ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Evangelien / Overzicht

Open / Sluit fotoboek


Evangelien / Overzicht

Zie ook bij Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes

 

Beeld van Christus in de Hagia Sofia in Istanboel (het vroegere Constantinopel)

Christusbeeld in Polen

Christusbeeld in Brazilie

In alle vier evangelien staat het optreden en de woorden van Hem in het middelpunt

Het is mogelijk dat Jezus er zo heeft uitgezien.Hier draagt Hij een wit overkleed, maar wellicht ook wel eens een rood overkleed.Het gaat helemaal niet om de vraag hoe Hij er uitzag, maar welke boodschap Hij bracht.

Jezus geeft een blinde het gezicht weer. Jezus heeft veel tekenen gedaan die in de evangelien worden beschreven.Maar alle tekenen gebruikt Christus als illustratiemateriaal voor de verkondiging van het Godsrijk dat in Hem is gekomen.Jezus zegt tot de Farizeen;jullie zijn ook blind, geestelijk blind.Jullie zien niet dat jullie in Mij met God zelf te maken hebben.

Telkens - vertellen alle evangelisten - liepen de Farizeeen Hem achterna om iets te vinden waardoor ze Hem konden bveschuldigen. Bijvoorbeeld dat Hij de sabbats geboden overtrad.

In de evangeliën hebben we slechts een fractie  van alles wat Jezus gezegd en gedaan heeft

Een  klein gedeelte daarvan is  bewaard gebleven

Lucas vertelt dat velen begonnen zijn om  een verslag te maken

van alles wat Jezus gedaan en gezegd heeft.

Geen enkel literair genre komt overeen met het literair genre van de evangeliën.

 Met géén ander geschrift zijn ze in dezelfde rubriek onder te brengen.

Onmogelijk  om aan de evangeliën een sluitende levensbeschrijving van Jezus te ontlenen.

 Die geschriften bevatten ook geen "neutrale" informatie over Jezus.

Ze willen onze wetenschappelijke interesse ook niet bevredigen.

 

Kleine verschillen

 

Nu zijn er allerlei kleine verschillen tussen die bovengenoemde evangeliën.  Die worden bepaald door de situatie waarin het evangelie geschreven werd en door de doelgroep  van die evangeliën. Elk evangelie heeft een eigen karakteristiek. Elk evangelie legt andere accenten, maar de boodschap zelf blijft gelijk.  God ziet naar ons om in de Messias van Israël, de Zoon des mensen, de Heiland der wereld, de Zoon van God.We krijgen dus het volgende.

 

 

 Slechts andere accenten

 

  • Het evangelie naar Mattheus is het evangelie  van de Messias van Israël
  • Het evangelie naar Marcus is het evangelie van de Zoon des mensen
  • Het evangelie naar Lucas is  het evangelie van de Heiland der wereld
  • Het evangelie naar Johannes is  het evangelie van de Zoon van God

  

Mattheus.

 

 Het evangelie van de Messias van IsraëlKenmerkend voor het evangelie naar Mattheus is het motief van de koninklijke heerschappij  van de Messias. Dat zien we bijvoorbeeld heel duidelijk in het laatste vers van dit evangelie

De opgestane verschijnt aan zijn discipelen in Galilea en zegt: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan heen, maakt alle volken tot mijn discipelen, doopt hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest en leert hen onderhouden al wat ik u bevolen heb. En zie Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld (Matth. 24: 18-20) Opvallend is het woordje "al"dat tot vier keer gebruikt wordt; alle macht, alle volken, al wat ik u bevoelen heb en alle de  dagen. Dit telkens terugkerende woord doorbreekt alle grenzen die aan de macht van Jezus gesteld kunnen worden Nu weten alle evangelisten wel van een bijzondere  macht die Jezus had, maar bij Mattheus heeft die macht toch wel een heel bijzonder karakter.

