ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Bijbel en Kinderen

Open / Sluit fotoboek


Bijbel en Kinderen

Jezus over kinderen

(zie ook Bijbel en kinderen, daar vindt u de foto's van mijn kleinkinderen op mijn 80ste verjaardig op 25 aug 2009)

  

 

In het Israel van de bijbel telden de kinderen niet mee. Ze behoorden tot de grote schare die de wet niet kende.

Daarom was het zo verrassend dat Jezus zei:Laat de kinderen rtot Mij komen en houdt ze niet tegen"

In onze tijd staan de kinderen in het middelpunt

 

 

Jezus heeft twee keer over kinderen gesproken.

Ik denk allereerst aan Marcus 10:14:

Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie zo is als zij.

 

 

Jezus tilt een kind op, armt het en knuffelt het. Jezus accepteert mensen die niet in tel zijn.

 

 

 Jezus was erg geprikkeld,want de leerlingen die Hem blijkbaar willen helpen, zijn vol onbegrip. Ze houden de ouders met de kinderen op een afstand.Toch was het blijkbaar niet ongewoon, dat ouders met hun kleine kinderen  naar leraren van aanzien gingen. Ze vroegen hun dan  hun kinderen aan te raken. Mogelijk was dit een gewoonte op de avond voor  Grote Verzoendag. Jezus doet veel meer. Hij tilt de kinderen op. Neemt hen in zijn armen, knuffelt hen, legt hun de handen op en zegent hen. De rabbijnen raakten de kinderen alleen maar  even aan, maar konden ze niet zegenen zoals Jezus deed. Ze konden hoogstens een gebed uitspreken.

In Matt. 19: 14 gebruikt Matteüs nog een sterker woord om de verontwaardiging van de discipelen weer te geven:zij bestraften de ouders, zij berispten hen. Maar de reactie van Jezus is nog heftiger. Toen Jezus zag dat de leerlingen de kinderen wegjoegen, wond Hij zich daarover op (Marc.10:13). Misschien zouden we het Griekse werkwoord moeten vertalen met:Hij werd woedend. Het is een zeer heftig woord voor boos worden.

 

 

Jezus en de leraren

 Alleen voor armen, kinderen en zondaren

Jezus liefde voor grote en kleine mensen die buiten de boot vallen was heel groot. Wanneer Jezus de kinderen tot zich laat komen en aan mensen die zo zijn als zij, het Rijk toezegt, doet Hij dat niet op grond van bepaalde eigenschappen die kinderen zouden hebben, maar alleen op grond van de sociale positie van de kinderen. Laat ik dat even verduidelijken. Jezus roept de kinderen niet tot zich vanwege hun kinderlijke onbevangenheid,hun kinderlijke eenvoud, of hun kinderlijk vertrouwen. De romantische beschouwing van het kind was beslist niet Joods. Kinderen behoorden tot de groep die helemaal niet meetelde, met wie men helemaal geen rekening hoefde te houden. Kinderen behoorden tot de geringen, de verachten en nietigen. Net als de vrouwen overigens! Een joodse rabbi zou het niet in zijn hoofdhalen om kinderen tot zich te roepen en op te tillen  te knuffelen en  te zegenen. Jezus wil laten zien dat het Koninkrijk juist bestemd is voor mensen, die niet in tel  zijn, ja  veracht zijn. Dat was zo voor de tollenaars en prostituees, maar dat gold ook voor de kinderen die met hun snotneusjes nog geen jota van de tora verstonden.”Laat ze tot mij komen, houdt ze toch niet tegen”.Ik verzeker jullie: wie niet als een kind open staat  voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan. Terecht hebben sommige uitleggers in deze perikoop een preludium gezien van de leer van de rechtvaardiging van  Paulus. We worden door God niet vrijgesproken  omdat we zo goed zijn of veel goeds doen.

Ouderen in Israël waren gewoon de kinderen buiten te sluiten. Jezus roept hen tot zich en sluit hen in. Dat laat Hij ook duidelijk zien: Hij omarmt hen, legt hen de handen op en zegent hen. 

 Kinderdoop? 

 

Ligt er in het ‘verhinderen’ van de leerlingen een zinspeling op de kinderdoop?  Lucas heeft de zinspeling op de doop nog meer expliciet gemaakt door  te spreken over ‘zuigelingen’,kleine kinderen. Ongetwijfeld heeft dit Bijbelgedeelte invloed gehad op de eerste gemeenten. Polycarpus, leerling van de apostel Johannes, moet al als klein kind zijn gedoopt.  Het zegenen van de kleine kinderen door Jezus moet in de oudste christelijke gemeenten de kinderdoop gestimuleerd hebben. Al vrij spoedig daarna werd de kinderdoop gefundeerd in de beloften die God gaf in zijn verbond met Israël

Als Jezus kinderen tot zich roept hen omarmt de handen oplegt en  hen zegent is dat een fel protest jegens de Farizeeën. Die theologen  vonden van zichzelf dat ze rechtvaardig waren. Tollenaren en kinderen werden door hen geminacht. In de gelijkenis van de tollenaar en de Farizeeër die Jezus vertelt, ging de tollenaar  als rechtvaardig naar huis. Hij had geroepen: o God wees mij zondaar genadig. En nu wordt het Koninkrijk van God uitgerekend toegezegd aan tollenaren en kinderen. Uitgerekend zij zijn erfgenamen van het Godsrijk. Is dat niet geweldig bemoedigend?

Worden als een kind 

Deze vijfjarige jongenbehoorde nog tot de kinderen. Als kinderen 12-13 jaar werden, waren ze kind-af en werden ze als volwassen beschouwd. Als 12 jarige jongen werd Jezus 'bar-mitswah' Zie bij tempel/ bar-mitswah

 Vervolgens (dus in de tweede plaats) komen ook in Marcus  9:36 kinderen  ter sprake in een toespraak van Jezus. Daar is het verband anders. Als Jezus op weg is naar Kafarnaüm maken de leerlingen een heftige ruzie over de vraag wie van hen toch wel de belangrijkst e is in het Godsrijk. Als ze in Kafarnaüm aankomen, vraagt  Jezus hen: Waarover hadden jullie straks met elkaar  zo veel ruzie?  Er valt dan een angstige stilte, want niemand durft dan zijn mond open te doen. Daarom roept Jezus de twaalven bij zich. Vervolgens pakt Hij een dreumes, tilt hem op omarmt hem en zegt tot de twaalven deze ontroerende woorden: Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen worden. Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt Mij op en wie Mij opneemt neemt niet Mij op maar Hem die Mij gezonden heeft (Marc.9:37).

 

 

Wij zijn kinderen van God

 

Het Aramese woord  ‘abba’ gebruikte elk kind in die tijd om daarmee zijn eigen vader aan te duiden. Een slaaf mocht zijn heer onder geen enkel beding zijn eigen vader noemen. Het Nederlandse woord ‘papa’ staat daar erg dicht bij. Bij  ‘Abba’ mogen we geen tegenstelling scheppen tussen eerbied en kinderlijkheid. Allen die door de Geest van God geleid worden, zijn kinderen van God. U hebt niet  de Geest ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven. U hebt de Geest ontvangen om God aan te roepen als “Abba,Vader”.

In Gal 4 :6 En omdat u zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van zijn Zoon gegeven, die  Abba, Vader roept. We mogen dus net als Jezus God aanroepen met Abba