ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Ik ben de messias

Open / Sluit fotoboek


Ik ben de messias

 

 

 

 "Wanneer de messias komt, zal hij ons alles vertellen" zei de Samaritaanse Jezus zei tegen haar "Dat ben ik, die met u spreekt"(Joh. 4 :25)

Jezus is de menselijke gestalte van God  De volksredenaar zoekt de massa, Jezus zoekt de enkeling.Hij wil onze sprekspartner zijn. Hij gaat er rustig voor zitten.Hij schreeuwt niet maar Hij luistert met aandacht, want liefde is aandacht God is zoals Jezus is.

Levend water is stromend water

 

 

 

 

 

Jezus was gekleed als een rabbi. Hij wil met iedereen een gesprekspartner zijn.

Hij begint zijn gesprek met mensen als Hij aan het meer van Galilea  mensn roept Hem te volgen. De Samaritaanse vrouw wordt geroepen, de disipelen worden geroepen. Hij is geen officier die beveelt, maar een herder, die door het gesprek mensen roept. Wij zijn allemaal geroepenen.In Joh. 4 zien we dat het gaat om geven en ontvangen Als u wist wat God u wil geven....zegt Jezus tot de Samaritaanse

 

Zal de Samaritaanse vrouw er zo hebben uitgezien. Dit is een Koerdische vrouw

Bron in Sichem

 

 Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zei tot haar:”Geef mij te drinken (Joh.4:7)’. 

De Jakobsbron Dit is een van de weinige plaatsen in de bijbel waarvan we zeker weten dat Jezus hier geweest is

Johannesis de enige evangelist die de ontmoeting met de Samarita ianse vrouw heeft opgetekend. Dit gebeuren heeft zo’n onuitwisbare  indruk op hem gemaakt, dat ongeveer zestig jaar later elk detail van deze ontmoeting hem nog helder voor de geest stond.

 In het Grieks 

Jezus converseerde waarschijnlijk in de Griekse taal. Dit was namelijk de voertaal in het gehelleniseerde Samaria. En Jezus beheerste het Grieks zoals blijkt uit zijn gesprek met de Grieken en uit het verhoor door Pontius  Pilatus.

 

Uit Sichar 

De vrouw komt uit Sichar, ongeveer een kilometer  ten noordoosten van het vroegere Sichem.

Daar was de bron die aartsvader Jakob nog had gegraven.

Wat  is dat vreemd: een Samaritaanse vrouw komt uit Sichar, maar verlaat de stad om bij de Jakobsbron water te putten. Dat is een afstand van één kilometer. Terwijl Sichar  zelf een bron heeft. Ontvluchtte ze de stad? Dat denken velen. Veel uitleggers zeggen dat de ontmoeting tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw op het heetst van de dag plaats vond. De Nieuwe Bijbelvertaling vertelt ons dat het rond het middaguur was. In de grondtekst lezen we dat het zesde uur was. De meeste uitleggers nemen nu aan dat genoemde ontmoeting  midden op de dag plaats vond. Dan staat de zon het hoogste aan de hemel. Maar deze uitleg is beslist onjuist. Ten eerste wordt de tijdsaanduiding ‘het was het zesde uur’  niet in verband gebracht met de ontmoeting met de Samaritaanse vrouw, maar de aankomst van Jezus in die plaats. De ontmoeting kan dus uren later plaats gevonden hebben zoals ik aanneem. In de tweede plaats werd op het heetst van de dag helemaal niet gereisd noch water geput. Dat de vrouw vanwege haar seksuele contacten de stad ontvluchtte, is hoogst onwaarschijnlijk vanwege haar vele goede contacten in de stad.(Joh.4:28)

 

 

Hier moet de put in Haran gelegen hebben waar Jacob Rebekka ontmoette. Er was hier inderdaad en bron.