 Koninklijke macht

Matteus legt nadruk op zijn  koninklijke macht, Marcus op zijn bevrijdende macht ( Marc.16,14-20) en Lucas op Jezus' vergevende macht (Luc.24:44-53)  Als  Jezus na zij opstanding verschijnt aan de discipelen en afscheid van hen neemt in een mijns inziens vrij lange toespraak, heeft ieder van hen uit die toespraak opgetekend wat hem trof. In de evangeliën hebben we dus een beperkte schriftelijke selectie van genoemde  afscheidstoespraak. Nu  heeft  het Mattheus natuurlijk getroffen dat de opgestane Heer zich heeft aangesloten bij het Oude Testament.. Jezus ziet Daniël 7: 13 en 14 in vervulling gaan.  Daar wordt immers gesproken over "iemand gelijk een mensenzoon", die zich begaf tot "de Oude van dagen".  Dan wordt gezegd; en hem werd heerschappij gegeven en eer en koninklijke macht en alle volken, natiën en talen dienden hem.  Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die niet zal vergaan en zijn koningschap is onverderfelijk.     Het gegeven van de heerschappij, eer en koninklijke macht vinden we bij Mattheus  terug in Matth. 24:18b.   Wat Daniël schrijft over alle volken, natiën en talen in de verzen 19 en 20 a,. en  tenslotte het spreken over een onverderfelijk koningschap vinden we terug in Matth 24 : 20b

Voor de Joden

Mattheus schreef voor de Joden en Lucas schreef aan de niet-Joden.  Dat kun je aan alles merken. Vergelijk eens Matth.  7. 11 en Lucas 11. 13. Het "goede" bij Mattheus is niet allerlei goeds, maar het goede van de geprofeteerde heilstijd. De goede boodschap van Jesaja 52:7. De Joodse lezers hebben dit onmiddellijk  begrepen. Maar Lucas geeft een verduidelijking van de oudtestamentische boodschap en hij transformeert de tekst.  Hij schrijft in plaats van 'het goede'  de 'Heilige Geest', omdat zijn lezers die oudtestamentische uitdrukking niet verstonden. Zal God niet de heilige Geest geven aan hem die hem er om vragen? De inhoud blijft echter hetzelfde. Een tweede verschil is de wisseling van de woorden "hemelen" bij Matheus en "hemel" bij Lucas. De meervoudsvorm "hemelen'" is immers een voorbeeld van een specifiek joods-bijbels spreken, terwijl de enkelvoudvorm "hemel" en de uitdrukking Koninkrijk Gods meer aansluit bij het spraakgebruik in de hellenistische wereld.

Een ander voorbeeld vind je als je Matth. 7:24-27 vergelijkt met Luc. 6:47-49. De overeenkomsten zijn duidelijk.

 

Verschil door situatie

 

Toch zijn er verschillen. Er wordt bij Mattheus en Lucas een verschillende situatie verondersteld.Bij Mattheus gaat het om een – de herfstregens begeleidende – storm.  Die storm wierp zich op het huis. Lucas spreekt niet over regens en winden..  Bij Lucas gaat het om een – buiten haar oevers tredende – rivier. Er is nog een verschil. Volgens Mattheus bouwde de verstandige man zijn huis op een rots, en volgens Lucas bouwde hij zijn huis zonder stevig fundament. Bij Mattheus hebben we met een Palestijnse situatie te maken. Bij Lucas met  een situatie die in een hellenistische wereld meer voorkwam. Lucas heeft in zijn evangelie zich dus aangepast aan wat zijn lezers zouden kunnen begrijpen. Dat doet aan de inhoud niets af.

Tenslotte nog een ander voorbeeld. Als we Matth.  23,27 vergelijken met Luc. 11: 44  waar Jezus de Farizeeën vergelijkt met gepleisterde witte graven,  beschrijft Mattheus zijn verhaal tegen de achtergrond van de Palestijnse situatie. Het graf is  bij Mattheus een rotsgraf dat met een grafsteen kon worden afgesloten.Dit graf kon ook gewit worden. Lucas spreekt over het graf in de context van een andere situatie, namelijk de situatie die in de hellenistische wereld voorkwam. Daar kende men – net als bij ons -  het graf in de grond.  Wanneer zo'n graf toegedekt was en er geen gedenkteken op het graf geplaatst was, kon het gebeuren, dat iemand over zo'n graf liep zonder het te weten. Bij de Palestijnse rotsgraven was dit onmogelijk. Weet u waarom die rotsgraven meestal wit gemaakt waren? Om de joden te waarschuwen. Aanraking met een graf, baar of dode zou hen onrein maken. Dus uit voorzorg.Pasop U nadert een graf

 

 Andere doelgroep

 

Lucas heeft dus voor een andere doelgroep  zijn evangelie met het oog op hen iets anders gekleurd.  Als je dus afvraagt wat heeft Jezus nu precies gezegd, zul je te rade moeten gaan bij Mattheus.

