het is beneden zijn waardigheid mens te worden. Volgens van de Beek is een  christelijke theologie die niet begint met de christologie  een omweg. Als we God het helderst kennen in Christus, moeten we met die helderste kennis beginnen.  

Jezus is Heer.

  Al binnen 15 jaar na de dood van Christus, waren alle christenen  van die waarheid overtuigd. De christenen waren zo overweldigd door het optreden van Jezus, dat de latere uitvoerige belijdenis van Chalcedon, reeds in de belijdenis van de eerste christenen  aanwezig  was. Van de Beek zegt dat we niet  moeten beginnen met de eigenschappen van God, buiten Christus om! In de hellenistische wereld werden de christenen “atheoi” genoemd; mensen zonder God. De “God” van de christenen behoorde niet tot de categorie die je redelijkerwijs ‘god’ kon  noemen. Maar toch  gaat het  uiteindelijk om een persoonlijke relatie. Je kunt hierbij denken aan de ouder-kind relatie en de relatie tussen twee partners. Een relatie die niet stuk kan.. God openbaart zich als een persoon, die in mijn leven verschijnt .God is er in mijn bestaan. We kunnen daarvoor geen verklaring geven, zelfs niet die waarbij we zeggen:natuurlijk is Hij bij mij, want Hij is God. 

God is een iemandachtig wezen

 We moeten niet uitgaan van van een abstract idee van God, maar van een heel concreet persoon, Jezus van Nazareth, in wien Hij ons bestaan gedragen en verzoend heeft. Geen wonder dat van de Beek niets moet hebben van een zogenoemde lage christologie, die Jezus slechts ziet als  een voorbeeldig mens of als een volmaakte verbondspartner. Met   vele, vele  honderden aanhalingen uit de Schrift toont  Van de Beek aan dat bij zo’n christologie we van de zekerheid beroofd worden dat we uitsluitend door God Zelf verlost kunnen worden.

Nestorius

 Hij was een verlicht theoloog uit de Antiocheense school, die beïnvloed was door het Griekse denken.Hij moest niets hebben van de term  “Moeder Gods” die men in Efeze aan Maria toekende. God kon niet geboren worden. Het godsbeeld van Plato en Aristoteles was dat God een hoogste onafhankelijk Wezen is, God was het Zijnde. Dit is ook het  godsbeeld van de latere westerse filosofie.. Het was het beeld van een God, die nooit mens kon worden. 

Theotokos

 Daarom verzette Nestorius zich fel tegen het Theotokos, wat  letterlijk  betkent:“die God gebaard heeft”. God wordt niet geboren en Hij  wordt niet begraven. De motieven van de Griekse wijsbegeerte vinden we weer terug in de Verlichting.. De Antiochenen begonnen altijd bij het algemene, en abstracte en niet bij het concrete;Christus de Godmens. Tegenover de Antiocheense school stond de Alexandrijnse school .B.v. Cyrrillus die  er telkens voor opkwam dat er geen verlossing is als God ons menselijk bestaan niet aanneemt. De mens is vervallen aan de zonde en de dood en de mens kan daaruit niet zelf ontsnappen, als God ons bestaan niet deelt.Twee bewegingen zien we telkens weer in de kerkgeschiedenis: de een is optimistisch over de menselijke mogelijkheden en tracht op rationele wijze theoologie te bedrijven. De ander, de Alexandrijnse school en Luther b.v. belijden, dat er alleen verlossing mogelijk is als God Zelf ons bestaan draagt.

God deelt ons bestaan

 Athanasius heeft slechts één thema, namelijk dat God ons leven deelt en daardoor redt. Omdat God deelt in ons bestaan, mogen wij delen in Gods heerlijkheid. Hoe deelt Hij in ons bestaan ? Hij kent van binnen uit, uit ervaring wat mensen lijden en mensen kapot maakt. De theologie  van de Alexandrijnen is daarom de theologie voor mensen die niets meer te verliezen hebben. De verlorenen. God hééft iets met verlorenen. Dat is jammer voor de rijken. Maar verlorenen kunnen ook rijken zijn. Jezus at met tollenaren en hoeren. Maar de tollenaren van het evangelie waren niet de armen, maar juist de rijke uitbuiters en de hoeren waren geen vrouwen die verhandeld werden,het waren geen slavinnen, maar de rijke vriendinnen van de rijken. Ze waren self-supporting en namen het er goed van. Toch waren beide groepen in Gods ogen straatarm 

Schatrijk;tollenaren en prostituees

 Het grootse probleem voor de tollenaren en de hoeren was niet dat zij schatrijk waren, want dat waren ze meestal wel, het grootste probleem vandaag is nog niet dat we zonde doen, maar dat we zondaren zijn. Het is dat bestaan dat God met ons wil delen in Jezus Christus