ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Gosen in de Nijldelta

Open / Sluit fotoboek


Gosen in de Nijldelta

Gosen

 

Woestijn  bij Gosen

 

Opgravingen in Tani, hieronder heeft men het paleis van de Hyksos blootgelegd, die 500 jaar lang over Egypte geregeerd hebben, totdat er een farao kwam die Jozef niet gekend had.

 

Israël woonde in het land Egypte, in het land Gosen (Exodus 47: 27)

Gosen lag in het oostelijk deel van de Nijldelta

Het reusachtig grote standbeeld van Ramses wordt verplaartst (2006)

Het volk Israel moest tichelstenen maken met behulp van nijlslib en stroo.

 

De grafschildering van Beni-Hasan in Egypte. Het stelt voor een groep Semietische Aziaten uit de tijd van Abraham (18e eeuw voor Chr).Zo zullen de zonen van Jakob er ook uit gezien hebben.Twee Egyptische grenswachten begeleiden de nomaden. Uirtzonderlijk goed zijn de kleuren bewaard.Op de ezel bevindt zich een blaasbalg.De kleding van de Semieten duidt op een hoogstaande cultuur/1 Unieke afbeelding.De groep schijnt een lading loodglas te vervoeren.

De farao van Egypte heeft op verzoek van Jozef  de regio Gosen aangewezen als de streek waar zijn vader Jakob en zijn familie mochten wonen. 

Waar lag die landstreek? De regio Gosen lag in het uiterste noord-oosten van Egypte, niet zo ver van de Nijldelta vandaan. Daar heeft Jozef zijn vader ook weer ontmoet.

Wie was de farao die Jakob zo hartelijk ontving?  Ik zou hem willen  noemen  hem de farao van de gastvrijheid. [1]

Deze farao behoorde tot de Hyksos-dynastie. Het waren Aziaten die Egypte  waren  binnengevallen en vervolgens ge-egyptiseerd waren. 

Zij waren vriendelijk tegenover mede-Aziaten, zoals de Hebreeën.

De Hyksos hadden de paarden ingevoerd.

Er was wellicht nog een andere reden waarom de Hyksos  zo vriendelijk waren jegens Jozef en zijn familie. 

Ze waren óók vooral  schaapherders. Dat gaf toch een zekere band.

De authentieke, echte Egyptenaren daarentegen hadden een vreselijk hekel aan herders, want zij slachten en aten sommige dieren die voor de Egyptenaren heilig waren. Veel Egyptische  goden hadden namelijk de gestalte van dieren.

De hoofdstad van de Hyksos-dynastie Avaris[2] in het noord-oosten van Egypte, niet zover van  het land Gosen dat  Israël kreeg toegewezen.

 

 

Waarschijnlijk zullen we moeten denken aan de huidige heuvel Tell el Dab'a waarook een paleis van de Hyksos is opgegraven. De Israelieten zullen in die regio ook gewooond hebben. Dat is zeer waarschijnlijk.

 

De vierkante indeling van paleizen en huizen in Tell el Dab'aduidt aan een niet-Egyptische bouwstijl, die men wel in Syrie en in Kanaan heeft aangetroffen. De herbevolkingspolitiek van de Hyksos was er op gericht vanuit Avaris zoveel mogelijk  vreemdelingen een plek te geven In dit kader komt de integratie van Jozef en zijn familie helemaal niet vreemd over bij ons.

Sommige archeologen veronderstellen dat het graf van Jozef hier ook gezocht moet worden. Ze wijzen de plek zelfs aan. Het zou natuurlijk mogelijk zijn, omdat we in het laatste vers van het boek Genesis lezen:Jozef wordt gebalsemd en in een sarcofaag gelegd, in Egypte.

 

 

 

Daar  rond Avaris waren óók de Hyksos neergestreken.  Daarom kon Jozef heel gemakkelijk zijn vader en zijn broers aan de Farao voorstellen.

Dit was uitgesloten als het ging om een Farao die in Thebe zijn paleis had..

Die afstand was veel te groot. Zelfs Memphis was toen nog niet de hoofdstad.

Let er ook op dat Potifar een Egyptisch man genoemd wordt in de tijd van Jozef.[3] Je zou toch zeggen dat ze allemaal Egyptenaren waren?

Dat Potifar een Egyptenaar genoemd werd was alleen mogelijk tijdens de periode waarin de Hyksos de macht in Egypte hadden. In Thebe waren ze natuurlijk allemaal Egyptenaren.

