ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Berseba was een knooppunt van karavaanwegen in de Negev

Open / Sluit fotoboek


Berseba was een knooppunt van karavaanwegen in de Negev

Abraham plantte in Berseba een tamarisk en riep er de naam van de HEER, de eeuwige God, aan (Gen. 21:33)

    

Luchtfoto van Tell Beer Sheba (Berseba). Met Megiddo en Hazor is Beer Sheba in juli 2005 op de werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst!

Even buiten de hoofdpoort  van de antieke stad Beer Sheba bevindt zich een bron en een tamarisk.

Zij herinneren ons aan de bron die Abraham groef en de boom die hij plantte. Hier sloten Abraham en Abimelech (koning van Gerar, een Filistijnse stad) een verbond.

Daarna ging Abimelech terug naar het land der Filistijnen. Abraham plantte hier ook een tamarisk en riep hij er de naam van de HEER de eeuwige God aan.

 Hij woonde jaren lang als vreemdeling in het land van de Filistijnen.

De tamarisk is zeer geschikt om in de Negev, (de woestijn) te groeien. Hij heeft een diep wortelsysteem en kan ook overleven in brak water.

De boom scheidt zout af via de bladeren. In het stadswapen van Beer-Sheba staan de woorden uit de bijbel "En Abraham plantte te Berseba een tamarisk"

Beer Sheba kan worden vertaald als 'put van zeven' of  'put van de eed' omdat Abraham en Abimelech daar een eed zwoeren.

Zij sloten met elkaar een bondgenootschap en Abraham kreeg waterrechten. Zie ook Gen. 26:33 Hij noemde die put Seba, en daarom heet die stad daar tot op de dag van vandaag Berseba.Dat was nodig omdat zonder die watgerrechten het leven in de woestijn niet mogelijk was (Gen.21: 27

Dergelijke opslagplaatsen zijn ook opgegraven in Megiddo en Hazor.

Ze dateren uit de tijd van de koningen Omri en Achab.

Blootgelegde stad Beer Sheba

Waarom was Beer Sheba zo belangrijk?

Al  3 á 4000 jaar vóór Christus, in de overgang van het stenen- naar het bronzentijdperk zijn hier menselijke nederzettingen geweest.

Beer Sheba was een knooppunt van karavaanwegen. Karavanen op weg naar het zuiden kwamen hierlangs en ook de oost-westroute van Edom naar Askelon liep door deze plaats.

Ik heb hier een kaartje getekend van de Negev. Je kunt hierop zien dat Berseba een verkeersknooppunt is tussen de noord-zuid route van Hebron naar Egypte en van de oost-westroute van Edom naar Askelon

Beer Sheba in de bijbel

We komen deze plaats voor het eerst in de bijbel tegen in Genesis 21. Als Abraham op verzoek van zijn vrouw Sara de slavin Hagar  en haar zoon  Ismaël wegstuurt, komt Hagar terecht in de woestijn bij Berseba. Abraham moet Hagar wegjagen, want Sara wil niet hebben dat haar zoon Isaak de erfenis met de zoon van haar slavin zal moeten delen.

Isaak is hier ook geboren. Hij volgt het voorbeeld van zijn vader. Ook hij graaft een put en ook hij roept er de naam van God de HEER aan (Gen.26:25)

Van hier is ook Jakob  gevlucht naar  Haran, naar zijn oom Laban, nadat hij Esau de zegen van de eerstgeborene had ontvreemd (Gen.28:10). We kunnen dus de conclusie trekken, dat Berseba een plaats was waar alle drie aartsvaders gewoond hebben.

Bedoeinen

In de omgeving van Berseba leven nog veel Bedoeïnen. Elke donderdag is er aan de rand van de oude stad een Bedoeïnenmarkt. De nomaden komen van heinde en ver om hier hun goederen te koop aan te bieden. Imponerend zijn de enorme gebouwen van de Ben Goerion Universiteit. Geleerden wijden zich hier aan het onderzoek van droogtegebieden en irrigatiemogelijkheden.

Berseba is een  belangrijke bijbelse plaats.

Het is de meeste zuidelijke plaats van het oude  Israël. Het is op vier na de grootste stad van Israël. Dat zou je hier niet verwachten.

De meest zuidelijke punt van de huidige staat Israël is nu  Eilat. Wanneer men de uitgestrektheid van  het land wilde aanduiden, dan gebruikte men de uitdrukking van Dan tot Berseba. Dat was een staande uitdrukking. Van het uiterste noorden tot het uiterste zuiden.

Berseba was de hoofdplaats en het centrum van de noordelijke Negev. De Negev was een uitgestrekt woestijngebied. Het Hebreeuwse woord Negev is in de bijbel vertaald met het woord Zuiderland. We komen dit woord tegen in Ps 126:4 HERE, wend ons lot als beken in het Zuiderland. Als het ging regenen kon die woestijn totaal veranderen. Alles kwam er van in bloei.

 Plaats van aartsvaders

Van alle drie aartsvaders wordt verteld dat zij zich daar langer of korter ophielden. In de tijd van de koningen werden er daarom ook bedevaarten naar Berseba georganiseerd. De profeet Amos waarschuwt daartegen.  Israël moet het niet zoeken in die uiterlijke zaken Zoekt de Here en leeft zegt de Here (Amos 5:5) Ik weet niet of de moslims ook bedevaarten organiseren naar Berseba. Zij houden ook Abraham (Ibrahim) hoog op het vaandel

Abraham had in de omgeving van Berseba een waterput gegraven. Maar hij kreeg daarover ruzie met Abimelech, de koning der Filistijnen. 

 Ze overlegden met elkaar en  Abraham sloot daarna een zakelijk verbond met Abimelech.  Als teken daarvan gaf hij aan Abimelech zeven lammeren[1]. Dat cijfer zeven komt ook weer terug in de naam Berseba, want seba betekent zeven. Abraham plantte daarop als gedenkteken een tamarisk in Berseba en riep de naam van de Here, de eeuwige God aan. In het stadswapen van Berseba komt vandaag nog een forse tamariskboom voor.

 

Izaäk is in Berseba geboren.  En ook hij bouwde daar een altaar  en riep de naam des Heren aan. [2] Van hier ook vluchtte Jacob met zijn ontstolen zegen naar Haran[3]. Onderweg tussen Berseba en Haran heeft Jacob dan die wonderlijke droom.  In die droom was een ladder opgericht waarvan de top tot aan de hemel reikte. Als Jacob  wakker wordt zegt hij: Heus de Here God was aan deze plek en ik heb het niet geweten. [4]Voor Jacob is die plek de poort des hemels.  Daarom noemt hij die plaats Betel. Betel was voor Jacob dus in de meeste letterlijke zin een vindplaats van God.  Daar heeft hij God gevonden.

Berseba is vandaag een moderne stad met meer dan 100. 000 inwoners.  De 240 km lange weg van Berseba naar Eilat voert ons door een zeer woest en eenzaam woestijngebied.

De regio  rond Berseba werd de stam Simeon toegewezen.


[1] Gen. 21:28

[2] Gen. 26:25

[3] Gen.  28:10

[4] Gen.  28: 16