ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Bijbel

Open / Sluit fotoboek


Bijbel

Bijbel  

Zie vooral Bijbelvertalingen en die items die beginnen met het bijvoeglijk naamwoord Bijbelse

Kort ter sprake komen:"Contextuele uitleg, Autografa, MOndelingen en Schriftelijke traditie, Hebreeuws  alfabet, het woord 'Bijbel' Orale cultuur, Geroepen informatie,Perzische en Hellenistische periode, Perkamenten en papyri, Potscherf onrtcijferd, Inpreneten, Codices, Canonisering

 Op deze website komen veel Bijbelse plaatsen ter sprake(zie ook Hebreeuws /Bijbel en Hebreeuws/ Scherf!)

 Die plaatsen kunnen ook landstreken en rivieren zijn.

In ieder geval zijn het plaatsen die in de Bijbel genoemd worden of met de inhoud van de Bijbel samen hangen.

Wat is nu het typerende van de Bijbel? Dat hij veel oude boeken bevat? Dat hij in oude talen (het Hebreeuws en het Grieks) is geschreven? Dat de Bijbel een hoogstaand literair werk is?Het woord Bijbel schrijf ik met een hoofdletter. Waarom? Omdat we geloven dat in de Bijbel God zelf op verschillende manieren door verschillende mensen in verschillende tijden  aan het woord komt of het woord neemt.(zie bv Hebreeën 1:1).

Dat betekent natuurlijk een geweldige oppepper want het zijn heus niet alleen maar mensen die ons aanspreken in de Bijbel maar het is God Zelf die ons  heel persoonlijk De Bijbel is tegelijk ook een moeilijk boek omdat verschillende mensen het in verschillende culturen geschreven hebben. Je moet de Bijbel altijd lezen en uitleggen in de context van de Bijbelschrijvers.

Dit noemt men een contextuele uitleg. Laten we eerst eens gaan kijken naar het eerste deel van de Bijbel, naar de Tenach zoals de Joden zeggen.

De oorsponkelijke boeken en brieven van de Bijbel bezitten we niet meer (de zg  autografa). Wel bezitten wij afschriften van de oosrponkelijke geschriften. Die worden handschriften genoemd. De Masoreten waren uiterst nauwkeurige ;overschrijvers'. In de bijbel worden die 'overschrijvers"( kopiisten) Schriftgleerden genoemd

 Wij noemen dit deel het Oude Testament of ook wel het Eerste Testament. In dat woord ‘testament’ zit al de gedachte ingebakken dat de Bijbel ons is nagelaten, dat we het erven en dat we het niet zelf in elkaar gefrutseld hebben. Zo heeft de kerk het ook altijd gezien: we ontvangen deze boeken als richtlijn voor geloof en leven.Ik geloof ook dat we de Hebreeuwse Bijbel moeten lezen zoals Jezus Christus die heeft verstaan. In de synagoge van Nazaret betrok Hij de profetie van Jesaja op zichzelf (Luc.4:21) en in zijn gesprek met de reizigers naar Emmaüs vertelde Hij als de Opgestane Heer hun dat alles wat in  de wet van Mozes, en de profeten staat, vervuld moest worden: de Christus moest lijden en sterven en op de derde dag opstaan uit de doden (Luc.24). Ook de Hebreeuwse Bijbel is het Woord van God.  

Mondelinge en schriftelijke traditie 

Perkamenten boekrol, gelezen van rechts naar links

Bij deze Bijbel onderscheiden we tussen een mondelinge en een schriftelijke traditie.

Ook wat betreft de mondelinge traditie geloven wij dat God het eerste woord heeft gehad. Abraham is op pad gegaan omdat hij gehoorzaam was aan Gods stem. Het is een verkeerd uitgangspunt als sommige Bijbelwetenschappers  ervan uitgaan dat de hele openbaringsidee een constructie is van de schriftgeleerden die verbonden waren aan de Tweede Tempel.Zij zijn van mening dat toen de geschreven tekst de plaats in nam van de mondelinge traditie die gelegitimeerd moest worden en men toen ging zeggen dat die geschriften uit Gods mond kwamen, geïnspireerd waren door de Heilige Geest.