Mattheus tekent Jezus vooral als de nieuwe Mozes. Alleen hij vertelt dat het gelaat van Jezus straalde bij de zogenoemde  verheerlijking op de berg (Matth 17:2), evenals dit het geval was bij Mozes nadat hij met God gesproken had (Ex.  34:29-35). Verder duidt Mattheus aan dat in de geschiedenis van Jezus de geschiedenis van Israël tot vervulling komt. Heel de geschiedenis van Israël is gericht op en vindt haar centrum in de geschiedenis van Jezus. Dat zien we heel duidelijk in de zogenoemde vervullingscitaten.  Bijvoorbeeld Jezus' gang naar en vlucht uit Egypte. Opdat vervuld zou worden het woord uit Hosea. Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen. Israël werd uit Egypte geleid, maar ook Jezus. 

Voor Mattheus is karakteristiek, dat hij de vervulling betrokken ziet op heel het aardse leven van Jezus. De andere evangelisten laten de vervulling vooral slaan op Jezus' dood en opstanding.

 

 

Zie

 

Heel typerend voor Mattheus is het woordje "zie" dat hij telkens gebruikt. Hij wil daarmee van de Joden  extra aandacht vragen  voor wat komt. En wat komt dan bijvoorbeeld ? Wel dit: dat het uitgerekend niet-joden zijn die Jezus komen aanbidden (de wijzen uit het oosten, Matth. 2: 1) en dat het ook niet-joden zijn, die aan de joodse leiders het handelen van God aan Jezus gaan verkondigen.  Matth.  11: 28 "Romeinse soldaten van de wacht gaan al het gebeurde berichten'. 
En tenslotte om nog iets te noemen.  Mattheus noemt in zijn geslachtsregister niet de vier vrouwen die in de traditie  van Israël zo'n grote plaats innemen:Sara,  Rebecca, Rachel en Lea, maar vier vrouwen uit de heidenen:Tamar, Rachab, Ruth en Bathseba.  Juist aan de joden wil Mattheus laten zien, dat het evangelie niet alleen voor de joden is bestemd maar voor alle volken. Nu gaan we over tot het tweede evangelie


 

Marcus 

 

Tolk van Petrus

 

Marcus heeft in zijn evangeliebeschrijving uit zijn herinnering opgetekend, wat hij van de apostel Petrus heeft vernomen. Er is dus een heel nauwe relatie tussen Petrus en Marcus.  Marcus wordt de tolk van Petrus genoemd. In zijn evangelie horen we Petrus nog spreken. Petrus neemt een belangrijke plaats in in het evangelie van Marcus. Ik noem enkele voorbeelden Marcus begint zijn evangeliebeschrijving met de roeping  van Petrus en Andreas. (Marcus 1: 16) Alleen Marcus vertelt ons dat Zebedeus met de dagloners in het schip achterbleef nadat Jezus Johannes en Jacobus had geroepen. Petrus had hem dat detail dus verteld  Ook heeft Petrus aan Marcus verteld dat zijn schoonmoeder ziek was geworden en hoge koorts had, en dat Jezus met Johannes en Jacobus na het bezoeken van de synagoge de woning  van Petrus bezocht had.  Als detail heeft  Marcus dat zij met Jezus over haar gesproken hadden (Marcus 1:30)

 

 

 Petrus op achtergrond

 

Het valt verder op dat Marcus allerlei gebeurtenissen die Petrus in een gunstig licht stellen onvermeld laat.  Daarentegen ontbreekt de zaligspreking over Petrus.  Ik zeg u dat gij Petrus zijt en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen. Petrus zal dit hebben verzwegen. Hij schaamde zich dat hij Jezus had verloochend.