 

 Romeinse klokkentijd

  

 

Maar het belangrijkste argument om de ontmoeting niet op het heetst van de dag te laten plaats vinden is dat de tijd gesteld moet worden op de Romeinse, en niet op de Joodse klok. Johannes rekende met de Romeinse klok die 6 uur vroeger ingesteld is dan de joodse. En dus meer lijkt op onze kokkentijd. Dan was het geen twaalf  uur in de middag, maar 6 uur in de avond. Omstreeks dat uur waren de vrouwen gewoon  water te putten. Dan konden ze ook de laatste nieuwtjes uitwisselen. Het was voor vrouwen hét uitje van de dag.

Jezus is erg vermoeid na de lange tocht. Hij heeft dorst. De leerlingen zijn naar de stad Sichar gegaan om hun dagelijks rantsoen te kopen.

 

Geef Mij wat te drinken

 

Jezus is nu alleen. Alleen? Nee, want niet lang daarna komt een vrouw aanlopen om water te putten. Jezus vraagt haar:”Geef mij te drinken”. Ook dat is vreemd, want geen Jood zal water drinken uit een kruikje dat door een Samaritaan is aangeraakt.

En zeker niet door een Samaritaanse vrouw. Vanwege de reinheidswetten konden joden niet met Samaritanen eten of drinken. Jezus trekt zich daar niets van aan. Hij vraagt: Geef me wat te drinken. Het wordt een intiem gesprek. Andere gesprekken met vrouwen zijn meestal in besloten kring of te midden van veel mensen. Dit gesprek is uniek. Het vindt plaats op een kruispunt van wegen. Iedere voorbijganger kan zien dat Jezus met een vrouw praat. Dat is voedsel voor roddelpraat. Maar Jezus stelt zich voor deze vrouw kwetsbaar op. Hij begint een gesprek: geef mij te drinken.

Het is een van de eerste en langste gesprekken die van Jezus zijn opgetekend. Toch zal  zelfs Joh. 4 nog een zeer beknopte samenvatting geweest  zijn van het gesprek. Johannes zal de enige leerling geweest zijn, die niet met zijn collega’s  naar Sichar is gegaan. Hij heeft het gesprek opgetekend. Dit gesprek heeft een persoonlijke warme ondertoon en het  is weer  anders dan het gesprek van Jezus met de theoloog Nicodemus (Joh. 3). Jezus’ openheid tegenover haar ontwapent haar:”Hoe kunt u als Jood, mij een Samaritaanse om drinken vragen? Jezus gaat niet in op de bestaande problemen tussen Joden en Samaritanen. Hij zegt :”Als u wist wat God u geven wil en u wist wie het is die met u spreekt, dan zou u hém om levend water vragen (Joh. 3:10) Jezus zelf is het grote Godsgeschenk. Jezus vestigt ook hier weer de aandacht op zichzelf. Hij maakt zich ook bekend als de Schenker van levend water. Hij erkent het rond uit:”Ik ben inderdaad de messias. Ik geef u levend water”

 Levend water

 

Voor de jood was een bron met levend water symbool van de dorst naar God:”B ij u Heer, is de levensbron”.Levend water was voor de Joden stromend water.

Dit in tegenstelling tot het ‘dode’ stilstaande water in zelfgemaakte regenbakken dat na verloop van enige tijd drabbig werd en weglekte. In het gesprek is de vrouw heel openhartig. Ze legt tegenover Jezus alle reserves af. Ze zegt wie ze is. Tegenover Jezus is zij volkomen ontspannen en durft ze weer zichzelf te zijn’ Ik weet dat de Messias zal komen en wanneer hij komt zal Hij ons alles vertellen”. Dan zegt Jezus dit verrassende woord :Dat ben ik die met u spreekt.(Joh. 4:26)

     

Let op dit woordje ‘ons’. Daarmee bedoelt zij het Samaritaanse volk, Het is wel een zeer opmerkelijke uitspraak van een  vrouw die wel de boekrollen van de vijf boeken van Mozes kent, maar niet die van de profeten en de psalmen. Zij gelooft dat het heil dat de Messias zal geven niet beperkt zal zijn tot het Joodse volk.

Het levende water, dat Jezus geven zal, is de heilige Geest (Joh. 7:37)Het lest de dorst naar God en naar het ware leven. Maar bovenal wordt dit bronwater tot een waterbron. Een heilsfontein voor anderen, zoals deze Samaritaanse vrouw. Is het u al opgevallen dat de rollen omgedraaid worden. Nu is het de vrouw die Jezus om water vraagt, om levend water.