 

Opmerking:De latere farao's, die van het Oude Rijk hadden hun zetel niet in Avaris, maar in Memphis en de farao's van het Nieuwe Rijk natuurlijk in Thebe, in het Dal der koningen. De farao's van het Oude Rijk hebben de piramiden als graf.  Samenvattend kun je het zo zeggen: de farao die Jozef en Jakob ontving, woonde in Avaris, de farao' s van de verdrukking eerst in Memphis en later

 

Pythom en Raämses

Enkele jaren geleden heeft men in het oostelijk gedeelte  van de delta de enorm grote steden Pythom en Raamses opgegegraven. [4]Ze zijn onder het Nijlslib terecht gekomen.

Er zijn maar weinig geleerden die twijfelen aan de historische basis van de dwangarbeid-traditie Welnu, hier lag vroeger de regio Gosen.

Hier kun je ook nog een gigantisch groot beeld van Ramses bekijken!

We lezen in Exodus 1:8 ‘Toen kwam er een nieuwe koning over Egypte die Jozef niet gekend had´  

 Dit is het beste te verklaren als het een Farao betrof van zuiver Egyptische dynastie. En dat was Thutmoses I. Hij was vermoedelijk de Farao van het verdrinkingsbevel!

Zijn dochter was dan de beroemde Hatsjepsoet die het kindje Mozes in het biezen kistje aan de oever van de Nijl vond.  Haar tempel kunnen we nog steeds  bewonderen omdat deze in de rotsen was uitgehakt. Ik vind die zeer indrukwekkend. Deze vrouwelijke farao heeft veel reizen gemaakt naar verre landen. Mozes zal door haar  als  kind in huis opgenomen zijn (Ex. 2 :5 en 10)

Deze dynastie heeft dus  de Hyksos verdreven.  Deze Hyksos werden  immers door Thutmoses als vreemden beschouwd. Bovengenoemde Thutmoses is de eerste farao geweest die bijgezet werd in de bergspleet van het Dal der koningen bij de Nijl.

 In de tijd vóór hem werden voor de farao’s pyramiden gebouwd. De mummie van Thutmoses  bevindt zich in het museum van  Cairo. Volgens medici zou hij een ernstige bekkenbreuk gehad hebben die weer genezen is.

Merkwaardig dat je nu nog de mummie kunt zien van de man, die baby Mozes wilde  laten ombrengen.

Let er op dat de naam van de kleine Mozes van Hatsjepsoet dezelfde twee laatste lettergrepen heeft als de vader van Hatsjepsoet: Tutmoses of thotmoses. Mozes is dus een echt Egyptische naam!

De zonnegod van On

In Gosen vereerde men ook de zonnegod. Hij heette Re. Later, tijdens het Nieuwe Rijk dat Thebe als hoofdstad had, bleef men Re als zonnegod vereren.

Maar die verering werd gekoppeld aan de cultus van Amon, oorspronkelijk de lokale god van Thebe. Sinds die koppeling   werd hij als rijksgod Amon-Re vereerd.

 Naast hem hadden de Egyptenaren ook in de tijd van Jozef en Mozes nog vele andere goden. Het was de bekende ketterkoning die opruiming hield onder al die goden en weer terugkeerde tot de verering van de ene zonnegod, de gevleugelde zonneschijf. [5]

Wij keren nu weer terug naar On. In de tijd van Jozef lag de tempel van de zonnegod namelijk in  On.

 Eén van de priesters,  Potifera, werd de schoonvader van Jozef. [6] De Griekse naam van On is Heliopolis.

 Als je  van Cairo Airport naar het centrum van de stad rijdt of wordt gereden(en dit laatste is veel veiliger) kom je langs de plek van de  oude zonnestad  en rij je door Nieuw Heliopolis heen, die in onze tijd een moderne villastad is geworden met mooie flats versierd met mimosa en bougainvillea.

 Natuurlijk is de familie van Jacob in contact gekomen met de zonnecultus van On. Vermoedelijk zullen zij ook de vele obelisken gezien hebben die daar stonden.

Jozef's schoonvader zal hem zeer zeker wel de priesterstad On hebben laten zien. Potifera hield daar met de andere tempelpriesters de koningslijsten bij.

Men leefde bij de voorstelling dat de zonnegod 's morgens met de morgenboot verscheen, overdag  met de dagboot voer van oost naar west en 's avond met de avondboot weer verdween.

 Dan stapte de zonnegod over op de nachtboot en voer over de donkere stroom van de onderwereld. Morgens verscheen hij weer verjongd in het oosten. Die voorstelling van de reizende zon per schip, hebben ze natuurlijk ontleend aan hun eigen reizen. 

De Egyptenaren reisden altijd met de boot. Met deze gedachtewereld is ook de familie van Jacob zonder twijfel in contact gekomen.