ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Doodsbeenderendal (2)

Open / Sluit fotoboek


Doodsbeenderendal (2)

Doodsbeenderendal (2) 

Mensenkind

  God spreekt  Ezechiël  aan met het woord Mensenkind.  Dat is geen troetelnaam. Met die naam wordt de nietigheid van de mens aangeduid. Tegenover de grote God is de mens zo klein, zo weerloos en machteloos. Tegenover de Heilige God verliest de mens zijn eigendunk en trots. Mensenkind. Deze beenderen zijn het gehele huis Israel. Nou dat is ook geen compliment.  Het zal je maar gezegd worden. Het volk van God is zo dood als een pier. 

Geestelijk dood

   Het was geestelijk dood. Ze zagen het niet meer zitten.  Ze hadden geen vertrouwen meer in de toekomst, in zich zelf en ook niet meer in God. . Dat kan ook het beeld van het volk van God in onze tijd zijn. Waar de heilige geestdrift ? We hebben wel kennis van God, maar hebben we ook kennis aan God. ? Hebben we nog wel een persoonlijke band aan Jezus Christus?Wij zijn praatkerken geworden. We snakken bovendien naar geluk, recreatie, ontspanning, maar is er onder ons nog wel die diepe hunkering van de psalmdichter van psalm 42 ?  

Zijn we nog een hijgend hert?

  Kennen we nog wel de dorst naar de levende God ? Zoals een hinde smacht naar stromend water zo smacht mijn ziel naar u o God!Als Ezechiël die huiveringwekkende doodsvallei  bekijkt, wordt hij door God toegesproken.  ‘Mensenkind, kunnen deze beenderen levend worden?’ Het antwoord van Ezechiël verrast ons.  Hij zegt niet. ‘ Nee, dat kan natuurlijk niet.  Al die doodskoppen en skeletten kunnen toch niet zo maar weer levende mensen worden? Uitgesloten.  Kan niet.’ Dat antwoord lag natuurlijk wel  voor de hand.  maar dat zegt Ezechiël niet.Hij zegt ook niet:laten we de mooiste beenderen en de gaafste skeletten bij elkaar zoeken en proberen daar nog iets van te maken. Nee, dat zegt hij ook niet.  Ezechiël zegt: 

U weet het

   ‘ Heer dat weet u alleen’   Hij laat het aan God over. Hij kent de grootheid en de majesteit van God en zegt’ HEER U weet het’ . En nu kijken we naar ons eigen land. Naar West-Europa.  We kijken ook naar onze eigen kerken en we kijken naar ons eigen hart.  Wat is er een grote geestelijke leegte.  Wat is er veel geestelijke armoede.  Er is al jaren een grote uittocht uit de kerken  aan de gang. En velen die nog gebleven zijn, voelen zich als vreemden, ze voelen zich ballingen, ze voelen zich niet meer thuis in de kerk. Het is allemaal zo dor en zo doods.  De vensters naar de hemel schijnen dichtgemetseld te zijn. God vraagt ons ‘Mensenkind, kan daar verandering in komen?’ Kan de gemeente weer springlevend worden, de kerken vol en de jongeren enthousiast?’Laten we met God de HEER zeggen, HEER,  u weet het alleen .  

Een nieuwe taak

 Ezechiël krijgt van God een opdracht.  Ezechiël profeteer over deze skeletten, doodskoppen en beenderen en zeg Beenderen, hoort het Woord des Heren. Zie Ik breng geest in u en ge zult herleven Ezechiël doet wat de HEER hem heeft bevolen. Hij gaat profeteren. Profeteren is niet de toekomst voorspellen, maar het Woord van God verkondigen.  Profeteren is een profetisch getuigenis geven over God, wie Hij is, wat Hij  heeft gedaan en zal doen.  Als Ezechiël het Woord van God gaat verkondigen, gebeurt het wonder. Al die beenderen en skeletten komen in beweging.  Er verschijnt vlees op, er komen organen bij en  al die duizenden skeletten in die doodsvallei komen in beweging . Er ontstaat een grote springlevende mensengemeenschapWat wil God ons in dit visioen laten zien? 

Terug ujit ballingshap

 

 Allereerst dat Israël zal terugkeren uit de ballingschap. Maar de eigenlijke en diepste  vervulling vindt plaats op het Pinksterfeest, als de Heilige Geest zijn intrek neemt in de harten der mensen.Toen heeft het grote wonder van de reanimatie plaats gevonden.