ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Evangelien

Open / Sluit fotoboek


Evangelien

Evangeliën 

Gevelsteen met de vier evangelisten.

Matteus, Marcus, Lucas en Johannes

 

 

Het werkterrein van de evangelisten  van uit de ruimte

 

Het evangelie van Johannes neemt een aparte plaats in.

 Hij neemt een hoge vlucht als de arend, maar heeft een scherpe blik. Hij wordt vergeleken met een adelaar. Hij begint zijn evangelie niet op aarde  (bij de geboorte van Jezus) , maar in de hemel. Hij wil wat anderen al verteld hebben, zoveel mogelijk niet herhalen. Hij schreef zijn evangelie tientallen jaren later dan zijn collega’s en hij richtte zich vooral tot de bewoners van de diaspora.  Hij heeft lange redevoeringen en gelijkenissen ontbreken.

 

Zie Johannesevangelie A , B en Judasevangelie

 

Het zijn met name de evangeliën die ons veel inlichtingen verschaffen over de Bijbelse plaatsen in het Nieuwe Testament.

Daarom vertel ik graag hier iets over de manier waarop deze boeken tot ons gekomen zijn en stel daarna ook enkele vragen over hun betrouwbaarheid.

Welk literatuurgenre? 

Behoren de evangeliën tot een bepaald literatuurgenre? Zo ja, dan heeft dit gevolgen voor de manier waarop zij gelezen willen worden.

Wat zich als roman presenteert,vraagt om een andere benadering dan wat zich aandient als een dagboek of als een historische kroniek.

Heel vaak worden de evangeliën  beschouwd als geschiedenisboeken  in het biografische genre. Maar de evangeliën zijn geen volledige biografieën ook al is er in de gehele oudheid niemand te vinden over wie we zoveel weten!  

Toch zijn ze geen zuivere levensbeschrijving zonder meer. Daarvoor  bevatten ze nauwelijks stof over het leven van Jezus tot aan zijn openbare optreden. Wat is toch het bijzondere karakter van de evangeliën? Wat is het literatuurgenre van de vier evangeliën? De evangeliën zijn in literair opzicht zo uniek, dat je ze moeilijk ergens kunt indelen.

Laten we eerst eens bekijken wat het Griekse woord euangelion  (evangelie) betekent. Het betekent ‘goed nieuws’. Dat is natuurlijk nog geen aanduiding van een bepaald genre.

Dit goede nieuws bestaat  concreet uit het optreden, het werken, het leren, het sterven en opstaan van één Persoon, Jezus van Nazaret.

Jezus heeft namelijk zelf zijn eigen verschijning, inclusief zijn werken en zijn leer getypeerd als evangelie, goed nieuws. Dat lezen we bij Marcus 1: 15. We lezen daar dat Jezus zich helemaal aansluit aan de prediking van Johannes de Doper, maar hij voegt er aan toe: Gelooft het evangelie. Op het verwachten van de vergeving der zonden (Marc. 1:4) in de prediking van Johannes de Doper volgt nu het geloven in het goede nieuws van Jezus optreden. En dan beschrijft Marcus Jezus’ optreden in Galilea! Uit Lucas 4 (de prediking in de synagoge te Nazaret) blijkt,dat Jezus de door Jesaja beloofde vreugdeboodschap  vervuld ziet in zijn eigen werk op aarde (Luc. 4 :16-21).

Het is dus Jezus zelf die vanaf het begin van zijn prediking  de beloofde vreugdeboodschap van de profeet Jesaja heeft doen samenvallen met zijn leven en werk.Het evangelie van het koninkrijk dat het thema is van zijn  verkondiging, is het bericht over zijn leven, sterven en opstanding!!

Dat evangelie moet aan de hele wereld verkondigd worden (Marc. 13:10; 16:15). Het evangelie is dus geen abstract bericht, maar de blijde boodschap van Jezus’  verzoenend lijden en sterven  en  zijn glorieuze verrijzenis. 

Bij  Marcus zien we dat  het evangelie al een vaststaand  begrip is geworden. Zonder  nadere toelichting kan Jezus gebruik maken van de uitdrukking ”om Mij en om het evangelie (Marc. 8:35, 10: 29). 

Jezus zelf heeft dus de grondslag gelegd voor de schriftelijke fixatie van de mondelinge overlevering van het bericht van zijn leven, sterven en opstanding.

Mondelinge traditie 

Vraagt u zich ook wel eens af, of de evangeliën wel betrouwbaar zijn? Is wat de evangelisten ons vertellen  allemaal wel waar? Al die wonderen en zo?

Er zijn vier evangelisten zoals u weet: Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Hebben die soms hun verhalen uit hun duim gezogen?

Zijn zij soms op een goede dag begonnen met het schrijven wat ze eerst verzonnen hebben?  Geen sprake van. U moet  het zich zo voorstellen: zij waren niet de eersten die het evangelie doorgaven.

Aan alle evangeliën gaat een hele periode van mondelinge  en schriftelijke traditie vooraf. De evangeliën zelf zijn  minsterns 35 à 40 jaar  na Jezus’ dood en opstanding geschreven.