Marcus behandelt van de vier evangelisten het lijden van Jezus het meest uitvoerig. Ongeveer een derde van het evangelie handelt over  de laatste week van Jezus' leven op aarde. We zien bovendien dat bij Marcus vanaf het begin  van Jezus optreden de conflicten en tegenstellingen zich openbaren. Marc. 2:1,2:20 3:6. De parallellen  van deze geschiedenissen bij Mattheus en Lucas hebben een plaats in een later stadium  van Jezus omwandeling op aarde. Met opzet heeft Marcus die beschuldigingen en conflicten direct bij het begin al  vermeld als de pointe van zijn evangeliebeschrijving.  Marcus wil ons zeggen dat het lijden van Jezus van zijn eerste optreden  is begonnen doordat de Schriftgeleerden en Farizeeën direct al Hem de voet dwars zaten.

 

 

 Link met lijden van Jezus

 

Alle synoptici spreken over Jezus als de Zoon des mensen.  Maar Marcus verbindt deze titel vooral met het lijden van Jezus. Daarom kunnen we het evangelie van Marcus typeren als het evangelie van de lijdende Zoon des mensen.

Bijzonder karakteristiek voor Marcus is het gebruik dat hij in het tweede gedeelte van zijn evangelie  maakt van het woord "weg".  Juist omdat in dit tweede gedeelte de directe spanning van het lijden van het kruis voelbaar is, krijgt het woord "weg" hier de betekenis van de"lijdensweg": , de via dolorosa. Neem nu eens Marcus  9:33 En toen Hij thuis gekomen was, vroeg Hij hun Waarover waren jullie  onderweg in gesprek? En zij zwegen, want zij hadden onderweg met elkaar erover gesproken, wie de meeste was.

Het woordje 'onderweg' is geen neutraal woord bij Marcus  Als Jezus onderweg is naar het kruis, om de minste te zijn, zijn de discipelen op deze kruisweg aan het twisten wie de meeste van hen is. Toen Jezus op weg ging (Marc.10:17) die voor Hem zou uitlopen op de dood, sprak de "rijke jongeling" over het leven. Verder toont een vergelijking met Mattheus aan, dat Marcus overwegend daden van Jezus laat zien.  Mattheus daarentegen geeft  nog al wat lange redevoeringen van Jezus  weer. Het ontbreken daarvan bij Marcus hangt wellicht ook samen met het karakter en het beroep  van Petrus en het   beroep dat Mattheus vroeger  uitoefende 

 

 Terstond,onmiddelijk

 

Petrus was een man die als visser gewend was aan te pakken, terwijl Mattheus, (als de oud tollenaar Levi) meer gewend was lange verslagen te maken. Iets van dat karakter van Petrus herkennen we in het veelvuldig gebruik van het woordje "terstond". Alleen al in het eerste hoofdstuk van Marcus is dit elf maal het geval. Er zit zo een geweldige vaart en dynamiek in zijn evangelie.Alles in de beschreven geschiedenissen stuwt heen naar het eigenlijke en grote doel: de geschiedenis van Jezus' sterven en opstanding.

 

 
 

Lucas

 

Het evangelie van de Heiland der wereld

Lucas heeft de apostel Paulus op zijn reizen vergezeld. Hij was arts.

(Zie ook Lucas als arts

Hij was de enige evangelist met een wetenschappelijke opleiding. Dat wordt ook duidelijk in zijn aanpak (Lucas 1: 3: Ïn geregelde orde te boek te stellen) Er was een hechte relatie tussen Paulus en Lucas. Ik meen dat dit ook tot uiting komt  in Lucas' taalgebruik. Uit  2 Tim. 4,11 blijkt dat alleen Lucas nog maar bij Paulus was in de periode van  diens laatste gevangenschap. Lucas was de enige niet-jood  van de vier evangelisten. Hij was een christen uit de heidenen, de niet-joden.  Vandaar zijn enorme interesse in de niet-joodse volken.

 

 

 Teofilus

 

 Zijn evangelieverhaal is opgedragen aan een zekere Theofilus, een hoge ambtenaar  van het Romeinse rijk. (Luc. 1:4).  Net als trouwens het boek Handelingen. der apostelen  Zijn eerste boek heeft Lucas geschreven over wat Jezus begonnen is te doen en te leren. en zijn tweede boek, (Handelingen der apostelen) over wat Jezus als de Verrezene voortgezet heeft te doen en te leren (via de apostlen).