 Twee vragen 

In het gesprek dat Jezus met de vrouw voert, gaat het uiteindelijk om twee vragen; Wat is dat eigenlijk: levend water? En. de tweede vraag is: wat is de juiste plaats van de publieke eredienst:  de tempelberg te Jeruzalem of  de berg Gerizim? De Samaritanen hebben God altijd vereerd op de historische bodem van Sichem,waar vader Abraham zijn eerste altaar had gebouwd in het land Kanaän.(Gen. 12 : 6,7) Voor de Joden was Jeruzalem de heilige plaats voor de Godsontmoeting.

 Jezus zelf is de heilige plaats. 

“Mevrouw”, zegt Jezus, “in de nabije toekomst zal dit dilemma overwonnen zijn. Noch Gerizim, noch Jeruzalem zal de plaats zijn waar God aanbeden wil worden”. Er zal een nieuwe gemeenschap ontstaan en er zal een nieuwe heilige plaats zijn. Er komt een tijd, en die tijd is nu aangebroken, dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt in Geest en in waarheid (Joh.4:23,24). De Vader openbaart zich in de zoon. Daarom is Jezus de nieuwe heilige plaats. Noch de tempel in Jeruzalem, noch de tempel op de Gerizim, naar Jezus Christus zelf is de echte tempel. Jezus verwijst naar zichzelf als het nieuwe kerkelijke centrum van de nabije toekomst. Hij is het overkoepelend centrum van de nieuwe godsverering. Jezus heeft zelf immers gezegd: Breek deze tempel  maar af en Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen(Joh. 2:19) De kern van Jezus woorden  voor zijn vrouwelijke gesprekspartner is dat er een totaal nieuwe  vorm van godsverering is gekomen. De Vader  vereren in Geest en waarheid. In Geest dat is Hem zoeken door de Heilige Geest. In waarheid: dat is God zoeken waar Hij zich openbaart en presenteert namelijk in de persoon van Christus als de nieuwe geestelijke  tempel.

 De eerste vrouwelijke getuige 

Weet u wat zo heel bijzonder is in dit verhaal? Dat deze vrouw de eerste mens is, die uit Jezus’ mond zal vernemen dat Hij de Messias is. Tot dus ver heeft Jezus dat nog aan niemand verteld. Aan zijn eigen familie niet, aan zijn leerlingen niet  , zelfs niet aan de theoloog Nicodemus.

 Vrouwen als getuigen 

Ik vind dit frappant en misschien is dit  u nog nooit opgevallen.

De eerste mens die mag vertellen wie Jezus is, is een  vrouw en ook de eerste mens aan wie  Jezus zich na zijn verrijzenis bekend maakt is  een vrouw:Maria Magdalena. Jezus is de enige in die tijd die de vrouw voor 100 procent aanvaardt als gesprekspartner en gelijkwaardig aan de man.

De Samaritaanse wordt door Jezus aangesteld als de eerste vrouwelijke getuige! Terwijl zij daarvoor naar de religieuze  maatstaven van  Israël daarvoor het minst in aanmerking zou komen. Dat is het mooiste en ontroerendste deel van het gesprek. Als de vrouw zegt dat zij wel gelooft dat de Messias zal komen, reageert Jezus met de woorden”Dat ben ik, die met u spreekt. Dat is de climax van het gesprek.

 Evangeliste 

De leerlingen vonden het al irritant dat ze in een Samaritaanse stad inkopen moesten doen, maar als zij met proviand terugkomen wordt hun ergernis nog groter. Hun meester is in gesprek met een vrouw. Nauwelijks zijn ze van hun verbazing bekomen, of ze zien van uit Sichar  een grote groep mensen met lange witte gewaden naar hen toekomen. Ze hadden van hun stadsgenote veel over Jezus gehoord. Zij was een echte evangeliste geweest en ze had tot haar stadgenoten gezegd:jullie moeten zelf maar eens komen kijken, En ze ziijn gekomen.