In die periode is er voortdurend gepreekt over Jezus’ leven, zijn dood en opstanding. Velen hadden in die periode al geprobeerd een volledig  verslag te schrijven over alles wat Jezus gedaan en gezegd  had, voordat Lucas met zijn evangeliebeschrijving  begon (Luc.1:1).

En nog  veel groter zal de groep mensen geweest zijn, die er maar niet genoeg van konden krijgen om wat Jezus gezegd en gedaan had rond te bazuinen. Zeer velen van hen hadden Jezus zelf nog meegemaakt in Galilea en Jeruzalem.

Ze waren dus oog- en oorgetuigen. En wat ze doorgaven had een meer of minder vaste vorm gekregen.

  Nota bene zelfs de apostel Paulus had via die mondelinge overlevering veel ontvangen (1 Kor.15:3).Vanuit die traditie hebben de evangelisten gewerkt, hun eigen interviews gemaakt, geselecteerd, verzameld en nauwkeurig onderzocht (Luc.1:3).In de twee jaar dat Paulus in Caesarea  gevangen zat, heeft Lucas veel oog-en oorgetuigen geïnterviewd. 

Ze hebben dat op hun eigen manier gedaan, terwijl ze zich gericht hebben tot bepaalde groepen in een bepaalde situatie. Vandaar ook de verschillen tussen de evangeliën. Het ging hun allemaal om de verkondiging van Jezus, maar hun boodschap werd gekleurd door het adres en de situatie.

Matteüs schreef bijvoorbeeld voor de Joden en Lucas schreef aan een hoge ambtenaar van het Romeinse rijk die weinig van het Jodendom afwist.

Dat maakt nogal verschil. Lucas vermeldt bv veel bijzonderheden over de zogeheten “godvrezenden” om Theofilus een hart onder de riem te steken.

 De situatie waarin Johannes leefde was weer heel anders dan die waarin de andere evangelisten leefden. Die andere evangelisten schreven over dezelfde Jezus,maar hun evangeliën worden met een vreemd woord de synoptische evangeliën genoemd.

Maar alle vier evangelisten verkondigen dezelfde boodschap. 

Gnostische evangeliën

Zie ook gnostiek bij Onderwerpen

 Er zijn mensen die beweren dat de evangeliën niet betrouwbaar zijn. Jacob Slavenburg spreekt zelfs van valsheid in geschrifte!

Het echte evangelie zouden we moeten zoeken in bijvoorbeeld het evangelie van Thomas, het Evangelie van Maria Magdalena, Evangelie van Filippus.

De kerk zou de vier evangeliën aangepast hebben aan de leer van de kerk uit  veel latere tijd, bv. de 5e eeuw. De Kerk zou Jezus ‘opgehemeld’ hebben ;Hem tot Gods Zoon gepromoveerd hebben en de mythe van zijn opstanding verkondigd.

Volgens Slavenburg en andere schrijvers, moeten we weer terug naar de bronnen. Wat zijn dan die bronnen? Dat zijn de gnostische geschriften die ons de ware Jezus zouden laten zien, Jezus als de leraar der gerechtigheid.

Ze gingen ervan uit dat het geloof in een menselijke Jezus pas gedurende een eeuwenlange ontwikkeling is uitgemond ineen goddelijke Christus.

Wij zouden  nu  - achter de evangeliën om! - terug moeten keren tot de ware, de echte Jezus. Maar die evangeliën bevatten nu juist de oog- en oorgetuigenissen van vele mensen die Jezus nog gekend hebben. De gnostische schrijvers  leefden  echter één  tot 2 twee eeuwen later en zouden die ons beter dan de oog en oorgetuigen kunnen vertellen wie Jezus is, heeft gedaan en gezegd? Het is ook opvallend  dat de schrijvers  die de evangeliën  zo kritisch benaderen uiteindelijk  hun eigen Jezusbeeld  ontworpen hebben.

Om hun eigen – vooral door Plato geïnspireerde - visie te etaleren, moesten ze die getuigenissen wel elimineren. 

Oergemeente 

Het is echter aantoonbaar  dat de ‘oergemeente-christenen’ Jezus ook als God hebben vereerd.

 Dit uitte zich in liederen, geloofsbelijdenissen en in gebeden tot Jezus.

 Hij werd aangesproken als Heer. Een bewijs hiervoor is onder meer de aanroepingformule ‘Maranatha’ (onze Heer, kom!), door Paulus aangehaald in 1 Kor.16,22.

Deze Aramese formule was al zo vertrouwd in het jaar van het schrijven van de brief (55 na Chr.)dat er geen vertaling nodig was voor Paulus’ Griekssprekende heidenchristelijke lezers in Korinte.

In Joodse kringen was de uitdrukking ‘Kyrios’ om daarmee God aan te duiden al enkele eeuwen  heel gebruikelijk. 

Dat kwam door de Griekse vertaling van het Oude Testament. Het is zeker niet zo dat pas de latere kerk Jezus heeft vergoddelijkt, maar juist de oergemeente heeft vanaf  het allereerste begin van haar ontstaan Jezus gezien en beleden als de Zoon van God.

Hij is de Heer, de Kyrios die uit de doden is opgestaan en zal verschijnen in heerlijkheid aan de randen der geschiedenis.