Iemand aan wie een boek was opgedragen had ook te zorgen  voor de verspreiding van dat boek. Waarschijnlijk had Lucas dan ook een bredere lezerskring op het oog dan Theofilus alleen. Er circuleerde  in de tijd van Lucas al een zeer groot aantal  evangelieverhalen. Het optreden van Jezus had kennelijk een overweldigende indruk gemaakt op velen. Er waren vóór hem al "velen"die  een evangelieverhaal geschreven hadden (Luc. 1: 1). Uit die stroom van evangelie-verhalen  zijn er dus  vier overgebleven. Van de andere weten we niets meer.

 Waarschijnlijk was Lucas van mening dat er meer research verricht moest worden. Lucas schreef na het jaar 70 waarin de verwoesting van Jeruzalem plaats vond. Dus later dan Mattheus en Marcus Hij leefde dus in de tijd van de tweede generatie. Het was de tijd waarin het steeds meer nodig was de traditie schriftelijk vast te leggen. Zo zou men in de kerk op betrouwbare wijze van het evangelie weten. Genoemde  vier zullen kwalitatief wel de beste geweest zijn. 

 

 

 

Historisch gebeuren

 

Nu vind ik  het opvallend dat Lucas  Jezus vooral tekent als de Heiland der wereld. Daarbij heeft hij  grote belangstelling  voor het historisch gebeuren. In zijn weergave van de geschiedenis  van Jezus' geboorte blijkt in dit opzicht het  verschil tussen hem en Mattheus.  In Lucas 2 wordt  Jezus' geboorte gesitueerd in de  context van de wereldgeschiedenis van die dagen. Het  is de tijd van keizer Augustus en  van Quirinius In Lucas 3:1 en 2 worden vervolgens niet minder dan zes historische aanduidingen gegeven voor het tijdstip waarop het Woord  van God tot Johannes kwam in de woestijn.

Waarom legt Lucas daarop zoveel nadruk? Daarvoor zijn  twee redenen. Allereerst laat Lucas in de relatie tussen de geschiedenis van Jezus en de wereldgeschiedenis uitkomen,dat het in de boodschap van het evangelie niet om een tijdloze ideologie gaat. De Here God heeft op een aanwijsbare plaats en een dateerbaar moment ingegrepen. Het is een boodschap die haar centrale inhoud vindt in één bepaald persoon: Jezus van Nazareth.  In de tweede plaats wil Lucas daardoor aantonen dat het gaat om een unieke en onherhaalbare geschiedenis. In alle eeuwen blijft het geloof aangewezen op de gebeurtenissen die toen hebben plaats gevonden. Kruis en opstanding zijn geen algemene waarheden, maar  vonden heel concreet daar en toen plaats.

 

 

 Moest vanuit de Schriften

 

 

Alle evangelisten hebben de

notie, dat het lijden en sterven in Gods raadsplan was opgenomen.Moest de Christus niet lijden en sterven? Maar uniek en karakteristiek  voor  Lucas is hoe in Luc. 24:47 ook de prediking aan alle volken in verband gebracht wordt met het raadsplan van God! Moest in zijn naam niet gepredikt worden. ?. .Zo wordt door Lucas de wereldtijd  beschouwd als zendingstijd.

 Lucas laat ook zien, dat Jezus tijdens zijn aardse leven niet alleen de Geest ontving, maar ook over de Geest beschikte. Jezus was niet slechts object, maar ook – en vooral – subject van de Geest.In Luc.  4:1  lezen we Jezus nu, vol van de Heilige Geest. keerde terug . .  terwijl op de parallelle plaatsen bij Mattheus en Marcus alleen staat dat Hij geleid werd door de heilige Geest.. Juist omdat Jezus al tijdens zijn aardse leven beschikte over de Heilige Geest, kon Hij direct na zijn opstanding de gave van de Heilige Geest ook toezeggen.

