ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Jezus uiterlijk (4)

Open / Sluit fotoboek


Jezus uiterlijk (4)

Bovenkleedkwasten

 


Kleedkwasten de tsietsiet  De bloedvloeiende vrouw raakte die kwasten bij Jezus aan bij de zoom van zijn bovenkleed Het aanraken  bij van die kwasten betekende je vertrouwen stellen op hem en hem om hulp vragen

Jezus’ kleedkwasten (4) 

Wat Jezus herkenbaar maakte als jood waren de tsietsiet, de kwasten aan zijn bovenkleed,pallium of himation.

In Marc. 5:27 lezen we over een bloedvloeiende vrouw die Jezus’ bovenkleed van achteren. Ongezien dus. Volgens de reinheidswetten mocht ze Jezus niet aanraken, want

 Onrein

zij was door haar bloedverlies onrein geworden. Ze doet het dus stiekum. De talliet van Jezus had vier kwasten. Twee aan de voorzijde en rtwee aan de achterzijde van het kleed helemaal onderaan.. Dat doet ze in de steevaste overtuiging dat ze dan genezen zal.In Matt 9:20 lezen we de juiste terminologie:de zieke vrouw raakte van achteren de kwasten van zijn kleed aan. Die kwasten waren blauwpuperen draden om elkaar heen gevlochten. Sommige vertalingen hebben: de zoom van zijn kleed. Dat is niet helemaal juist.De kwasten zijn het meest zichtbare joodse kenmerk van Jezus. De bloedvloeiende vrouw herkent Jezus aan de kwasten van zijn kleed. Van achteren bezien waren alle kleren gelijk.

 

Vastpakken van kwasten

 

Weet u wat dat betekent? De bloedvloeiende vrouw raakte de tsietsiet van Jezus kleed aan. Die kwasten vormen de textiele extensie, (uitbreiding) van iemands identiteit. Het vastpakken van iemands tsiesiet betekende dat men tot hem een dringend verzoek richt.

 

Slip van zijn kleed

 

Zo moeten we ook Zach.8:23 verstaan:” Zo spreekt de Heer tot de machten:In die dagen zullen tien mannen uit alle volken van de wereld  één joodse man vastgrijpen bij de slip van zijn kleed  en tegen hem zeggen;”Met u willen wij meegaan, want we hebben gehoord dat  God met u is”.Met die ene man is natuurlijk Jezus bedoeld.Toen de vrouw de purperen kwasten van Jezus’ bovenkleed aanraakte deed ze een klemmend beroep op heel zijn persoon.

 

Net als bij Jairus komt het aan op het geloof: Uw geloof heeft u gered