Dan zou de tekst meer gezag  hebben. Volgens deze visie zou men achteraf dus de Bijbelboeken een goddelijk stempel gegeven hebben.

Ik geloof  ook niet dat de tekst van de Hebreeuwse Bijbel oorspronkelijk altijd  naamloos was en dat een schrijverselite die tekst op naam gezet heeft van profeten en koningen.

 Maar aan de andere kant is het ook weer niet zo, dat Bijbelboeken die op naam staan van een bepaalde auteur, ook in zijn geheel door die auteur zijn geschreven. Het boek Deuteronomium heet in de Bijbel het boek van Mozes,terwijl het laatste hoofdstuk, over Mozes’ dood, onmogelijk van hemzelf kan zijn.

Hebreeuws alfabet

En om een ander voorbeeld te noemen: alle hoofdstukken van het boek Jesaja zijn zeker niet door hem geschreven.

De profetie over Cyrus (Jesaja 45) dateert uit de tijd dat Cyrus koning van Perzië was. Dat is twee eeuwen na Jesaja. Die profetie kan Jesaja dus nooit opgetekend hebben.

Er zullen  bij andere Bijbelboeken ook andere schrijvers betrokken zijn geweest. Ik geloof dat zelfs hele schrijversgilden schriftgeleerden  bepaalde teksten aangevuld hebben.

Dat heeft niets te maken met Schriftkritiek. Het gezag van de Schrift ligt in de tekst en niet in de auteur van die tekst. 

Het woord ‘bijbel’ 

De stad Byblos in Fenicie

Waar komt het woord ‘bijbel’ vandaan?Het woord ‘bijbel’ komt van het Latijnse woord ‘biblia’.

En biblia betekent ‘boeken’. Meervoud dus. Het gekke is echter dat oud Israël helemaal geen boeken kende.

 Als we het hebben over de Bijbel en over Bijbelse plaatsen, realiseren we ons meestal niet dat de antieke Fenicische stad  Byblos de naam heeft gegeven aan de Bijbel. Deze stad lag aan de Middellandse Zee in het gebied van het huidige Libanon.

Ten noorden van  Beiroet. (De bekende steden Tyrus en Sidon lagen ten zuiden van Beiroet) Byblos  had een grote haven met veel scheepvaartverkeer met Egypte. De stad heette eerst Gebal.  De Grieken noemden haar Byblos.  Dat betekent 'boek'. De Grieken  zagen er voor het eerst papyrus-rollen die  uit Egypte geïmporteerd waren en met inkt beschreven.

Papyrusblad bleef in woestijngrotten goed bewaard.

Het papyrusblad, gebruikt als schrijfblad kreeg de naam biblos of biblion.  Zo ontving de stad een nieuwe naam. Het payrus dat ze eerst in grote hoeveelheden importeerden uit Egypte, hebben ze ook weer uitgevoerd uit Byblos.Israel heeft een boek voortgebracht: de Hebreeuwse Bijbel. Wij noemen dit boek ‘Het Oude Testament”. De Joden noemen het Tenach. Een betere naam is “Het Eerste Testament”, maar die eerstgenoemde naam is nu eenmaal ingeburgerd. Die Bijbel is ontstaan in een cultuur van het gesproken woord.

 

Orale cultuur

Israël had een orale cultuur. Dit was trouwens in heel het Midden-Oosten het geval. In Babylon en Israël waren geschreven schriftteksten bedoeld om  de mondelinge voordracht te ondersteunen. Een brief moest altijd mondeling voorgelezen worden.

De tekst op schrift had altijd een stem nodig. Filippus de evangelist hoorde de minister van financiën uit Ethiopië uit de boekrol van Jesaja lezen. Hij zag  hem weliswaar ook lezen  maar alle nadruk valt er op dat Filippus hem hóórde lezen (Hand. 8:30). Geschreven documenten werden hardop voorgelezen. Brieven uit Babylon beginnen altijd met een boodschap voor de boodschapper: “Spreek als volgt tot die en die….Een boodschapper  bezorgde een brief niet als een soort brievenbesteller,nee, hij verkondigde de boodschap. Hij riep luid wat in de brief stond. De geschreven brief was slechts een geheugensteuntje. Luther bevestigde zijn 95 stellingen op de deur van een slotkapel. Dan kon iedereen lezen wat hij had geschreven. Maar dat was in de oudheid niet mogelijk. Toen kon namelijk bijna niemand lezen.

