ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Assyrie (2) Confrontatie

Open / Sluit fotoboek


Assyrie (2)  Confrontatie

Assyrië (2) Confrontatie  

Achab 

De eerste confrontatie tussen Assyrië en Israël vond mijns inziens plaats tijdens het  koningschap van koning Achab. Uit Assyrische gegevens blijkt, dat Achab samen met de koning van Syrië Assyrië had aangevallen. De koning van Assyrië heette toen Salmanassar III.(858-824 v. Chr.) Deze Assyrische koning heeft in de slag van Karkar aan de Orontes koning Achab en de koning van Syrië verslagen. Voorzo ver ik weet wordt deze nederlaag niet in de Bijbel  vermeld. Nadat Achab van de veldtocht is teruggekeerd, ontvangt hij bezoek van Josafat, de koning van Juda. Achab wil zijn strijdlust nu keren tegen Syrië. Tijdens dit bezoek stelt Achab aan Josafat voor om samen op te trekken tegen Ramot in Gilead. Ramot behoorde oorspronkelijk aan Israël en nu stelt Achab  aan Josafat voor om samen op te trekken naar Ramot en deze plaats op de Syriërs te heroveren. De verhouding tussen Achab en Josafat was uitstekend. Achabs dochter Athalia was getrouwd met de zoon van Josafat: Joram.

 

 

Op deze  map ziet u ook Karkar waar koning Achab de confrontatie aanging met Assyrie. De legers van Assyrie trokken via Haran,Hamat en Damaskus langs de Via maris naar het zuiden, Israel en Juda.

Sanherib trok zo zelfs naar Egypte

 

Assyrische boogschutter

 

Assyrische soldaten (museum)

 

De tweede Assyrische koning die we in de Bijbel tegen komen is Tiglat Pilezer (745 -729) In 2 Kon.15, 19 wordt hij ook Pul genoemd. Dan zijn we dus een eeuw verder. Hij wordt genoemd in de profetieën van Jesaja. Het is in de tijd van Achaz, de koning van Juda.

 

Achaz een goddeloze koning 

 

Nu behoorde Achaz tot de meest goddeloze koningen van Juda. Hij diende de Baäls en de Moloch waaraan hij kinderoffers bracht!!.(zie Molochdienst) In die tijd klonk overal de roep: :”De Assyriërs komen! De mensen worden  vreselijk bang, want Tiglat Pilezer, de koning van Assyrië heeft een groot en sterk leger. Daarom  sturen koning Pekah van Israël (het tweestammenrijk) en  koning  Rezin van Syrië ijlboden naar Achaz koning van Juda met de dringende vraag hen te helpen als bondgenoot tegen de oprukkende Assyriërs. “U moet ons helpen, als u ons niet steunt met uw leger,  zullen we u wel dwingen”. Juda weigert echter. Hij gaat zelfs naar Damascus waar Tiglat Pilezer zijn militair hoofdkwartier heeft, ziet een heidens altaar en geeft hij opdracht dat na te maken en dat altaar te plaatsen op de plek van het huidige brandofferaltaar in de voorhof van Jeruzalems tempel.. Maar God zendt de profeet Jesaja naar Achaz met de vermaning niet op Tiglat Pilezer , maar alleen op de HERE God te vertrouwen. Dan zal Jeruzalem niet in handen komen van de Assyriërs. Gods belofte zal in vervulling  gaan namelijk dat  Jeruzalem gespaard zal worden. Achab mag zelfs een teken vragen van God.

 

 

Hier nam ik een foto van een rotsblok met spijkerschrift

 Immanuël 

In zijn ongeloof weigert Achaz  dit, waarop de Here God Zelf hem een teken geeft:”Zie een jonge vrouw zal zwanger worden en een zoon baren en zij zal hem de naam Immanuël geven(God met ons) (Jes.7:15).