 

 

 Aandacht voor ellendigen

 

 

 Kenmerkend voor Lucas is zijn aandacht voor de verachten en de armen. Het  trof hem diep  hoe juist aan herders als eersten het  bericht  van Jezus' geboorte vermeld wordt. En herders stonden in Israël slecht bekend.  Zij golden als onbetrouwbaar en als mensen die het niet zo nauw namen met de ceremoniële wet. En toen Lucas uitvoerig en minutieus onderzoek deed naar de woorden van Jezus tijdens zijn tweejarig gedwongen verblijf in Caesarea Palestinae is het hem opgevallen hoe juist de armen en de verachten  Jezus' aandacht hadden.  In die periode moet hij ook Maria de moeder van Jezus een interview hebben afgenomen.

Alle gelijkenissen van het "verlorene' vinden we terug  bij Lucas, omdat die gelijkenissen van Jezus  hem geráákt hadden.  Afgezien van de brief van Jacobus komt het probleem van armoede en rijkdom nergens in het Nieuwe Testament zo indringend aan de orde als in het evangelie naar Lucas.  Alleen Lucas heeft het "Magnificat" met daarin de woorden  Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd.   Het is ook frappant dat alleen Lucas de gelijkenis van  Jezus over de rijke man en de arme Lazarus uit de mond van Jezus heeft opgetekend.  Het is trouwens ook de enige gelijkenis in het Nieuwe Testament  waar een figuur een naam ontvangt.  Lazarus.   El-azar God helpt.

 Karakteristiek voor het evangelie van Lucas is dat hij als enige de woorden van Jezus doorgeeft Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden. De gelijkenissen van de verloren zoon,  en de verloren penning vinden we alleen bij hem.

 

 

 Vergevende liefde

 

 

Verder moet het ons opvallen, dat Lucas op een bijzondere manier getroffen is door  de vergevende liefde van de Heiland. Typerend voor Lucas is bijvoorbeeld dat in de geschiedenis van de verloochening door Petrus alleen Lucas vermeldt, dat Jezus zich omkeerde en Petrus aanzag (Luc.  22, 61 )  Uit de blik van Jezus sprak zijn vergevende liefde. Het is uitgerekend Lucas die op deze vergevende liefde van Jezus alle licht laat vallen. Het is ook alleen weer Lucas die Jezus' voorbede  voor zijn vijanden(die hem aan het kruis sloegen)  vermeldt: Vader vergeef het hun want zij weten niet wat zij doen. Het is ook frappant, dat Lucas buitengewoon uitvoerig  vertelt over de vergeving die die ene gekruisigde moordenaar mocht ontvangen van Jezus. (Luc. 23:39-43) Maar Mattheus en Marcus vertellen ons alleen dat de mannen die met Jezus gekruisigd waren Hem beschimpten.

Om tenslotte nog een voorbeeld te noemen.  Alleen Lucas heeft uit Jezus' mond de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar in de tempel opgenomen. De tollenaar keerde met  berouw - in tegenstelling tot de farizeeër-  gerechtvaardigd naar huis terug. 

Hoe komt het nu dat Lucas in zijn evangelie  zoveel nadruk legt op  de vergeving? Ik vermoed dat we daarvoor twee redenen kunnen noemen.

Allereerst is er het verband tussen vergeving en geschiedenis. We zien  dat met name Lucas de geschiedenis positief waardeert. Dat kan alleen als we geloven dat de geschiedenis gedragen wordt door de vergeving  van God.Als God niet een vergevend God was, maar een God die direct met zijn oordeel kwam, zou de geschiedenis zich niet verder kunnen ontwikkelen. De bede om vergeving  voor de soldaten die Jezus kruisigden, was een bede om uitstel  van het gericht.

 

 

Samenvattend kunnen we dus zeggen, dat Lucas diep getroffen is door het grote  mededogen  en de oeverloze liefde van de Heiland voor de armen, de weduwen,  het "verlorenene",  Samaritanen  als verguisde groep, de vijanden die Hem aan het kruis sloegen en tenslotte ook door zijn zorg voor de vrouwen. Als we alléén maar de evangeliebeschrijving  van Lucas zouden hebben, hadden we al redenen genoeg om ons aan die Heiland toe te vertrouwen.

