ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Cederbossen / Libanon

Open / Sluit fotoboek


Cederbossen / Libanon

 

(zie ook Libanon,  Fenicië, Byblos, Tyrus en Sidon, Hermon/ godenberg, Hermonbergen  O.T. en Hermonbergen  N.T.- De Rebubliek Libanon  omvat nu ook Tyrus enj Sidon)

 

Al in Bijbelse  tijden stond het cederhout als kwaliteitshout bekend. Koning Salomo liet het invoeren voor de bouw van de tempel in Jeruzalem. In de Bijbel  wordt de ceder geprezen als de trots van Libanon. De ceder staat als nationaal symbool  in de vlag van Libanon. Sommige ceders zijn al drieduizend jaar oud. De altijd groene bomen hebben een minimum aan regen en sneeuw nodig voor een natuurlijke groeicyclus.

 

Groei bedreigd

 

Nu wordt deze groei bedreigd door de opwarming van de aarde. Wat is namelijk het geval? Door de opwarming van de aarde zijn de winters korter en de zomers langer en minder vochtig. De klimaatverandering zorgt er ook voor dat sommige insectensoorten actiever worden. Zij kunnen de ceders aantasten. De ceders worden ook nog bedreigd door  ontbossing. De cederbossen waren in Bijbelse tijden zeer uitgestrekt. Vandaag is er van de 500.000 hectare cederbossen nog maar 2.000 over.

 

Waarom populair?

 

Waarom was het cederhout zo gewild? Cederhout was bijzonder geschikt voor de bouw van grote projecten, zoals tempels en paleizen. De stam van deze boom was wel 12 tot 14 meter in omvang. De stammen bereikten een grote hoogte en waren kaarsrecht. De Feniciërs  rustten er ook hun schepen mee uit. Hun kuststeden Byblos en Tyrus zijn door de export van het cederhout naar Egypte – waar nauwelijks bomen groeiden – zeer welvarend geworden. Ons woord bijbel is afkomstig van Byblos. Het meervoud van Byblos is namelijk biblia=boeken. Babylonische en Assyrische  expedities haalden massa’s stammen uit de Libanon of zij dwongen schatplichtige volken hun cederhout te leveren. Koning Salomo had het cederhout ook nodig voor de bouw van een paleis. In 1 Koningen 7 lezen we hoe zijn paleis een troonzaal had, die 50 meter lang en 15 meter hoog was. Daarin zette hij lange rijen cederen zuilen, waardor deze zaal  ‘Het Woud van Libanon’ genoemd werd. Als moderne toerist is het triest om te constateren, dat er van de eindeloos  grote cederbossen nog maar weinig over is gebleven.