Die belofte is heel uitzonderlijk. Want tot een van de meeste goddeloze koningen van Juda laat God hem zeggen via de profeet Jesja: Achaz u hoeft niet bang te zijn voor Rezin en Pekah, noch voor Tiglat Pilezer, vertrouw op de HERE God alleen! Er zal een Immanuël geboren worden.

Dat is  puur evangelie. Achaz is de Baäls gaan dienen en de Moloch en toch krijgt hij de boodschap. Er zal een kind geboren worden dat de naam Immanuël zal dragen=God met ons. Met deze naam wordt Jezus bedoeld. Maar Juda is vanaf die tijd eigenlijk een vazalstaat van Assyrië geworden. Ook tijdens het koningschap van de zoon van Achaz, koning Hizkia, is er wel de voortdurende dreiging van Assyrië. Sanherib verschijnt wel voor de muren van Jeruzalem, maar de stad wordt niet ingenomen.

 

Lachis

Poort van Nineve

 

Dat lot is wel Lachis beschoren, dat veel zuidelijker ligt.(Zie bij Lachis).Sanherib moest die stad wel veroveren om in de rug gedekt te zijn bij zijn veldtocht naar Egypte. We hebben zelfs vandaag nog een duidelijke herinnering aan wat Hizkia gedaan heeft om de watervoorziening van Jeruzalem veilig te stellen voor het geval dat de Assyriërs zouden terugkomen. Hij bouwde een tunnel vanaf de Gihonbron (zie Gihonbron) onder de muren van de Davidstad door  naar de binnenstad. Sanherib heeft wel Thebe veroverd (in de Bijbel wordt Thebe On genoemd), maar niet Jeruzalem.

Interieur van een paleis in Nineve

Samaria in ballingschap 

Salamanasser V en Sargon deporteren Samaria.

Een dieptepunt in de geschiedenis van het tienstammenrijk was de verovering van Samaria in het jaar 722 voor Christus. Dat was dus nog voordat Sanherib voor de poorten van  Jeruzalem verscheen in de tijd van Hiskia.  Samaria was een sterke vesting en daarom duurde het wel drie jaar voordat de stad door de Assyriërs veroverd werd en vele bewoners van Samaria in ballingschap gingen. Meerdere malen werden bewoners van verschillende streken naar Samaria gebracht om het land te bewonen. Zo door Sargon direct na de val van Samaria, later door Esarhaddon (Ezra 4: 2) en door Assurbanipal,(Asnappar) de opvolger van Esarhaddon (Ezra 4:10).Daar lezen we hoe de exbewoners van Samaria na hun terugkeer uit  Assyrische ballingschap graag wilden meebouwen aan de bouw van een nieuwe tempel , maar dat de Joden uit Jeruzalem hun dat niet toestonden,Er worden in de bijbel zeven Assyrische koningen genoemd. Dat is toch wel een bewijs dat de invloed van Assyrië heel groot was in het Beloofde land.

 

De ondergang 

Assyrie is toch snel ten onder gegaan. Hoe kwam dit toch? Wel uit het noorden trokken horden Skythen het rijk binnen. In woeste benden drongen ze plunderend en brandschattend verder door het gehele Nabije Oosten. Bij het Vanmeer  toonde de gids ons indertijd nog de steeds zwart geblakerde grond als resultaat van hun verwoestend optreden. Uit het Oosten kwamen de Meden opzetten (Zie  Hamadan)  In Hamadan bevindt zich trouwens ook het  mausoleum van  Mordechai. Verder lagen de oude vijanden van Assyrië, de Babyloniërs op de loer om het roofdier de doodsteek toe te brengen.

In 609  verwoestten de Meden Haran en drie jaar later, in 612 werd Nineve volledig verwoest. Het profetische woord van Zefanja is bewaarheid:Nineve zal tot een wildernis worden,dor als een woestijn. Pelikaan en roerdomp zullen overnachten op zijn kapitelen. Dit is de stad die zo onbezorgd woonde, die bij zichzelf zei:ik ben het en niemand anders! Hoe is zij tot een woestenij geworden, een rustplaats van wild gedierte (Zefanja 2 : 13-15).