Handelingen 

Het evangelie van Lucas staat niet op zichzelf.  Het wil als één geheel gelezen worden met Handelingen der apostelen, dat immers ook door Lucas is geschreven. Handelingen laat zien hoe het evangelie aan de heidenen gebracht is. In zijn evangeliebeschrijving laat Lucas zien, hoe daarin de basis gelegd is voor het zendingswerk dat in Handelingen wordt  beschreven..  Direct al na Jezus'geboorte komen de heidenen binnen de gezichtskring. In de lofzang van Simeon worden de heidenen uitdrukkelijk genoemd. Lucas tekent Jezus dus niet allereerst als de Messias voor Israel zoals Mattheus, of als de lijdende Zoon des mensen als Marcus, maar als Heiland der wereld.

Die bijzondere kleur aan zijn evangelie hangt m. i. samen met twee factoren.  In de eerste plaats was Lucas de enige evangelist die geen jood was en die ook niet allereerst voor de joden schreef, In de tweede plaats was hij de metgezel van Paulus op diens zendingsreizen. Paulus' missionaire drang zal aanstekelijk geweest zijn.


 Lucas contacten met Teofilus

Nog iets over de manier van werken van Lucas. Recent vergelijkend onderzoek heeft laten zien, dat  het in de eerste eeuw in de tijd van Lucas een gewoonte was  om in de  hellenistische cultuur een geschrift aan een rijke weldoener en beschermheer op te dragen die meestal ook opdracht gaf om zo'n boek te schrijven. De schrijver had regelmatig contact met die weldoener, die zelf omringd was door een aantal belangstellenden en die zich op de hoogte hielden  van de vorderingen van de schrijver en hem meestal ook van advies  konden dienen 

 

 Ooggetuigen!!

 Lucas beroept zich op "ooggetuigen" Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, betekent niet dat het gaat om mensen die heel neutraal verslag uitgebracht hebben.Het gaat niet om afstandelijke getuigen. Het gaat om mensen die persoonlijke ervaring hadden opgedaan  en de feiten kenden uit de eerste hand. Dus om mensen die persoonlijk betrokken waren  bij de gebeurtenissen uit de tijd van Jezus, zoals blinden, melaatsen, tollenaars, Schriftgeleerden, Samaritanen, Jozef van Arimatea en de reizigers naar Emmaus, om maar enkelen te noemen.   Mensen die Jezus en zijn tijdgenoten persoonlijk nog gekend hadden en over hen een "warm verhaal" konden vertellen. De persoonlijke betrokkenheid bepaalde wat werd overgeleverd. Lucas heeft naar deze mensen  geluisterd, naar wat zij persoonlijk hebben gevoeld, gehoord en ervaren Daar komt nog iets bij.  In die tijd beschikte men niet over archieven en dagboeken, en daarom was het gesproken woord en het verhaal uit eigen ervaring erg belangrijk. . Het gesproken woord stond hoog in aanzien. Lucas is uitgegaan van bestaand materiaal, onder andere dat van Marcus en heeft dit aangevuld met allerlei uitspraken en rapportages van  mensen die Jezus en zijn tijdgenoten nog goed gekend hadden. 

 

De levende stem

 Men noemt dat in de hellenistische narratieve wereld: de levende stem. Zo heeft Lucas in het tweede hoofdstuk ook op schrift gesteld wat de "levende stem" van Maria allemaal had gezegd. B. v. het magnificat.  Zo gauw Lucas gedeeltes van zijn werk klaar had, was het de gewoonte, dat daaruit hardop voorgelezen werd. Lucas heeft zich zeker niet zoveel maanden teruggetrokken om daarna kant en klaar met zijn evangelie voor de dag te komen.  Hij zal stukje bij beetje aan mensen uit zijn omgeving hebben voorgelezen wat hij had opgeschreven. Daarbij gaat het om mensen die hem "nieuw en levend' materiaal brachten en ook Teofilus, die met Lucas zonder twijfel de "drukproeven' heeft doorgenomen. Deze nodigde dan regelmatig een aantal vrienden en bekenden uit om te horen, hoe het boek- in opdracht geschreven -  nu vorderde. Wellicht heeft ook Maria  kunnen controleren of wat Lucas over haar had opgeschreven wel goed geformuleerd was "Ïs het zo goed, Maria ? Het is in ieder geval zeker dat het evangelie van Lucas het resultaat is van een intensieve interactie en samenwerking  tussen mensen die alles wat Jezus gezegd en gedaan had, persoonlijk hebben meegemaakt en daarover een 'warm verhaal' konden vertellen. Geen notarieel verslag dus 


Johannes 

Johannes was al op leeftijd toen hij dit evangelie opschreef in Efeze. Daar is hij ook begraven, net als Maria.  Wat andere evangelisten schreven gaat hij zoveel mogelijk niet herhalen.  Vandaar dat hij veel nieuwe gegevens  heeft. Het hoofddoel van Johannes bij het schrijven van zijn evangelie is te documenteren dat Jezus de Christus is. de Zoon van de levende God(Joh.  20:30,31): opdat ge gelovende , het leven hebt in zijn naam.