 

Geroepen informatie

 Informatie moest rond geroepen worden, of luid verkondigd. De tekst  van de Bijbel maakte geen deel uit van de volkscultuur. De schrijvers van de Bijbel waren vermoedelijk voor een belangrijk deel schrijversbeambten van de Tweede Tempel, in de tijd van Ezra en Nehemia. Ze behoorden in ieder geval tot de geestelijke elite. Het waren schriftgeleerden en ze behoorden doorgaans tot de Levietische priesterstand.

De bloeiperiode van de schrijverscultuur waarin de Hebreeuwse Bijbel ontstond, was in de jaren 500 tot 200 voor Christus. De schrijvers van de Tweede Tempel waren specialisten van de priesterstand.

 

Perzische of Hellenistische periode 

 

Het boek Deuteronomium werd waarschijnlijk geschreven in de Perzische periode (van 500 tot 300 v. Chr.) en het boek Jeremia in het Hellenistische tijdvak(vanaf 300).  Verschillende lagen Nu moeten we niet denken dat deze boeken altijd het werk van één man waren.

We zullen  in deze Bijbelboeken verschillende lagen moeten aannemen, die het resultaat waren van de interventie= het tussen beide komen van diverse schrijvers.

Waarschijnlijk zijn genoemde boeken een compilatie van verschillende schrijvers, al zullen Mozes en Jeremia de belangrijkste auteurs zijn geweest. We zullen moeten aannemen dat Egypte en Syrië invloed hebben uitgeoefend op de schrijverscultuur van Juda en dat de beroeps-schrijvers van de Tweede Tempel grotendeels verantwoordelijk waren voor de creatie, conservatie en interpretatie van de tekst. Dat doet echter niets af van de overtuiging van Israël dat deze boeken goddelijk gezag hadden. In de Bijbel komt Gód aan het woord. Hij heeft het eerste woord en het laatste woord. Daarbij maakt Hij gebruik van mensen. Daarbij heeft Hij ook gebruik gemaakt van specialisten. De Bijbel als het Woord van God is niet zonder menselijke bemiddeling uit de hemel komen vallen. Het Woord van God komt tot ons via mensen. En die mensen kunnen we ook niet losmaken van de culturele wereld waarin zij leefden 

Perkamenten en papyri

 Je had vroeger perkamenten en papyri. In Mesopotamië gebruikte men kleitabletten. De productiekosten  van kleitabletten waren er heel laag, want klei kostte niets en als je klei ging bakken kon het eeuwen mee.Soms  bevatte een document weinig tekst. In dat geval konden verschillende documenten op één rol gezet worden. Dat zien we bij voorbeeld  bij de 12 kleine profeten. Daarom staan ze nu keurig gebundeld bij elkaar. Andere documenten waren  te lang voor één rol. Dat is ook de reden dat we nu bij de boeken van Samuël, Koningen en Kronieken twee boeken tegen komen, 1 en 2 Samuël bijvoorbeeld.We kunnen onderscheiden tussen papyri, perkamenten, kleitabletten en codices 

Voor minder belangrijke boodschappen werden potscherven gebruikt. Ze waren ook erg goedkoop, want een scherf van een stukgebroken pot was overal wel te vinden.

Het waren "kattenbelletjes", gebruikt voor het maken van kleine notities.

 Ook de kinderen leerden er op schrijven. Heel vaak moesten ze de inhoud uit het hoofd leren. In 2008   is een een dergelije potscherf gevonden.

 Het was de stof voor een soort huiscatechese en de inhoud ging over het helpen van mensen in nood.

 

 Potscherf  ontcijferd

 

De onlangs gevonden potscherf uit de tijd van koning  David bewijst dat in die tijd, zo’n 3000 jaar geleden ook mensen buiten Jeruzalem al Hebreeuws schreven en lazen.

 

De tekst van de potscherf is als het ware direct uit de Bijbel weggelopen, terwijl de Bijbel nog niet geschreven was.

