ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

God past zijn openbaring aan aan wat wij kunnen begrijpen

Wat mij getroffen heeft bij Calvijn is dat hij laat zien dat de Here God zich in zijn openbaring aanpast bij wat de mens kan begrijpen. Aanpassing of accommodatie is daarom ook  een sleutelwoord in de theologie van Calvijn. God past zich aan aan de menselijke maat.

Juist bij Calvijn  worden we herinnerd aan de verhevenheid en de majesteit van God, maar ook bij hem  horen we dat die verheven God zich  aanpast aan de menselijke maat.

Mensvormige uitdrukkingswijzen noemen  we antropomorfismen.God heeft een neus, een mond, handen. Dat zijn geen menselijke projecties, maar  vormen van accommodatie. Zonder accommodatie kunnen we God niet kennen.

Eén van de belangrijkste woorden die bij Calvijn Gods handelen beschrijven is neerdalen. Gods handelen is een beweging van  boven naar beneden. Direct daarmee verbonden vinden we ook het woord opklimmen. Gods handelen wordt door hem beschreven als een beweging in de ruimte.In die begrippen  afdalen en opstijgen moeten ruimte en afstand realistisch genomen worden.

Ook als er geen breuk was ontstaan tussen God en mens door de zonde, zou die accommodatie, die aanpassing en bemiddeling  ook nodig geweest zijn.  

Als de hoogheilige God tot ons spreekt gebruikt hij simpele taal, zoals een moeder met een baby babbelt. Die brabbeltaal is niet ontworpen voor de zelfbewust mens. Ze is bedoeld voor de mens die in alle opzichten de mindere is van God. Onder het oude verbond verkeert de kerk nog in het stadium van het kind. De ceremonies onder de oude bedeling zijn als het ware de leesplankjes waardoor het kind leert spellen.

God gebruikt die simpele taal in vier opzichten. In de schepping, in de Schrift, in Jezus Christus en in de sacramenten. Kenmerkend voor de openbaring is haar beweging de laagte in. God buigt zich zo ver voorover, dat Hij zich opzettelijk in het blikveld en in het gezichtsveld van het schepsel  bevindt. Hij past zich aan.Hij spreekt ons aan als een mens op een mensvormige manier.Hij heeft ook ogen, oren  een mond. Wij zouden helemaal niets van God kennen, als God niet afgedaald was tot ons niveau

De hoogste vorm van accommodatie is dat Hij onder ons verschenen is in Jezus Christus.Hij spreekt ons aan als medemens, in menselijke taal en met mensvormige woorden Nooit was die accommodatie zo indrukwekkend als in Jezus Christus.

Die aanpassing van God aan verschillende tijden en omstandigheden zijn niet een gevolg van een onbestendigheid van God zelf. Calvijn noemt een voorbeeld; als een boer gedurende de winter andere opdrachten geeft  aan zijn knechts dan gedurende zomer, dan zullen we die boer niet van onstandvastigheid beschuldigen. God spreekt in het Oude Testament anders dan in het Nieuwe.

God gebruikt ook beelden en metaforen. Bijvoorbeeld bij de sacramenten. Hij spreekt tot ons in de beeldtaal van brood en wijn, en water. Ook daarin accommodeert  God zich aan  ons begripsvermogen.

Na Kant beschouwen  velen  echter bijbelse beelden als menselijke constructies, menselijke ontwerpen. Nee, het is God die gebruik maakt van bijvoorbeeld de metafoor van de goede Herder. Het beeld van de Goede Herder is geen zoekontwerp van de mens, maar  een beeld door middel waarvan god laat zien wie Hij is. Hij is als een herder, als een vader,