Vanaf het eerste optreden  van Jezus  heeft  Johannes in de onmiddellijke nabijheid van de Meester  verkeerd  Hij hoorde aanvankelijk  tot de discipelen van Johannes de Doper.  Deze was de eerste die Johannes attent maakte op Jezus. Als Hij langs het meer van Gallilea loopt, roept hij : Kijk daar gaat het lam Gods dat de zonden der wereld wegneemtMet Andreas was hij de eerste discipel die een hele dag (Joh.1:40) de gast van Jezus was. Zijn "vooropleiding" bij Johannes de Doper en dit ééndaags verblijf in het huis waar Jezus logeerde, zullen  de basis gelegd hebben voor zijn kennis van en zijn vriendschap met Jezus. Zoals rabbi's in Israël vaak een lievelingsleerling hadden, zo had Jezus ook een lievelingsleerling. Iemand die Hem het beste begreep De oudste kerk heeft zich altijd herkend in die ene discipel, die "Jezus liefhad" net als in Maria Magdalena bij het graf toen Jezus alleen maar haar naam noemde "Maria" Tijdens de maaltijd, als ze met  z'n allen aanlagen,  had Johannes een vaste plek, aan de rechterkant van Jezus. Steunend op zijn rechterelleboog, voeten naar achteren gestrekt,  lag hij op schouderhoogte náást Jezus aan. In bijbelse taal wordt dat genoemd: hij lag aan zijn boezem.  Vandaar ook de uitdrukking boezemvriend.  Johannes was dus een boezemvriend van Jezus en terwijl ze aten, keek hij  Jezus in het gezicht. Ook  fluisterend konden ze elkaar dus heel veel vertellen, wat de anderen niet konden horen.Heel veel  van wat Johannes heeft opgetekend heeft hij dus uit de eerste hand van Jezus zelf gehoord, toen ze aanlagen in de pronkkamer van de tolbeambten of de eetsalon van de Farizeeërs. Lucas kreeg zijn informatie vooral door de vele interviews  die hij afnam. Ik denk hierbij o. a.  aan Maria de moeder van Jezus. 

 

Informatie van een insider 

 

Zonder twijfel heef t Lucas Maria bezocht. Bij Johannes gaat het ook om insidersinformation  maar dan van Jezus. Johannes laat ons duidelijk weten dat hij er zelf bij geweest is, bij alles wat Jezus gedaan en gezegd heeft.  .  Hij is altijd een oog- en oorgetuige geweest.   Pas jaren later heeft Johannes puttend uit zijn geheugen zijn herinneringen schriftelijk vastgelegd.  Met  zijn broer Jacobus en  met Petrus behoorde Johannes tot de drie intimi van Jezus. Petrus is de patroon geworden van de westerse kerk en Johannes vertegenwoordigt vooral het oosterse christendomJohannes is de evangelist van de grote lijn en zijn beschrijving van het Evangelie heeft een hoge vlucht.  Hij begint namelijk zijn evangelie niet op aarde, maar in de hemel;   Het Woord is vlees geworden.  Het is ook Johannes die heel scherp de Hoge Afkomst van Jezus laat zien. Hij wordt wel geboren als een baby, maar Hij is veel meer dan een gewoon mens. Jezus zegt Ik ben van boven.  Jullie zijn van beneden (Joh.8:23)Tegelijk blijkt telkens dat Johannes oog heeft voor details.

 Oog voor detail

Telkens vermeldt hij kleinigheden die de andere evangelisten niet hebben.  Zo vermeldt hij b. v. dat bij de opstanding van Jezus de "zweetdoek"  keurig opgerold ter zijde lag.  Het was overigens geen zweetdoek maar een hoofddoek