ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Egyptische ballingen 1

Open / Sluit fotoboek


Egyptische ballingen 1

 Egyptische  ballingen (1)  

 

 

De Judese ballingen die gevlucht waren voor de Chaldeeen woonden waarschijnlijk in de Nijldelta.Zij kwamen  langs de Zeeweg die langs de zee liep. Je ziet op dit kaartje ook de Fajoem, de korenschuur van Egypte, kunstmatig bevloeid met irrigatiekkanalen vanaf de Nijl. Dat is de donkere plek in de vorm van een hart

Dr Oosting heeft onlangs bij zijn promotie de stelling verdedigd dat Jesaja 40-55 geadresseerd was aan de gevluchte Judeeers in Egypte. Zij werden dringend verzocht mee te bouwen aan de muren van de verwoeste stad Jeruzalem.

 

Hier zie je nog beter hoe de Nijl een dominante rivier was.In het zuiden bij Assuan woonden veel Joden. Ze voeren stroom opwaarts.Op het Olifanteneiland bouwden ze zelfs een tempel!! Waarschijnlijk handelden ze ook in ivoor.

 

 

Olifanteneiland

 

 

 

Wist u dat er eigenlijk drie soorten ballingen van het volk Israël zijn geweest?

 

 

 

Koning Jehu van Israel betaalt hier schatting aan de koning van Assyrie. Hij knielt hier voor de koning van Assyrie. Daardoor werd hij een vazal van Assyrie, maar hij had toch nog een zekere onafhankelijkheid. Je stond als koning altijd voor de keus: schatting betalen of ingelijfd worden. Ook koning Hizkia betaalde schatting Deed je dat niet dan werd je weggevoerd zoals we hieronder zien Maar ook Israel legde vaak een schatting op aan onderworpen volkeren, zoals bv aan Moab. Waarom was Salomo zo rijk? Hij hoefde geen enkele schatting  te betalen, maar ontving wel tal van opgelegde schattingen van andere volken.

 

 

 

Kleine kinderen hoefden niet te lopen. Zij werden gereden zoals we hier zien  Zie je de kleine kinderen zitten helemaal links op de afbeeelding, op de bok? In het midden loop een puber. Het zijn geen joden, maar  oorspronkelijke bewoners van het tienstammenrijk, waarvan Samaria de hoofdsrtad was. De ouders moeten lopen richting Nineve.

 

 

 Allereerst de weggevoerde bewoners van het tienstammenrijk. Zij zijn in ballingschap gevoerd door Assyrië, toen de stad Samaria in 722 n. C. door Assyrië na drie jaar beleg was veroverd. (zie Assyrië). Van hen weten we niets meer. Die ballingen zijn niet teruggekeerd naar hun vaderland. De tweede groep betreft Judeeërs uit Jeruzalem. Zij zijn in ballingschap gevoerd door koning Nebukadnezar in 586 v.C. Zij behoorden tot de maatschappelijke bovenlaag. Velen van hen zijn wel teruggekeerd. Zij worden de kinderen van Sion genoemd.

 Derde groep 

 

Maar er blijkt nog een derde groep ballingen te zijn geweest. Van hen weten we niet zoveel. Het betreft  ballingen die niet gedwongen, maar vrijwillig zijn uitgeweken . Wat is namelijk het geval? Vele Judeeërs waren naar Egypte gevlucht en hadden daar een nieuw bestaan  opgebouwd. Nu wordt  er in Jesaja gesproken over ‘Kinderen van Sion” en ‘Kinderen van Jeruzalem”. De ‘ kinderen van Sion’ zijn de ballingen die uit Jeruzalem teruggekeerd waren in de tijd van koning Cyrus van Perzië. Met ‘ de kinderen van Jeruzalem’ wordt hoogstwaarschijnlijk die joden bedoeld die naar Egypte zijn gevlucht, toen  de Chaldeeën onder leiding van Nebukadnezar er aan kwamen.(II Koningen 25:26):

 

Toen ging het gehele volk, klein en groot, met de legeroversten op weg, en zij kwamen in Egypte:want zij waren bevreesd voor de Chaldeeën.  

 

 

 

 De piramiden  bestonden al eeuwen toen Abraham in dat land kwam.

 

Zo worden de Babyloniërs in de Bijbel immers genoemd. Uit Jeremia 41 - 44 blijkt dat ook de profeet Jeremia door achtergebleven Judeeërs wordt meegenomen naar Egypte. Er zijn dus twee soorten ballingschap. een gedwongen ballingschap naar Babel en een vrijwillige ballingschap naar Egypte. In Jeremia 44 : 1 lezen we waar die ballingen gewoond hebben: in Migdol, in Nof en in Patros. Daar lezen we ook (vers 2) dat de steden in Juda een puinhoop zijn. Dus ook Jeruzalem en het is daarom heel goed mogelijk is dat deze joden door hun landgenoten in Juda worden opgeroepen de tempel in Jeruzalem te herbouwen. Er was een goede verbinding tussen Egypte en Juda

 Cyrus   

 