Ook toont het een samenvatting van het geloofsleven, zoals kinderen in die dagen werd onderwezen.

Dr.W.M. de Bruin schreef hierover in Confessioneel. “De samenvatting maakt op mij grote indruk:……

’U zult dit niet doen, maar de Heer dienen Doe recht aan de slaaf en de weduweDoe recht aan de wees en de vreemdeling

Neem het op voor het kindNeem het op voor de arme  en de weduwe.

Herstel de arme in de hand van de koning.

Bescherm de arme en de slaaf, ondersteun de vreemdeling.

”Het begin van de tekst wijst kennelijk terug naar een verloren gegaan gedeelte waarin onrecht werd benoemd en verboden.

Daartegenover staat de oproep om de HEER te dienen. Waarin blijkt deze dienst aan de Heer?

 Dan volgen zinnen die sterk doen denken aan Leviticus 19: 9-16.Ook daar wordt duidelijk dat de dienst aan God handen en voeten krijgtin de dienst aan de verarmde naaste: niet afpersen, eerlijk rechtspreken,  beschermen. Hoe wezenlijk dit alles tot Israëls geloof behoorde, blijkt wel uit de profielschets van de koning in Psalm 72! 

Inprenten 

Het element van gedeeltelijk herhalen dat we in de tekst van psalm 72 aantreffen, herkennen we ook in de tekst op de potscherf.

Het is kenmerkend voor de poëtische stijl van het herhalen, maar het zegt ook iets over de wijze van leren. Men leerde uit het hoofd.

Belangrijke leesteksten waren niet voor iedereen beschikbaar.

Je kunt denken aan het opvoedingsadvies van Deut. 6:7-9… ge zult het uw kinderen inprenten en ge zult ze schrijven op de deurposten van uw woning.

 En ook Jezus liet er geen misverstand over bestaan:’alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders dat hebben jullie voor Mij gedaan (Matt.25:40).

 

Zie ook bij Bijbelseplaatsen bij Potscherf/Davidstijd.3000 jaar oud dus!!!

Codices 

Wat zijn codices?

Codices is het meervoud van codex.

 Zie bv bij Sinaï-Katharinaklooster bij de Sinaïcodex.

Het was een zeker  von Tischendorf die deze codex in 1859 ontdekte en daarmee een enorm grote stimulans gaf aan de bijbelwetenschappen. Deze codex werd  gedoopt als Sinaïticus. Stel je voor:op die codex staat de tekst van het hele Nieuwe Testament! Een codex is een stapel papyri-of perkamentenvellen, die in het midden zijn gevouwen en aan de achterzijde zijn samengebonden. Nu kunnen we begrijpen dat het moderne boek is afgeleid van de codex. Omstreeks 300 na Christus was de codex net zo gewoon geworden als de boekrolOmdat de Bijbel niet uit  codices bestaat, maar uit boekrollen was het niet eenvoudig om de volgorde altijd te goed te bepalen. Bij een codex werden de bladen die bij elkaar hoorden, aan elkaar gebonden. Boekrollen konden kris en kras door elkaar liggen.

Canonisering

Natuurlijk was de canonisering erg belangrijk. Wat is dat eigenlijk: canonisering?

Canonisering betekent dat een beperkt aantal teksten in een bepaalde gemeenschap als bindend werd voorgeschreven.

Maar dat was geen willekeur.

Dat bindend karakter werd door de kerk pas vastgesteld, toen de gemeente die geschriften algemeen aanvaard had als het levende Woord van God.

 De Nederlandse Geloofsbelijdenis heeft dan ook duidelijk beleden dat zij ook de boeken van de Hebreeuwse Bijbel als heilig en canoniek heeft ontvangen.

Die boeken waren door de christelijke gemeenten ontvangen als een groot geschenk uit de handen van God.

Op een enkel boekje na hadden de gemeenten van de Oude Kerk de huidige Bijbelboeken al aanvaard en ontvangen als het levende Woord van God.

God spreekt, maar hij gebruikt daarvoor mensen en Hij past zich ook aan aan de taal van de mensen. Pas veel later heeft een concilie vastgesteld wat door de christenen  al algemeen aanvaard was als zijnde canoniek, als  richtlijn voor leven en geloof.