ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Hogepriest paleis (3)

Open / Sluit fotoboek


Hogepriest paleis (3)

Hogepriesterlijk  paleis (3) 

Ik ben het

 

 

In het antwoord dat Jezus in het hogepriesterlijk paleis gaf aan Kajafas de hogepriester treffen we één  van de bekende “Ik ben”- woorden aan van Jezus. Het gaat over de woorden van Jezus tegenover Kajafas : “Ik ben het” . Als Kajafas aan Jezus vraagt “Bent u de Christus de Zoon van de Gezegende? “ antwoordt Jezus “Ik ben het”. En: de rechter die aan het eind der tijden zal terugkomen op de ‘wolken des hemels’ ? Wie is dit toch? Dat ben ik zegt Jezus.

 

Ik ben de Goede Herder

Ik ben de ware wijnstok

 

  

Ik zet ze even op een rijtje:

 

(prof. P.H.R. van Houwelingen heeft daar een heel mooi boekje over geschreven :Jezus stelt zich voor)

 

Het levensbrood? Dat ben ik

Het Licht der wereld ? Dat ben ik

De poort der schapen? Dat ben ik

De ware wijnstok? Dat ben ik’ (zie Wijngaard!)

De Samaritaanse vrouw zegt tegen Jezus:”Ik weet dat de Messias zal komen”  Jezus antwoordt: Ik ben het, degene die met u spreekt (Joh. 4 26) Ik ben uw gesprekspartner!!

Jezus vraagt de gehandicapte blinde die Hij ziende gemaakt heeft “Gelooft u in de Zoon des mensen? De man zegt: Wie is hij dan dat ik in hem mag geloven? Daarop stelt Jezus zich voor met de woorden:”U hebt Hem nu al gezien. Sterker nog:Hij die met u spreekt is het.”(Joh. 9:37)

In al deze Bijbelse plaatsen stelt Jezus zich voor. Vertelt Hij wie Hij is. Sommigen zeggen: Hij is een revolutionair, of Hij is een charismtische figuur, Hij is een groot profeet of een hoogstaand mens. Mag Jezus misschien zelf ook zeggen wie Hij is???

Een van de bekendste Ik ben-woorden is het woord van Jezus “Ik ben de ware wijnstok”. Kijkt u eens naar het bestand “Wijngaard. Ik heb daar enkele fraaie foto’s bij kunnen plaatsen. 

Openbaringsformule?

 

Volgens sommigen  vinden we hier een verborgen verwijzing  naar de openbaringsformule in Jes. 43:10-13 en naar de formulering van Gods eigennaam in Ex. 3: 14:Ik  ben die Ik ben. Ik  vraag me af of dit juist is.

Het is inderdaad wel opvallend dat de eigennaam van de God van Israël gespeld wordt met een vervoeging van het werkwoord ‘zijn”. Ik ben die ik ben, ik zal erbij zijn, Ik ben erbij, en niet zoals Baal met het werkwoord ‘hebben’. Baal is heer, bezitter, eigenaar. De Baäls zijn hebberig. Ze moeten met allerlei offers te vriend worden gehouden. Maar moeten we nu zo ver gaan dat we in de woorden ‘Ik ben het’ altijd te maken hebben met de openbaringsformule? Het is wel frappant vind ik dat de laatste woorden van de verrezen Heer luidden Zie, Ik ben met jullie (Matt 28:20) Ik ben met jullie al de dagen tot aan de voleinding der wereld (Matt 28:20) 

Laten we eens even kijken naar de Godsnaam: JHWH. De nadruk ligt op het ‘Ik” van God en ook op zijn “Zijn” in de naam JHWH.(de vierletterige) Ik ben (erbij) Ik ben die Ik ben, In de Statenvertaling HEERE en elders HERE met ’één e in het midden.

Zoals u weet wordt in de moderne vertalingen niet meer HEERE of Here gebruikt, maar HEER ‘ HEER’  heeft niets te maken met HEERE  Inhoudelijk is deze naam  HEER zelfs onjuist.’Heer’ betekent eigenaar, heerschappijaanvoerder. Maar Jahweh’ betekent ‘Hij is er bij’. In de naam HEER zit meer afstandelijkheid.

 

De Getrouwe

 

Misschien kunnen we het beste vertalen met de naam “Getrouwe”. Daar zit niet een heer(s)zuchtig element in, maar  beluisteren we een  bemoedigend aspect.

Het tweede bezwaar is dat deze titel dagelijks gebruikt wordt door de mannelijke sekse. Dat kan vrouwen toch irriteren? Op dezelfde wijze kunnen wij mannen moeite hebben met de Godsaanspraak DAME. Is dat niet ergerniswekkend als wij zouden zeggen Wij loven u, o Dame! Maar een andere term dan HEER zal moeilijk in te voeren zijn, omdat hij is ingeburgerd.

In het Hebreeuws luidt de Gods naam JHWH Ani Ani Hu= Ik ben het of Ik ben erbij; Sommigen denken dat die Godsnaam  al doorklinkt in allerlei  Ik-ben  uitspraken van Jezus. Zo in het bemoedigende woord van Jezus tijdens. die angstige stormnacht op het meer van Galilea. Wees niet bang, want Ik ben het. Ik ben erbij! Voorlopig maak ik geen keus.