Als koning Cyrus van Perzië de Joden verlof geeft terug te keren naar Jeruzalem en de tempel te herbouwen, blijkt inderdaad dat de herbouw van de muren van de stad Jeruzalem een bijna onmogelijke taak is voor de ex-ballingen. Wellicht is de tempel al spoedig herbouwd. De stad zelf niet. Ook de Judeeërs die naar Egypte gevlucht moeten helpen de stad te herbouwen. Zij moeten een behoorlijk grote groep geweest zijn. Die indruk krijgen we uit II Kron 36:21. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat ook nog betrekkelijk veel Judeeërs in Jeruzalem  waren overgebleven. Er is dus sprake van drie groepen Judeeërs:

1.  Zij die niet vertrokken of in ballingschap gegaan zijn

2.  Zij die teruggekeerd zijn uit Babel. Zij worden genoemd ‘kinderen van Sion”.

3.  Zij die nog in Egypte gebleven zijn. Zij worden waarschijnlijk bedoeld met “kinderen van Jeruzalem”

Het zal uitgerekend deze groep geweest zijn die in Jesaja 40 -45 wordt opgeroepen om terug te keren naar Jeruzalem. Zij zijn dringend nodig bij de herbouw van de muren van de stad. Waarschijnlijk is de tempel al herbouwd, maar ligt de stad nog in puin. Bij de herbouw van de stad worden niet alleen de ballingen uit Babel opgeroepen maar juist ook de grote groep die naar Egypte gevlucht is. Eigenlijk zijn zij een beetje uit het beeld geraakt. De herbouw is geen kleinigheid geweest. Dat kun je lezen in het boek Nehemia. Het was daarom van essentieel belang om alle krachten te bundelen. Ook die van de vluchtelingen in Egypte. Hoe weten we dit?

 

 KInderen van Jeruzalem

 Dr.Reinoud Oosting is  tot die conclusie gekomen  in zijn proefschrift van febr.2011. Hij is van mening dat  de hoofdstukken  40 - 55 van het boek Jesaja geadresseerd zijn aan deze Judeeërs in Egypte. Hij is tot deze conclusie gekomen door bestudering van  de literaire Hebreeuwse tekst .Kort samengevat zou de boodschap zijn: Kom over en help ons. Help mee Jeruzalem te herbouwen. Jullie horen ook bij ons. Jullie zijn echte  ‘Kinderen van Jeruzalem”!! Jesaja 40-55 

De auteur van Jesaja 40-45 moet dus niet in de 8e, maar in de 6e eeuw  voor Chr. geleefd hebben. Hij is in ieder geval niet Jesaja. Bijbelse auteurs waren geen mensen die zich erop lieten voorstaan dat zij een bepaald boek geschreven hadden. Het ging hen om de inhoud. We weten dus niet wie genoemde hoofdstukken  in de rol van Jesaja hebben toegevoegd. Misschien wel  de elite van hofambtenaren die kon schrijven. Voor de interpretatie maakt dit helemaal geen verschil, want al is de historische werkelijkheid in Jes.40-55  in ieder geval anders dan in de daaraan voorafgaande hoofdstukken van Jesaja,(en ook de gebruikte Hebreeuwse taal) de boodschap is niet alleen  voor 100% menselijk, maar ook voor 100% Gods Woord. Dat zelfde geldt ook van het persoonsgeheimenis van Jezus Christus. Hij is echt helemaal mens en echt helemaal God zelf. Dat is een mysterie dat wij niet kunnen doorgronden.

God openbaart zich in hoofdstuk 40 als de Onvergelijkelijke (vers 25) die als een Messiaanse herder voor zijn volk zal zijn (vers11).Zie Egyptische ballingen (2) 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           

Jesaja 36-40 : andere historische achtergrond  

 

De hoofdstukken van Jesaja 36 tot 39 vertellen de geschiedenis van Hizkia en de belegering van Jeruzalem. Dat speelde zich af rond 700 voor Christus. Sanherib de koning van Assyrië trok op tegen alle versterkte steden van Juda en nam ze in. Ook de sterke stad Lachis ging  verloren. (zie Lachis) Geen wonder dat in die tijd veel Judeers hoopten hulp te krijgen van Egypte. Sanherib slaat tenslotte ook beleg voor Jeruzalem .De maarschalk van Assyrië roept daar tenslotte met luide stem in het Judees: Zo zegt de koning van Assyrië: laat Hizkia u niet bedriegen, want hij kan u niet redden. En laat Hizkia u niet op de HERE doen vertrouwen door te zeggen de HERE zal ons redden (Jes.39:15)  U vindt het allemaal in genoemde hoofdstukken van Jesaja.

Maar in hoofdstuk 40 van Jesaja gaat het ineens over een profetische tekst van ongeveer 150 jaar later!! Dan is inmiddels Nineve gevallen en de macht van Assyrië uitgeschakeld door Nebukadnezar. En ook Babel is uitgeschakeld, nadat Nebukadnezar eerst Jeruzalem had veroverd en vele joden als ballingen had weggevoerd naar Babel. Perzië heeft het regiem van Babel overgenomen. Koning Cyrus laat later vele joodse ballingen weer teruggaan naar Jeruzalem. En zij worden nu geconfronteerd met het grote probleem van de herbouw van de stad. Dan bevinden we ons in de tijd van Ezra.